Op straat in Amsterdam keek een winkelier deze maand naar zijn kassabon en merkte dat prijzen iets minder hard stegen. De snelle raming van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat de jaarinflatie in juni is teruggelopen naar 2,9 procent, tegen 3,5 procent in mei. Maand-op-maand lagen de prijzen in juni 0,6 procent lager dan in mei, een daling die het CBS toeschrijft aan seizoenseffecten zoals uitverkoopprijzen. De reguliere CPI-cijfers over juni werden op 7 juli vrijgegeven door het CBS.
Begin juli, toen de snelle raming verscheen, was meteen duidelijk dat de scherpe versnelling van de afgelopen maanden deels weer afzwakte. De door het CBS gerapporteerde jaarstijging van 2,9 procent volgt op 3,5 procent in mei. Volgens dezelfde raming was de HICP-inflatie voor Nederland 2,5 procent in juni, tegenover 3,4 procent in mei, een verschil dat deels uit methoden voortvloeit.
Wat zat achter de daling
De daling naar 2,9 procent is niet overal gelijk verdeeld. Energie en motorbrandstoffen waren in juni nog steeds duidelijk duurder dan een jaar eerder, met een stijging van circa 6 procent op jaarbasis, na een toename van 9,7 procent in mei. Diensten stegen met ongeveer 4,1 procent op jaarbasis, industriële goederen waren circa 0,7 procent duurder en voedingsmiddelen, dranken en tabak bleven vrijwel stabiel. Die samenstelling betekent dat huishoudens met hoge energierekeningen of een groot aandeel uitgaven aan diensten de afgelopen twaalf maanden relatief meer prijsdruk hebben ervaren dan huishoudens die vooral industriële goederen kopen.
Het CBS wees erop dat de maand-op-maandmutatie van -0,6 procent in juni deels samenhangt met seizoensinvloeden. Kledinguitverkoop en andere uitverkoopprijzen drukken normaal gesproken de maandstijging, en de snelle raming geeft nog geen volledig overzicht van alle CPI-subcategorieën. De gedetailleerde prijsontwikkelingen per bestedingscategorie zijn toegevoegd in de reguliere StatLine-publicatie die kort na de raming verscheen.
Voor de internationale vergelijking is het verschil tussen CPI en HICP belangrijk. De HICP houdt in Nederland geen rekening met het wonen in de eigen woning, terwijl de CPI dat wel doet via huurontwikkelingen. Daarom kan de HICP lager uitpakken dan de CPI. Eurostat-gegevens die in de berichtgeving zijn gebruikt vermelden dat de inflatie in het eurogebied in juni afkoelde naar 2,8 procent, zodat Nederland iets onder het eurozonegemiddelde stond op basis van de beschikbare ramingen.
Het CBS schakelde vanaf 2026 over op een nieuw basisjaar, van 2015=100 naar 2025=100. Die aanpassing verandert het indexniveau en vereist aandacht bij vergelijkingen met oudere reeksen. Verder speelde er een technische storing die tot uitstel leidde van sommige StatLine-publicaties, maar de snelle raming en de daaropvolgende reguliere cijfers werden alsnog gepubliceerd in het begin van juli.
Een externe factor die in recente berichtgeving is genoemd, zijn bewegingen op de energiemarkten na verscherpte geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten vanaf februari. Die prijsimpuls droeg in mei bij aan de tijdelijke stijging van de inflatie naar 3,5 procent, en de matiging in juni volgt deels op die eerdere prijspiek.
Related Articles
- Inflatie naar 2,9% na daling brandstofprijzen
- Economisch stoplicht op oranje: groei 0,1%
- Hoe inflatie werkt en waarom prijzen stijgen — Uitgelegd voor Nederlanders 2026
Kort en concreet: CPI jaar-op-jaar 2,9 procent in juni, maandmutatie juni-mei -0,6 procent en HICP 2,5 procent in juni. De reguliere CPI-cijfers over juni publiceerde het CBS op 7 juli. Oorspronkelijk gerapporteerd door cbs.nl.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.