32% van de pensioenregelingen was per 1 januari 2026 omgezet of voorzien van een nieuw contract. Sinds de vorige voortgangsrapportage stapten twaalf fondsen over, waarmee het totaal op 42 overgezette pensioenfondsen staat. Meer dan de helft van de Nederlanders bouwt inmiddels pensioen op volgens het nieuwe stelsel of ontvangt daar een uitkering op; het ministerie verwacht dat dat aandeel binnen ongeveer een halfjaar kan stijgen tot circa 96 procent. "We zijn hard op weg," zei minister Hans Vijlbrief. De transitie-einddatum blijft 1 januari 2028 en het ministerie noemt de komende anderhalf jaar cruciaal om alle resterende omzetwerkzaamheden tijdig en zorgvuldig af te ronden.

"We zijn hard op weg," zei minister Hans Vijlbrief.

Hoe ver is de transitie?

Op 1 januari 2026 was 32% van de regelingen omgezet of voorzien van een nieuw contract. Sinds de vorige rapportage stapten twaalf fondsen over, waarmee het totaal op 42 overgezette pensioenfondsen staat. Meer dan de helft van de Nederlanders bouwt inmiddels op volgens het nieuwe stelsel of ontvangt een uitkering op die grond. Het ministerie meldt dat pensioenen die al werden overgezet in het afgelopen jaar structureel verhoogd zijn.

Wie wordt direct geraakt?

Pensioenuitvoerders, werkgevers en ondernemingsraden dragen de meeste praktische taken bij de transitie. Verzekeraars en premiepensioeninstellingen moeten nog veel omzetwerk verrichten, werkgevers moeten reglementen en contracten aanpassen en ondernemingsraden moeten meekijken naar planning en communicatie. Voor deelnemers betekent de overgang dat hun pensioenregeling persoonlijker en transparanter moet worden. Het ministerie wijst ondernemingsraden aan als belangrijke toezichthouder op planning en communicatie richting medewerkers.

De resterende regelingen moeten uiterlijk voor de transitie-einddatum worden omgezet, omdat de minister geen aanleiding ziet die datum te verschuiven. Vooral werkgevers met een regeling bij een verzekeraar of bij een premiepensioeninstelling hebben volgens het ministerie nog veel werk te doen om tijdig over te gaan. De minister ziet op dit moment geen reden om de uiterste transitiedatum te verschuiven, die blijft 1 januari 2028.

De ondernemingsraad moet actief navragen hoe ver de werkgever is met de planning, welk type regeling gekozen wordt en hoe de communicatie naar medewerkers wordt georganiseerd. De OR moet scherp zijn op de gevolgen voor verschillende groepen werknemers en tijdig vragen om details over planning en gekozen regels, zodat medewerkers inzicht krijgen in wat er voor hen verandert. Tijdige communicatie is nodig zodat medewerkers weten wat er voor hen verandert.

Minister Hans Vijlbrief noemt de voortgang positief en benadrukt dat de komende anderhalf jaar cruciaal is om alle regelingen tijdig en zorgvuldig over te zetten. De voortgang wordt de komende tijd op verschillende momenten geëvalueerd om te beoordelen of aanvullende maatregelen nodig zijn om de transitie op schema te houden. De evaluaties moeten uitwijzen of er extra richtlijnen of aanwijzingen nodig zijn voor uitvoerders en werkgevers. En De minister stelt dat de komende anderhalf jaar bepalend is voor een zorgvuldige afronding.

Related Articles

De volgende concrete mijlpaal is de transitie-einddatum op 1 januari 2028; het ministerie verwacht dat binnen ongeveer een halfjaar circa 96 procent van de deelnemers onder het nieuwe stelsel valt.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.