Meer dan een miljard euro aan verwachte schulden staat haaks op een boedel met nauwelijks realiseerbare activa, schrijft curator Wouter Jongepier. Het tweede faillissementsverslag, openbaar op 22 juni 2026, zegt dat Tennor Holding praktisch een juridische lege huls bleek te zijn. De Belastingdienst vroeg het faillissement aan, dat op 17 juni 2025 werd uitgesproken, en in de papieren komt een belastingschuld van ruim 5,3 miljoen euro naar voren. Totdat de curator volledige toegang krijgt tot de administratie blijft de verwachting van meer dan een miljard euro de belangrijkste maatstaf voor de omvang van het faillissement.
De curator trof een juridische lege huls aan terwijl hij meer dan een miljard euro aan gezamenlijke verplichtingen verwacht. Dat contrast vormt de kern van het tweede faillissementsverslag van Wouter Jongepier, dat op 22 juni 2026 openbaar werd gemaakt. Tennor Holding, lang geassocieerd met Lars Windhorst en bekend als kapitaalmachine via onder meer obligatie-uitgiftes, bleek volgens het verslag weinig tot geen bedrijfsvoering te hebben en weinig realiseerbare activa in de boedel.
Wat de curator rapporteert
Jongepier noemt expliciet een verwachting van "meer dan een miljard" aan gezamenlijke verplichtingen, terwijl de boedel vooralsnog weinig liquide middelen bevat. Het verslag vermeldt ook een belastingschuld van ruim 5,3 miljoen euro die uit de papieren naar voren komt. Die posten staan tegenover aanspraken en verplichtingen binnen de Tennor-structuur die nog geverifieerd moeten worden, wat de hoge schuldenschatting verklaart.
De curator schrijft dat hij na ruim een jaar nog altijd wacht op toegang tot de volledige administraties van de vennootschap. Die gebrekkige inzage vertraagt onderzoek en vermogensreconstructie en bemoeilijkt de uiteindelijke boedelverdeling richting schuldeisers. Bovendien meldt Jongepier dat hij een betaling als paulianeus heeft aangemerkt en heeft vernietigd, een stap die direct invloed kan hebben op de verdeling van middelen onder crediteuren.
Het verslag beschrijft verder dat Tennor eerder betalingsregelingen met schuldeisers trof die later werden geschonden. Volgens de bestuurder was de onderneming ten tijde van het faillissement grotendeels afgewikkeld of ondergebracht in andere groepsstructuren. Dat maakt het lastiger om te bepalen welke vorderingen reëel zijn en welke claims voortkomen uit verplaatste of opgeheven entiteiten.
Risico voor vertrouwen in toezicht en accountantspraktijk
Toezicht en accountantspraktijk vormen een duidelijk tweede thema in het verslag. De Autoriteit Financiële Markten, AFM, had Tennor en de activiteiten van Lars Windhorst al in het vizier.
De curator merkt op dat betrokken controlepraktijken tekortschoten bij de uitvoering van wettelijke controles.
Het kleinere accountantskantoor FSV Accountants + Adviseurs, dat bij Tennor betrokken was, heeft zijn Wta-vergunning ingeleverd. Tijdens een zitting bij de Accountantskamer bleek het controledossier opvallend leeg, terwijl er volgens het verslag signalen waren van verhoogde fraude-, integriteits- en continuïteitsrisico's. De tuchtrechter legde de betrokken registeraccountant een doorhaling van zijn registratie op voor twee jaar.
Die bevindingen raken breder dan de afwikkeling van één faillissement. Als controledossiers leeg zijn terwijl er risico-indicatoren waren, wakkert dat vragen aan over de kwaliteit van controles en over de manier waarop risico's in vergelijkbare constructies worden beoordeeld. Voor crediteuren betekent dat onzekerheid over of zij correct zijn geïnformeerd voordat ze leningen verstrekt of betalingsregelingen getroffen hebben.
Het verslag signaleert ook grensoverschrijdende complicaties. Er zijn aanwijzingen dat onderliggende entiteiten waren afgewikkeld of verplaatst binnen groepsstructuren, en bestuurders en belanghebbenden meldden complexere vermogensverhoudingen en grensoverschrijdende bankrelaties. De curator wijst op problemen bij het uitboeken van verschuldigde bedragen vanaf een Zwitserse bankrekening; de bestuurder gaf dat als verklaring voor het niet-naleven van eerder gemaakte afspraken met de fiscus.
Het faillissement zelf werd uitgesproken op 17 juni 2025, op verzoek van de Belastingdienst. Diezelfde Belastingdienst figureert ook als directe crediteur in de stukken. Totdat Jongepier volledige toegang heeft tot de administratie blijft onduidelijk welke schuldeisers voorrang hebben en hoeveel er onherroepelijk kan worden uitgekeerd.
Related Articles
- 1 miljoen huiseigenaren riskeren verlies van renteaftrek
- Hypotheekrenteaftrek: 30 jaar of maandelijkse teruggave
- BTW: 21%, 9% of 0%, wanneer welk tarief geldt
De curator noemt "meer dan een miljard" als voorlopig referentiepunt. Het faillissement van Tennor Holding werd op 17 juni 2025 uitgesproken; pas na volledige inzage in de administratie kan Jongepier de rangorde van schuldeisers vaststellen en een realistische opbrengstprognose geven.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.