Vrouwen verdienden in 2024 gemiddeld 10,5 procent minder per uur dan mannen. Vanaf 1 januari 2027 krijgen werknemers het recht om bij hun werkgever te vragen wat collega’s in vergelijkbare functies gemiddeld verdienen, uitgesplitst naar geslacht. Het wetsvoorstel is de Nederlandse uitwerking van de Europese Richtlijn beloningstransparantie 2023/970 en is ingediend door minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Werkgevers moeten vacatures bovendien een startsalaris of loonschaal vermelden en mogen sollicitanten niet langer vragen naar hun laatstverdiende salaris. De volgende stap is parlementaire behandeling; de eerste rapportageverplichtingen richten zich eerst op grotere werkgevers.

De kern van het wetsvoorstel is helder en drievoudig. Ten eerste krijgt iedere werknemer het recht om bij zijn of haar werkgever op te vragen wat het gemiddelde salaris is binnen de eigen functiegroep, uitgesplitst naar mannen en vrouwen. Ten tweede moeten vacatures een startsalaris of een loonschaal vermelden. En ten derde mogen sollicitanten niet langer worden gevraagd naar hun laatstverdiende salaris. Dat staat in de implementatiewet die minister Hans Vijlbrief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd als uitwerking van de Europese Richtlijn beloningstransparantie 2023/970.

Wat de cijfers zeggen

De maatregel rust op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS meldt voor 2024 een uurloonverschil van 10,5 procent in het voordeel van mannen. Binnen het bedrijfsleven loopt dat verschil op naar 14,5 procent. Het CBS en zijn hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen wijzen erop dat een groot deel van het verschil verklaard kan worden door factoren als functieniveau, sector en opleiding. Als voor die factoren wordt gecorrigeerd, blijft er volgens het CBS een onverklaard verschil van ongeveer 4 tot 6 procent over. Specifiek noemt het CBS een onverklaard verschil van gemiddeld 6,1 procent binnen het bedrijfsleven en 1,7 procent bij de overheid.

Die resterende onverklaarde verschillen zijn precies wat de richtlijn en nu het wetsvoorstel willen aanpakken. Mijn lees daarvan is dat de wet bedoeld is om werkgevers transparanter te maken over systematische pay gaps die niet direct met objectieve redenen te verklaren zijn. Transparantie is geen wondermiddel, maar zonder cijfers blijft elk gesprek over gelijk loon vaag.

Verplichtingen en praktische effecten voor werkgevers

Het voorstel legt verplichtingen op in fasen. Werkgevers met minimaal 150 werknemers krijgen de eerste rapportageplicht: zij moeten uiterlijk in 2028 rapporteren over het salarisjaar 2027. Werkgevers met 100 tot 150 werknemers volgen vanaf 2031. Voor grotere werkgevers gelden frequentere rapportages, en de uitsplitsing naar geslacht en functiegroep moet technisch mogelijk worden gemaakt.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt samen met werkgeversorganisaties en vakbonden om de methoden te ontwikkelen en administratieve lasten te beperken. De voorgestelde aanpak bouwt volgens het ministerie voort op bestaande salarisadministraties en belastinggegevens, zodat werkgevers niet een volledig nieuw systeem hoeven op te zetten.

Toch is er kritiek. VNO-NCW, MKB Nederland en AWVN wijzen op extra administratieve lasten en problemen bij het meenemen van secundaire arbeidsvoorwaarden en de uiteenlopende uren van uitzendkrachten. Zij vrezen ook reputatieschade wanneer cijfers verkeerd worden geïnterpreteerd. Minister Vijlbrief erkent de extra lasten, maar verdedigt het wetsvoorstel publiekelijk.

Hij zei onder meer, "Ik denk dat dit de eerste belangrijke stap is", en "Laten we niet allemaal bang zijn voor dingen, laten we proberen de loonkloof te dichten".

De Europese richtlijn voegt procedurele rechten toe. Werkgevers moeten informatie geven binnen een redelijke termijn; de richtlijn noemt een maximale reactietermijn van twee maanden. Werkgevers worden verder verplicht een objectief systeem voor functiewaardering en indeling te gebruiken, zodat beloningen beter toetsbaar worden. Werknemers krijgen zo de mogelijkheid om onverklaarde verschillen aan de orde te stellen bij hun werkgever of hun vakbond.

Related Articles

De volgende concrete stap is de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer. Als het voorstel wordt aangenomen treden de eerste wettelijke verplichtingen op 1 januari 2027 in werking. De eerste rapportageverplichtingen gaan vervolgens in voor de grootste werkgevers.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.