Op een benzinepomp langs de snelweg, waar het prijsbord sinds juni iets minder snel omhoog ging, noteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat de inflatie in juni 2026 is gedaald naar 2,9 procent. Dat is minder dan de 3,5 procent in mei 2026 en komt overeen met de snelle raming die het CBS op 1 juli publiceerde. Consumentenprijzen waren in juni 0,6 procent lager dan in mei, vooral door minder sterke stijgingen bij motorbrandstoffen en lagere tarieven voor vakantiehuizen en hotels. De Europees geharmoniseerde inflatie voor Nederland viel terug naar 2,5 procent, terwijl de HICP in de eurozone uitkwam op 2,8 procent.

In het vroege kwartaalgevoel van juni rapporteerde het CBS dat de consumentenprijsindex voor juni 2026 uitkomt op 2,9 procent jaar-op-jaar. De CPI meet de prijsontwikkeling van een breed pakket goederen en diensten ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Het CBS benadrukte dat de uitkomst gelijk is aan de snelle raming van 1 juli 2026. Op maandbasis lagen de consumentenprijzen 0,6 procent lager in juni dan in mei 2026.

Brandstof en vakantieprijzen duwen omlaag

De grootste neerwaartse bijdrage kwam van motorbrandstoffen. Volgens het CBS waren motorbrandstoffen in juni 2026 nog 17,3 procent duurder dan in juni 2025, tegen 27,5 procent in mei 2026. Die vertraging in de stijging verlaagt het jaar-op-jaar cijfer aanzienlijk. Daarnaast drukten lagere prijzen voor accommodaties, waaronder vakantiehuizen en hotels, op de inflatie. Voor huishoudens betekent dit concreet dat tanken en sommige toeristische uitgaven deze maand minder sterk in prijs stegen dan in de voorgaande periode.

Cpi versus hicp en rekenwijzen

Het CBS publiceert zowel de nationale CPI als de Europees geharmoniseerde HICP. Voor Nederland daalde de HICP van 3,4 procent in mei naar 2,5 procent in juni. In de eurozone als geheel ging de HICP van 3,2 procent naar 2,8 procent in diezelfde periode. Het CBS merkt op dat prijsstijgingen voor energie, industriële goederen en voedingsmiddelen in Nederland in juni lager waren dan het gemiddelde in de eurozone.

Een wezenlijk verschil tussen CPI en HICP is de behandeling van wonen: de HICP houdt geen rekening met de kosten van het wonen in de eigen woning, terwijl de nationale CPI woonlasten meeneemt via de ontwikkeling van woninghuren. Het CBS meldt ook dat vanaf 2026 zowel de CPI als de HICP op een nieuw basisjaar zijn overgezet. Bij kortetermijnvergelijkingen waarschuwt het CBS voor seizoensinvloeden, zoals uitverkoop bij kleding, die tijdelijke prijsdalingen kunnen veroorzaken zonder dat dit een structurele trend betekent.

Related Articles

De inflatie, gemeten als CPI, was 2,9 procent in juni 2026; de belangrijkste neerwaartse bijdrage kwam van motorbrandstoffen. Oorspronkelijk gerapporteerd door cbs.nl.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.