De Nederlandse industrie moet in de komende 15 jaar ongeveer 44 megaton CO2 per jaar terugdringen. Vrijwel de volledige kosteneffectieve route daarvoor hangt af van grootschalige CO2- en waterstofinfrastructuur die er nog niet is. Dat is de hoofdconclusie van een PwC-analyse die Gasunie op 10 juli 2026 publiceerde. PwC zet de 44 Mton uiteen: 21 Mton via CO2-afvang en -opslag, waarvan circa 18 Mton samenhangt met koolstofarme blauwe waterstof; daarnaast ongeveer 9 Mton uit verduurzaming van staalproductie, 6 Mton door inzet van hybride boilers en circa 4 Mton uit groen gas en directe elektrificatie. De studie vergelijkt technieken zonder rekening te houden met overheidssteun.

PwC bracht proces voor proces in kaart welke maatregel het goedkoopst is, maar sloot subsidies en andere steun uit om een zuivere vergelijking mogelijk te maken. Dat levert een overzicht dat beleidsmakers en bedrijven houvast kan geven over waar publieke middelen het meest effectief inzetbaar zijn, volgens Gasunie.

Drie dominante routes

De analyse identificeert drie dominante paden naar die 44 Mton. Ten eerste, CO2-afvang en -opslag is de grootste enkele maatregel en staat voor 21 Mton per jaar. Binnen die categorie speelt blauwe waterstof een hoofdrol: PwC rekent ongeveer 18 Mton toe aan processen die via koolstofarme blauwe waterstof worden ontlast. Ten tweede, verduurzaming van de staalproductie wordt geschat op ongeveer 9 Mton per jaar. Ten derde, hybride boilers kunnen circa 6 Mton per jaar besparen door tijdens uren met goedkope stroom op elektriciteit te draaien en op hogere prijzen terug te vallen op waterstof of groen gas. Biomethaan en directe elektrificatie vullen het plaatje aan; biomethaan is volgens de studie vooral geschikt voor kleinere bedrijven met minder geconcentreerde uitstoot.

PwC benadrukt dat sectorspecifieke kenmerken bepalen welke route kosteneffectief is. Voor sectoren met geconcentreerde en intensieve uitstoot is CCS op korte termijn vaak de enige haalbare en betaalbare optie. Voor minder intensieve producenten kunnen groen gas en directe elektrificatie aantrekkelijker zijn.

Impact op bedrijven en beleid

De uitkomsten raken directe industriële grootverbruikers, toeleveranciers en regio's met zware industrie. PwC en Gasunie wijzen erop dat de industrie goed is voor circa 12 procent van het Nederlandse bbp en werk biedt aan honderdduizenden mensen. Netcongestie, hoge energiekosten en sterke buitenlandse concurrentie dwingen bedrijven nu al om investeringen uit te stellen, wat de uitvoering van verduurzamingsplannen bemoeilijkt.

Gasunie publiceerde de studie met het doel het debat over de route naar klimaatneutraliteit in 2050 te voeden. De rapporteurs noemen meerdere beleidsaanpakken die nodig zijn om bedrijven tot uitvoering te bewegen: het beperken van investeringsrisico's rond aanleg van infrastructuur voor waterstof en CO2, ondersteuning van de introductie en opschaling van blauwe waterstof, en het versnellen van de uitrol van hernieuwbare elektriciteit en groen gas.

Gasunie noemt tijdige beschikbaarheid van infrastructuur een absolute randvoorwaarde om de kosteneffectieve routes daadwerkelijk realiseerbaar te maken.

Het rapport houdt geen rekening met overheidssubsidies of steunmaatregelen. Daarmee biedt het een basis om te beslissen waar publieke en private middelen het beste kunnen worden ingezet, aldus Gasunie. PwC's aanpak, proces voor proces, moet bieden welke technieken technisch en economisch het meest logisch zijn zonder de invloed van tijdelijke steun te vermengen.

De studie noemt geen concrete datums of een stappenplan voor beleidsbesluiten. Wel eindigt het met beleidsgerichte aanbevelingen om investeringsrisico's te verkleinen en infrastructuurontwikkeling te versnellen.

Related Articles

PwC rekent 21 Mton toe aan CO2-afvang en -opslag, waarvan circa 18 Mton samenhangt met koolstofarme blauwe waterstof. Rapport gepubliceerd 10 juli 2026. Bron: gasunie.nl.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.