Nederland krijgt er binnenkort minstens zeven megadatacentra bij. Dat gebeurt ondanks een motie van de Tweede Kamer die de bouw van zulke grote datacentra wil stoppen. De vergunningen zijn voor deze projecten al bijna allemaal verleend.

Datacentra die het stroomnet zwaar belasten

Datacentra spelen overal ter wereld een belangrijke rol in onze digitale economie. In Nederland telt het aantal hyperscale-datacentra, enorme gebouwen die data van grote bedrijven als Microsoft en Google opslaan, nu drie. Maar dat aantal groeit snel. De nieuwe megacentra zijn zo groot dat hun jaarlijks stroomverbruik vergelijkbaar is met dat van meer dan 200.000 huishoudens.

Volgens de branchevereniging Dutch Datacentra Association (DDA) gaat de bouw van minstens zeven hyperscale-datacentra door, zo meldde Nieuwsuur. Een groot deel van die projecten heeft al de benodigde vergunningen binnen. Dat betekent dat het Kamerbesluit om de bouw te stoppen te laat komt voor deze nieuwe centra.

Datacentra zijn nu al verantwoordelijk voor ongeveer 5 procent van het totale energieverbruik in Nederland. Netbeheerders verwachten dat dat aandeel de komende jaren zal verdubbelen. Het groeiende energieverbruik komt bovenop een stroomnet dat al onder druk staat vanwege de energietransitie en toenemende vraag vanuit andere sectoren.

Politiek verzet en vergunningen die niet meer te stoppen zijn

In maart uitte Pieter Grinwis van de ChristenUnie harde kritiek in de Tweede Kamer. Hij vroeg zich af waarom het moeilijk is om woningen te bouwen en bedrijven te verduurzamen, terwijl grote Amerikaanse techbedrijven als Microsoft vrij spel krijgen om een datacentrum te bouwen in Amsterdam.

"Hoe is dit mogelijk?" vroeg hij zich af.

De Kamer nam kort daarna een motie aan om de bouw van hyperscale-datacentra te stoppen. Maar die motie geldt niet voor projecten waarvan de vergunningen al zijn verleend. Dat is het geval bij de zeven nieuwe megacentra, waaronder de hyperscale in Amsterdam en die in Lelystad.

De regels werden in 2022 aangescherpt door het kabinet-Rutte IV. Hyperscale-datacentra mochten toen maximaal 10 hectare groot zijn en een stroomaansluiting van 70 megawatt krijgen. Bovendien werd vastgelegd dat ze alleen nog in drie regio’s mochten komen: de Groningse Eemshaven, Schiphol en de Kop van Noord-Holland (gemeente Hollands Kroon). Maar Lelystad en Amsterdam vallen daar niet onder.

Regionale weerstand en toekomstige plannen

Vier van de nieuwe hyperscales liggen rond Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer. Dit gebied is al druk met meer dan dertig kleinere en grotere datacentra. Bewoners maken zich zorgen over de impact op hun leefomgeving. Ze vinden de gebouwen te groot en lelijk, en vrezen dat het stroomnet nog zwaarder wordt belast.

De komst van twee nieuwe datacentra in Haarlemmermeer stuit op steeds meer verzet van bewoners en lokale politici. Toch liggen de vergunningen voor deze vier hyperscales rond Schiphol al klaar. Het is aan de nieuwe minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om te beslissen of de bouw van nog meer datacentra, waar vergunningen nog niet zijn verleend, wordt tegengehouden.

Naast de zeven bijna vergunde megacentra zijn er plannen voor nog eens vier hyperscales. Of deze projecten doorgaan, hangt af van de politieke keuzes in Den Haag en de regionale weerstand.

De economische en ecologische balans

Datacentra zijn de ruggengraat van onze digitale samenleving. Ze zorgen ervoor dat data snel toegankelijk is en dat bedrijven online kunnen blijven draaien. Maar de keerzijde is het enorme energieverbruik en de druk op het Nederlandse stroomnet.

De overheid zet zich in om de bouw van hyperscale-datacentra beter te reguleren. De beperking van het oppervlak en het stroomverbruik moet helpen om de groei beheersbaar te houden. Maar de bestaande vergunningen maken het lastig om nieuwe projecten te blokkeren.

En dat terwijl de druk op het stroomnet blijft toenemen, mede door de energietransitie. Zonne- en windenergie zijn niet altijd beschikbaar, en het net moet vaker worden uitgebreid. Sommige gemeenten willen daarom liever inzetten op kleinere, energiezuinigere datacentra dichter bij bedrijven en woningen.

Er zijn voorlopig geen tekenen dat de bouw van hyperscale-datacentra zal stoppen. De vraag naar digitale opslag en snelle verbindingen blijft stijgen, vooral door cloudcomputing, streaming en dataverkeer. Nederland blijft aantrekkelijk voor techbedrijven vanwege de ligging en infrastructuur.

Related Articles

Hoe minister Elanor Boekholt-O'Sullivan straks met de motie omgaat, kan het verschil maken tussen verdere groei of een rem op de hyperscale-datacentra. Voorlopig blijft de bouw van minstens zeven megacentra doorzetten, ondanks het politieke verzet en de zorgen van omwonenden.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.