3 procent: ABN Amro handhaaft de verwachting dat de Nederlandse huizenprijzen in 2026 met 3 procent stijgen. De bank zei op 2 juli 2026 dat koopstarters en huishoudens met hoge hypotheekschulden het hardst worden geraakt door hogere hypotheekrentes en historisch hoge prijzen. ABN Amro noemt terughoudende kopers en een aanbod dat, ondanks een stijging van bouwvergunningen, nauwelijks groeit als de drijvende factoren. De bank handhaaft ook een prognose van 4 procent voor 2027, een cijfer dat marktpartijen en beleidsmakers in hun plannen meewegen.
3 procent is het kwantitatieve anker in ABN Amro's beoordeling van de markt.
Waarom de markt afkoelt
ABN Amro legt de daling van het momentum vooral bij hogere hypotheekrentes, hoge koopprijzen en terughoudende kopers. Kopers reageren op duurder lenen door aankopen uit te stellen of kleinere huizen te zoeken. De bank signaleert dat het woningaanbod niet snel genoeg meegroeit, zelfs niet nu het aantal afgegeven bouwvergunningen stijgt.
De Nederlandsche Bank ziet dezelfde schets en geeft concrete oorzaken voor knelpunten in nieuwbouw. DNB wijst op hogere bouwkosten en hogere rentes als directe remmers voor projecten. Daarnaast noemt de bank stijgende materiaalprijzen, een tekort aan vakmensen en procedures zoals stikstofregelgeving die de bouwproductie belemmeren. Deze combinatie vertraagt de toevoer van nieuwe woningen en houdt de prijsdruk op bestaande voorraad in stand.
DNB waarschuwt daarnaast dat Nederlandse huishoudens relatief veel hypotheekschuld hebben. Een scherpe prijsdaling vergroot het risico dat huizen 'onder water' komen te staan, waarbij de resterende hypotheek hoger is dan de marktwaarde. Als beleidsmaatregel adviseert DNB onder meer een geleidelijke verlaging van de maximale financieringsruimte: als voorbeeld noemt de bank een verschuiving van 100 procent naar 90 procent van de woningwaarde om de lange termijnaanpak van betaalbaarheid te verbeteren.
Voor starters is de combinatie van hogere rentes en hoge prijzen pijnlijk zichtbaar. Praktische opties die vaak terugkomen zijn gemeentelijke startersleningen, hulp via schenken of familieleningen, en een geografische verschuiving in zoekgedrag richting omliggende gemeenten en kleinere steden.
Starters sparen vaker langer voor een buffer en wegen duurzaamheid en nieuwbouw zwaarder mee, omdat die woningen lagere energielasten en minder onderhoud vereisen.
Nieuwbouw heeft een aantrekkingskracht vanwege energiezuinigheid, maar vereist vaak geduld door lange opleveringsperiodes. Daardoor lossen nieuwe projecten de betaalbaarheidsdruk op korte termijn niet op. Marktanalisten en DNB wijzen erop dat de combinatie van vraagremmende factoren en structurele aanbodproblemen een dubbel risico schept: een kortetermijnafkoeling kan uitmonden in trager prijsherstel, terwijl te weinig nieuwbouw de betaalbaarheidsproblemen op middellange termijn in stand houdt.
Als reactie adviseren DNB en marktanalisten zowel vraagremmende als aanbodverhogende maatregelen. Dat betekent tegelijk ingrepen die de vraag stabiliseren en maatregelen die de bouw- en vergunningenketen ontlasten, zodat nieuwbouw weer kan aantrekken.
Related Articles
- Huizenprijzen 4,4% hoger in mei, stijging versnelt
- DNB: nieuw pensioen en 2,3% cao-loon per 1 juli
- 65.000 euro mogelijk kwijt na Knaken-uitval
Het meest concrete cijfer blijft ABN Amro's handhaving van 3 procent voor 2026, met een verwachte vervolgstijging van 4 procent in 2027. Oorspronkelijk gerapporteerd door vastgoedjournaal.nl.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.