Bijna twee derde van Nederlandse bedrijven heeft last van personeelstekort, maar in plaats van hogere lonen kiezen veel ondernemers nu voor automatisering en AI. Het Centraal Bureau voor de Statistiek ziet dat voor bijna de helft van de ondernemingen met een tekort, ongeveer 30 procent van alle bedrijven, het inzetten op robotisering en AI de belangrijkste maatregel is. Een enquête onder financiële leiders van Pleo laat zien dat 54 procent van bedrijven AI verkiest boven het aannemen van nieuw personeel vanwege stijgende loonkosten. De omslag belooft productiviteitswinst, maar ook implementatierisico's en een grotere kloof tussen grote en kleine bedrijven.

Grote ondernemingen zetten ongeveer twee keer vaker in op automatisering dan kleine bedrijven, terwijl kleine bedrijven vaker productie beperken of minder opdrachten aannemen.

Die tegenstelling is centraal voor de manier waarop Nederland met krapte op de arbeidsmarkt omgaat. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek reageert een substantieel deel van bedrijven op tekorten door structureel in technologie te investeren. Voor bijna de helft van de ondernemingen die een personeelstekort ervaren is sterker inzetten op automatisering de belangrijkste maatregel om capaciteitstekorten op te vangen. In absolute termen komt dat neer op ongeveer 30 procent van alle bedrijven.

Waarom bedrijven vaker voor automatisering kiezen

De verschuiving is geen toeval. Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, verklaart dat het aantrekkelijker maken van arbeidsvoorwaarden vorig jaar nog de meest gebruikte maatregel was, maar die route snel zijn effect verloor zodra concurrenten hetzelfde boden. Salariskosten en hogere secundaire arbeidsvoorwaarden maken het voor veel ondernemers minder haalbaar om puur via loonconcurrentie personeel te vinden. Dat is precies waarom automatisering aantrekkelijker wordt: het beperkt de directe loonkosten en kan tegelijkertijd administratieve lasten verminderen.

De Pleo-enquête onder financiële leiders bevestigt die afweging. Volgens Pleo geeft 54 procent van de Nederlandse bedrijven aan eerder voor AI te kiezen dan voor het aannemen van nieuwe werknemers vanwege stijgende salariskosten en hogere secundaire arbeidsvoorwaarden. Financiële teams zien AI niet alleen als een kostenremmer. Pleo rapporteert dat organisaties waar financiële teams door automatisering meer strategisch kunnen werken 177 procent meer kans hebben op goed inzicht in hun financiële processen. Toch gebruikt slechts 24 procent van de Nederlandse financiële leiders AI regelmatig voor strategisch denken, een aanwijzing dat veel organisaties nog in een beginfase van adoptie zitten.

De beweging naar automatisering brengt operationele risico's mee. In de Pleo-enquête zegt 58 procent van de bedrijfsleiders dat het makkelijker is om AI in te zetten dan om werknemers te motiveren, en dat aandeel loopt op tot 82 procent bij bedrijven die AI al intensief gebruiken. Maar veel respondenten rapporteren digitale rompslomp: 42 procent grijpt terug op traditionele tools zoals spreadsheets vanwege digitale overload, en 45 procent vindt dat hun organisatie te veel verschillende softwareoplossingen gebruikt.

Die versnippering heeft concrete kosten. Respondenten melden dat werknemers gemiddeld 125 uren per jaar kwijt zijn aan het schakelen tussen niet-geïntegreerde systemen. Als AI-oplossingen slecht worden ingebed, kan die beloofde efficiëntiewinst grotendeels teniet worden gedaan. Søren Westh-Lonning, CFO van Pleo, waarschuwt tegen blindelingsere adoptie van AI en benadrukt dat technologie mensen moet versterken en niet klakkeloos vervangen. Die waarschuwing raakt twee punten tegelijk: de technologische belofte en de praktische uitvoering.

Daarnaast werkt de keuze voor automatisering ongelijk. Grote bedrijven en ondernemingen in de sector informatie en communicatie voeren de omslag het vaakst door. Zij hebben vaker het kapitaal en de schaal om AI-gedreven oplossingen uit te rollen. Kleine en middelgrote ondernemingen ervaren andere restricties. Zij hebben vaak onvoldoende kapitaal om grootschalig te automatiseren en kiezen daarom eerder voor organisatorische aanpassingen, productiebeperkingen of het aannemen van minder opdrachten. Daarmee groeit het risico op een tweeledig bedrijfslandschap: aan de ene kant kapitaalkrachtige spelers die productiviteit op technologiebasis verhogen, aan de andere kant kleinere bedrijven die zich terugtrekken of krimpen.

De CBS-data tonen ook dat ruim driekwart van ondernemers stappen zet om de arbeidsproductiviteit te verhogen, met name door technologische investeringen en efficiëntere processen. De informatie- en communicatiesector laat de sterkste stijging in automatiseringskeuzes vergeleken met een jaar eerder. Dat onderstreept dat de keuze voor automatisering niet uitsluitend een reactieve kostenbeweging is, maar deel uitmaakt van een bredere productiviteitsagenda.

Er is een duidelijk tegenargument. Critici wijzen erop dat automatisering de korte termijn kan redden maar op langere termijn sociale en organisatorische kosten kan creëren: het wegnemen van werkgelegenheid voor laaggeschoolde functies, verhoging van ongelijkheid tussen bedrijven en de focus op korte termijn kostenbesparing boven investeringen in menselijk kapitaal. Die kritiek is in de onderzoeksresultaten herkenbaar, vooral waar digitale rompslomp en slechte integratie de verwachte voordelen ondermijnen. De centrale vraag voor beleidsmakers en bedrijfsleiders is daarom niet alleen of ze automatiseren, maar hoe ze automatiseren: met integratieplannen, opleidingen en een oplossingsstrategie die menselijke capaciteit versterkt in plaats van vervangt.

Related Articles

Werknemers verliezen naar schatting gemiddeld 125 uur per jaar aan het schakelen tussen niet-geïntegreerde systemen; dat ene cijfer bepaalt of automatisering echt tot efficiëntiewinst leidt.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.