Beschikbare publicaties laten zien dat Nederland inzet op opschaling van digitale en hybride zorg en dat jongeren veel zitten en baat hebben bij korte beweging, maar ze geven geen overzicht van welke apps of wearables Gen Z wérkelijk gebruikt.

Welke digitale middelen gebruiken Nederlandse jongeren en hoe veelvoorkomend is het?

Kort antwoord: de documenten die hier geraadpleegd zijn noemen geen specifieke apps, wearables of aantallen gebruik door Nederlandse Gen Z. Geen van de bronnen publiceert een lijst of percentages over welke digitale gezondheidsmiddelen jongeren installeren of dagelijks gebruiken.

Wel staat vast dat Nederland beleid en subsidie inzet om digitale en hybride zorg op te schalen: ZonMw voert een programma "Versnellingsimpuls Hybride en Digitale Zorg" met een totaalbudget van €14M, gericht op opschaling en implementatie in de praktijk €14M. Het programma loopt van 1 januari 2025 tot 31 december 2031 en heeft als praktische deadline voor een volgende ronde 3 november 2026 voor aanvragen in de transformatie-impulsronde 1 januari 2025 – 31 december 2031. ZonMw zegt dat het programma aansluit bij instrumenten en netwerken rond digitale zorg, zoals Digizo.nu en het Consortium Waardebepaling, en dat het de nationale IZA-doelstelling ondersteunt dat 70% van geschikte zorg eind 2026 hybride of digitaal kan worden verleend 70% geschikte zorg hybride/digitaal eind 2026. ZonMw noemt verder welke projectkosten subsidiabel zijn (loon, materialen, apparatuur) en welke niet (grond, gebouwen, indirecte kosten) loon, materialen, apparatuur.

Hoe gebruiken ze die technologie écht? (toepassingen en ervaringen)

ZonMw geeft directe subsidies binnen het programmabudget. Het bepaalt welke projectkosten subsidie krijgen. Onderzoek en implementatieprojecten kunnen geld krijgen voor personeel, materialen en apparatuur. Projecten moeten uiterlijk op 31 december 2026 starten. Ze kunnen 6 tot 12 maanden duren. De regeling noemt geen tarieven voor zorgverleners. Er is geen uitleg over vergoedingen binnen de zorgverzekering.

Een bericht baseert zich op onderzoek over gezondheidsgedrag. Nederlanders zitten 84% van hun wakkere tijd. Jongeren van 18 tot 24 jaar vormen een risicogroep. Volgens het bericht haalt 41% van hen de bewegingsrichtlijnen niet. Hetzelfde bericht zegt dat 36% van de totale bevolking niet voldoet aan de richtlijn van minimaal 150 minuten beweging per week. Dit aandeel stijgt naar 43% in 2035, voorspelt het bericht. Het bericht stelt ook dat veel jongeren door te weinig beweging motivatieverlies, somberheid en stress ervaren. Korte lichaamsbeweging, bijvoorbeeld 15 minuten per dag, kan al merkbare verbetering geven. "15 minuten beweging per dag maakt een verschil," zegt het bericht.

De geraadpleegde documenten leggen die gedragsgegevens niet expliciet naast digitale interventies. Er is geen onderbouwd beeld van jongeren die bijvoorbeeld wearables gebruiken om stappen te tellen, apps voor mentale gezondheid raadplegen of teleconsulten boeken als reactie op bewegingsgebrek of somberheid.

Wat betekent dit voor privacy, kosten en de Nederlandse zorgpraktijk?

De documenten bieden aanwijzingen over financiering en doel, maar geen volledige antwoorden op praktische vragen over privacy, vergoedingen of toegankelijkheid.

ZonMw verstrekt directe subsidies binnen het programmabudget. Het specificeert welke projectkosten subsidiabel zijn. Onderzoek en implementatieprojecten kunnen geld krijgen voor personeel, materialen en apparatuur. Projecten in deze subsidieronde moeten uiterlijk op 31 december 2026 starten. Ze kunnen 6 tot 12 maanden lopen. De regeling noemt geen tarieven of vergoedingsregels voor zorgverleners. Er is ook geen uitleg over hoe digitale diensten structureel vergoed worden binnen de reguliere zorgverzekering.

Privacy en gegevensbescherming: ZonMw vermeldt samenwerking met partijen als Digizo.nu en het Consortium Waardebepaling, maar geeft geen inhoudelijke eisen aan privacy of dataveiligheid voor projecten die zij subsidieert. Er is ook geen uitleg over hoe gebruik door jongeren hun persoonsgegevens raakt. Daarmee vormen deze documenten geen basis om uitspraken te doen over privacyrisico’s of over hoe persoonsgegevens van Gen Z in digitale zorgflows worden beheerd.

Voor de zorgpraktijk legt het programma nadruk op het verzamelen van bewijs en op de implementatie van bewezen werkwijzen. Dat roept beleidsvragen op over welke digitale oplossingen geschikt, veilig en effectief zijn en over hoe ze in bestaande zorgstructuren passen. Te volgen is de openstellingsronde tot 3 november 2026 en de projecten die daarna financiering krijgen: die moeten de ontbrekende antwoorden over privacy, vergoeding en praktijkinpassing gaan opleveren 1 januari 2025 – 31 december 2031.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.