Het extreemste klimaatrampenscenario is naar de achtergrond geschoven; voortaan geldt SSP3-7.0 als het meest representatieve hoge-emissiescenario. Dat betekent niet dat het probleem is opgelost: onderzoekers waarschuwen dat SSP3-7.0 nog steeds grote gevolgen heeft en dat de strengste klimaatgevolgen onder huidige trends onwaarschijnlijk blijven. Huishoudens in laaggelegen gebieden, kustgemeenten en sectoren die van waterbeheer afhangen krijgen hogere kosten en meer risico's voor infrastructuur. De aangepaste scenario's moeten worden verwerkt in het volgende IPCC-rapport, de eerstvolgende concrete stap voor onderzoekers en beleidsmakers.

De nieuwe koers in klimaatmodellering trekt een duidelijke grens met de oude worstcases. Wetenschappers hebben het extreem warme pad dat tot nu toe bekendstond als SSP5-8.5, en dat leidde tot projecties van ongeveer 4-6 graden opwarming tegen 2100, naar de achtergrond geschoven. In plaats daarvan geldt nu het scenario SSP3-7.0 als het meest representatieve hoge-emissiescenario, met projecties rond 3,5 graad opwarming tegen het einde van deze eeuw.

De verklaring voor die verschuiving is deels praktisch en deels empirisch. Technologische ontwikkelingen, zoals goedkopere zonne-energie, windstroom en elektrische voertuigen, maken de aannames achter het meest extreme fossiele pad minder plausibel. Ook wijkt de recente praktijk van energieontwikkeling af van de oude worst-case-aannames, zeggen de onderzoekers. Dat verandert de plausibiliteit van modellen, maar het verandert de uitkomst niet wezenlijk: hogere temperaturen blijven een reëel risico als de wereld onvoldoende emissies terugdringt.

Wat verdwijnt en wat komt terug

De herijking raakt zowel de warmste als de minst warme varianten uit eerdere IPCC-analyses. Het meest extreme scenario, SSP5-8.5, werd tot nu toe vaak gebruikt om de uiterste risico's te illustreren. Volgens de recente aanpassing is dat scenario minder geloofwaardig als representatief hoog-emissiescenario. Tegelijkertijd verdwijnt ook het uiterst gunstige lage-emissiescenario uit de reeks, wat betekent dat het IPCC de kans om onder 1,5 graad te blijven nu als onwaarschijnlijker beschouwt.

Detlef van Vuuren, die een belangrijke rol speelde bij het opstellen van de nieuwe scenario's, benadrukt dat het nieuwe scenario niet gering is. Van Vuuren zegt expliciet dat het nieuwe scenario "ook nog steeds enorme gevolgen" heeft en dat, bij onvoldoende emissiereductie, hogere temperatuurwaarden alsnog kunnen optreden maar later dan in het oude worst-casemodel.

Tot dusverre is de aarde ongeveer 1,4 graad Celsius opgewarmd ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Die huidige opwarming, samen met toekomstige uitstootpatronen en de klimaatgevoeligheid van systemen, bepaalt nog steeds de verdere opwarmingsbaan deze eeuw.

Economische en bestuurlijke consequenties

De wijziging van scenario's heeft directe consequenties voor financiën en planning. Huishoudens in laaggelegen gebieden en kustgemeenten staan voor hogere kosten en grotere risico's door verwachte zeespiegelstijging en meer extreem weer. Lokale infrastructuur, waterbeheer en landbouw zullen vaker worden getroffen door hittegolven, droogtes en extreme neerslag.

Dat vertaalt zich in lokale economische schade en herstelkosten voor gemeenten en regio's.

Overheden en waterschappen krijgen hogere investeringsvragen voor dijken en kustbescherming voorgeschoteld. In het realistischer geachte SSP3-7.0 is het vermogen tot aanpassing tevens beperkter. Het scenario gaat uit van geopolitieke fragmentatie, trage technologische ontwikkeling en beperkte internationale samenwerking. Daardoor lopen sommige landen en regionale economieën grotere risico's, omdat de mogelijkheden voor grootschalige, gecoördineerde aanpassing en financiering afnemen.

Ook sectoren die afhankelijk zijn van robuiele infrastructuur en waterhuishouding, zoals landbouw en stedelijk beheer, zien de kans op herhaalde schade en hogere beheerskosten toenemen. In beide scenario's neemt het aantal hittegolven, droogtes en extreme neerslag toe, met gevolgen voor oogsten, stedelijke waterafvoer en lokale economieën. De specifieke timing en omvang van die effecten hangen af van emissiebanen en regionale gevoeligheden.

Onderzoekers wijzen erop dat de herijking vooral een aanpassing in de plausibiliteit van modellen is, en niet een verbetering van het klimaatvooruitzicht. Beide bronnen die de wijziging beschrijven zijn het eens over het schrappen van het warmste model en over het belang van SSP3-7.0, maar details over timing en de exacte rol van de nieuwe scenario's in de komende IPCC-publicatie blijven summier. Er is geen expliciete releasedatum of mijlpalenkalender genoemd voor de integratie in het officiële VN-rapport.

Voor beleidsmakers betekent dit dat investeringskeuzes en aanpassingsplannen niet kunnen steunen op de gedachte dat het ergste scenario van tafel is zonder verdere actie. De nieuwe scenario's geven wel een ander raamwerk om kosten en risico's te becijferen, en om prioriteiten te stellen tussen mitigatie en adaptatie.

Related Articles

De aangepaste scenario's worden gebruikt bij het opstellen van het volgende IPCC-rapport, en die integratie is de eerstvolgende concrete stap waar klimaatresearchers en beleidsmakers op letten.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.