0,4 procent: de Nederlandse economie groeide in het tweede kwartaal van 2026 ten opzichte van het eerste kwartaal, volgens de eerste raming van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Die groei kwam vooral door hogere uitgaven van huishoudens, die met 0,5 procent toenamen, en door 0,4 procent meer overheidsconsumptie, vooral aan zorg en lonen. Investeringen in vaste activa stegen 0,5 procent, terwijl de bouwinvesteringen daalden, en op jaarbasis was de economie 1,3 procent groter dan in het tweede kwartaal van 2025. De tweede, bijgewerkte raming publiceert het CBS op een later moment.
0,4 procent is de eerste kwartaal-op-kwartaalraming van het CBS en laat zien dat binnenlandse bestedingen vooral de motor waren van de groei.
Huishoudelijke consumptie nam met 0,5 procent toe, waarbij consumenten vooral meer uitgaven aan auto’s en aan voedings- en genotmiddelen lieten optekenen. De overheidsconsumptie steeg met 0,4 procent, grotendeels door hogere uitgaven aan zorg en aan lonen.
Investeringen in vaste activa klommen met 0,5 procent, vooral door meer aankopen van elektrotechnische apparatuur, terwijl investeringen in de bouw juist daalden.
De uitvoer van goederen en diensten steeg in het tweede kwartaal met 1,2 procent, maar de invoer nam harder toe met 1,4 procent, waardoor het handelsaldo een fractie daalde en de handelsbalans per saldo geen versterkend effect had op de kwartaalgroei.
Op sectorniveau leverde de bedrijfstak handel, horeca, vervoer en opslag de grootste bijdrage, met een stijging van 1,8 procent in de toegevoegde waarde. Ook de industrie droeg substantieel bij en realiseerde een groei van 1,5 procent, waarbij met name de machine-industrie en de aardoliegerelateerde activiteit aantrokken.
De arbeidsmarkt gaf gemengde signalen. Het aantal openstaande vacatures bedroeg aan het eind van het tweede kwartaal circa 375.000, ongeveer 3.000 minder dan een kwartaal eerder. In totaal waren er ongeveer 11,6 miljoen banen en lag het aantal werklozen rond 396.000, een afname van ongeveer 17.000 ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Het aantal kortdurend werklozen nam eveneens af naar ruim 331.000.
Het beeld staat niet op zichzelf in Europa: Eurostat publiceerde dat de economie van de eurozone in datzelfde kwartaal ook met 0,4 procent groeide. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen noemde het Nederlandse cijfer "toch wel aardig" en zei dat de gevreesde negatieve effecten van geopolitieke onrust tot nu toe beperkt zijn gebleven, omdat consumenten niet massaal de hand op de knip hebben gehouden.
Related Articles
- Economisch stoplicht op oranje: groei 0,1%
- Inflatie daalt naar 2,9% in juni, energie blijft duur
- Inflatie naar 2,9% na daling brandstofprijzen
Economie was op jaarbasis 1,3 procent groter. CBS publiceert later bijstelling.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.