Meer dan 16 procent: zo veel kromp de opgebouwde aanspraak van een 35-jarige bij metaalfonds PMT in het eerste kwartaal. Voor een 65-jarige bleef de daling beperkt tot minder dan 2 procent, blijkt uit voorlopige kwartaalcijfers van PMT. De drie grote fondsen die per 1 januari naar het nieuwe stelsel zijn overgestapt, PFZW, PMT en bpfBOUW, vertegenwoordigen samen miljoenen deelnemers die daardoor direct gevoeliger zijn voor marktbewegingen. PMT rekent voorlopig dat ingegane pensioenen per 1 januari volgend jaar iets omlaag zouden moeten; het fonds zegt die mogelijke verlaging met een beperkte inzet van de solidariteitsreserve te kunnen opvangen zodat uitkeringen gelijk blijven. Definitieve besluiten volgen na de cijfers per eind september dit jaar.
De eerste kwartaalcijfers van PMT laten een scherpe leeftijdsafhankelijke beweging zien. Voor een 35-jarige deelnemer viel de waarde van de opgebouwde aanspraak met meer dan 16 procent terug. Voor een deelnemer van 65 jaar bleef de terugval beperkt tot minder dan 2 procent. Die uiteenlopende ontwikkeling laat zien hoe het nieuwe pensioensysteem risico's en rendementen anders verdeelt over leeftijden, aldus PMT.
PMT rekende op basis van voorlopige cijfers door en kwam tot de inschatting dat ingegane pensioenen per 1 januari volgend jaar met circa 0,4 procent zouden moeten dalen. Het fonds maakt direct de kanttekening dat die verlaging met een beperkte inzet van de solidariteitsreserve opgevangen kan worden, zodat de huidige uitkeringen gelijk blijven. PMT benadrukt dat het hier om een momentopname gaat en dat de uitkomst kan veranderen bij nieuwe cijfers.
Waarom de daling?
De fondsen wijzen twee oorzaken aan voor de tegenvallers die achter de cijfers schuilgaan. Ten eerste de oorlog in het Midden-Oosten, die marktonzekerheid verhoogde. Ten tweede een gedaalde rente. Door die lagere rente steeg de berekende kostprijs van toekomstig pensioen, omdat verplichtingen tegen een lager rendement moeten worden gedisconteerd.
Dat leidde tot een ongewone combinatie: over het hele eerste kwartaal behaalden fondsen nog wel bescheiden rendementen op hun beleggingen, maar de daling van de rente deed de berekende verplichtingen relatief sterker stijgen. Het effect van die renteontwikkeling is in het nieuwe stelsel groter dan voorheen, omdat aanspraken nauwer meebewegen met de financiële markten.
Wie voelt het en hoe erg?
De drie grote fondsen die op 1 januari het nieuwe stelsel invoerden, PFZW, PMT en bpfBOUW, vertegenwoordigen samen miljoenen deelnemers. Voor deelnemers varieert het effect sterk naar leeftijd. Jongere deelnemers, zoals de 35-jarige in PMT-voorbeeld, kunnen gedurende de komende decennia grotere schommelingen in hun opgebouwde aanspraken zien.
Dat komt doordat hun aanspraken langer aan marktrisico worden blootgesteld.
Deelnemers die dicht bij pensionering zitten lopen doorgaans minder risico. Fondsen investeren voor deelnemers die binnenkort uitkeringen krijgen vaak minder in risicovolle beleggingen. BpfBOUW meldt voor deelnemers vlak voor pensionering een daling van de verwachte uitkering van ongeveer 2 procent. PFZW zegt dat forse verhogingen van uitkeringen de komende jaren onwaarschijnlijk zijn, omdat beleggingsresultaten voortaan over meerdere jaren worden uitgesmeerd.
Niet alle fondsen publiceren evenveel detail. PMT gaf specifieke leeftijds- en procentcijfers en legde een berekening van de mogelijke 0,4 procent verlaging voor. PFZW en bpfBOUW delen in hun mededelingen minder concrete cijfers, waardoor externe waarnemers minder snel een volledig vergelijkend beeld kunnen vormen van de impact per fonds.
Meerdere fondsen wijzen erop dat er op dit moment voldoende buffers bestaan om onmiddellijke kortingen op uitkeringen te vermijden. De voorlopige cijfers zijn naar het oordeel van die fondsen nog geen definitieve maatstaf voor wat gepensioneerden in 2027 zullen ontvangen. De precieze beslissingen hangen af van de stand van zaken bij de kwartaal- en jaarafsluitingen die volgen.
De situatie illustreert ook waarom de overgang naar het nieuwe stelsel voor veel deelnemers meteen voelbare consequenties heeft. De koppeling aan markten maakt dat korte termijn schokken, zoals geopolitieke spanningen en rentebewegingen, sneller doorwerken in de berekening van opgebouwde aanspraken en van de kostprijs van toekomstige uitkeringen.
Voorlopig blijven de uitkomsten van PMT, PFZW en bpfBOUW deels uiteenlopen door verschillen in modellen, publicatieniveau en het gebruik van reserves. Dat maakt het voor beleidsmakers en deelnemers lastiger om één eenduidig cijfer te noemen voor de beweging van pensioenaanspraken in het eerste kwartaal.
Voor deelnemers geldt nu vooral dat hun opgebouwde waarden in korte periodes kunnen schommelen. Voor degenen met al ingegane pensioenen betekent de situatie minder directe pijn, omdat fondsen mogelijkheden hebben om kleine negatieve uitkomsten met reserves op te vangen, zoals PMT nu aangeeft.
Related Articles
- 12% Russisch LNG nog in Nederlandse import
- 3 stappen: De Boer wil Groningen open en kerncentrales
- SHEIN vs Temu: duizenden foto's, miljoenenpond tegenvordering
Definitieve gevolgen voor pensioenuitkeringen in 2027 worden vastgesteld op basis van de cijfers per eind september van dit jaar; daarna beslissen de fondsen over de inzet van reserves of mogelijke aanpassingen van uitkeringen.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.