In een vol notariskantoor in Amsterdam sorteerden medewerkers stapels nalatenschapsdossiers en sprak iedereen over hetzelfde onderwerp: erfbelasting. Het Centraal Planbureau toont dat een meerderheid van Nederlanders hogere tarieven wil, terwijl circa 12 procent pleit voor afschaffing, en de opbrengst van de erfbelasting in 2022 uitkwam op ongeveer €2,4 miljard. De discussie raakt vooral huiseigenaren en huishoudens met substantieel vermogen, omdat nalatenschappen door stijgende huizenprijzen en vergrijzing groter worden. Het CPB levert cijfers die Kamerleden en het kabinet kunnen gebruiken bij toekomstige debatten, en recente jurisprudentie voegt een praktische dimensie toe.
In dezelfde zaal legde een notaris een stapel aangiften op tafel en wees erop dat veel dossiers geen aangifte erfbelasting nodig hebben. Het Centraal Planbureau constateert dat ongeveer 35 procent van de overledenen een aangifte doet, en dat die aangiften naar schatting betrekking hebben op nalatenschappen die samen ongeveer 75 procent van het nagelaten vermogen vormen.
Het CPB en het Centraal Bureau voor de Statistiek tonen dat het totaal nagelaten vermogen tussen 2013 en 2022 met ongeveer €10 miljard is gestegen. Voor de schatkist was de ontwikkeling voelbaar: de geïnde erfbelasting nam in die periode met ongeveer €1 miljard toe, tot circa €2,4 miljard in 2022. De gemiddelde belastingdruk op erfenissen lag rond de 10 procent, aldus het CPB.
De huidige tariefstructuur bepaalt wie betaalt. Voor 2026 gelden tariefklassen die neerkomen op 10 tot 20 procent voor partners en kinderen, en 30 tot 40 procent voor overige verkrijgers. Vrijstellingen verschillen sterk naar relatie. Een overzichtsbron uit juni 2026 noemt de partnervrijstelling rond €804.698 en vrijstellingen voor kinderen en kleinkinderen rond €26.230. Doordat veel nalatenschappen onder deze vrijstellingen blijven, blijft een meerderheid van nalatenschappen zonder aangifte.
Schenkingen droegen ook bij aan hogere opbrengsten. De opbrengst van de schenkbelasting verdubbelde in de onderzochte periode van circa €400 miljoen naar ongeveer €800 miljoen, mede door een toename van grote eenmalige schenkingen. De zogenaamde jubelton, een belastingvrije schenking rond €100.000 die ouders aan kinderen konden doen, droeg aan die stijging bij maar werd in 2024 afgeschaft.
Publieke voorkeuren en rechtsontwikkeling
Het CPB peilde ook publieke voorkeuren en vond een duidelijk patroon: mensen willen hogere tarieven naarmate erfenissen groter zijn. De antwoorden lopen vooral bij zeer hoge nalatenschappen sterk uiteen.
CPB-onderzoeker Céline van Essen zei: "over de hele lijn zien we dat bij grotere erfenissen mensen aangeven dat die zwaarder belast moeten worden", en ze voegde toe dat kennis over de regeling voorkeuren kan verschuiven.
Het CPB maakt nadrukkelijk geen beleidsaanbeveling, maar levert wel materiaal dat het publieke debat voedt. Het rapport koppelt opvattingen over erfbelasting aan opvattingen over ongelijkheid en succes: wie succes vooral aan eigen inzet toeschrijft is vaker tegen lagere erfbelasting, terwijl wie succes meer ziet als product van geluk of ongelijkheid vaker voor hogere heffingen stemt.
De juridische praktijk laat ook beweging zien. Op 18 juni 2026 oordeelde de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat de vrijval van een lijfrenteverplichting door overlijden kan leiden tot een fictieve verkrijging die onder de erfbelasting valt. De rechtbank handhaafde daarmee een aanslag erfbelasting omdat de waardestijging van aandelen als rechtstreeks gevolg van de vrijval door overlijden werd gezien. De rechtbank vond dat artikel 13a van de Successiewet 1956 ook in niet-misbruiksituaties van toepassing kan zijn. Voor notarissen en erfgenamen betekent dit dat sommige waardestijgingen bij overlijden belastbaar kunnen zijn, ook als er geen sprake is van belastingontwijking.
De combinatie van hogere vermogens, ruime vrijstellingen en deze jurisprudentie maakt erfbelasting en schenkbelasting tot actuele dossiers voor het kabinet en de Tweede Kamer. Dat geldt zowel voor de opbrengsten voor de schatkist als voor de politieke discussie over draagkracht en ongelijkheid.
Related Articles
- Koopwoningprijzen +4,4% maar markt is duidelijk afgekoeld
- 38% van huishoudens zegt moeilijk rond te komen
- Huizenprijzen 4,4% hoger in mei, stijging versnelt
Het concrete cijfer is helder: de geïnde erfbelasting bedroeg circa €2,4 miljard in 2022. Oorspronkelijk gerapporteerd door NOS.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.