Huishoudens en publieke budgetten staan onder druk omdat de uitgaven aan gezondheidszorg in 2025 met 6,1 procent stegen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt dat de totale zorguitgaven uitkwamen op 120,2 miljard euro, 6,9 miljard meer dan in 2024. Die uitgaven beslaan 10,2 procent van het bbp, een stijging ten opzichte van 10,1 procent een jaar eerder, en de cijfers volgen de internationale definitie van Eurostat, de OESO en de WHO. Later dit jaar publiceert het CBS uitgebreidere cijfers inclusief welzijnsdiensten wanneer aanvullende bronnen zijn verwerkt.

De stijging duwt de totale zorgrekening naar 120,2 miljard euro, omdat zowel publieke uitgaven als directe eigen betalingen zijn toegenomen, aldus het CBS.

Waar gaat het geld naartoe

Het grootste deel van de gezondheidszorguitgaven in 2025 ging naar geneeskundige zorg. Langdurige zorg voor de gezondheid nam een substantieel deel voor haar rekening en uitgaven aan genees- en hulpmiddelen vormden een andere belangrijke post. Binnen die onderdelen viel vooral de langdurige zorg op. Het CBS wijst op jaarlijkse indexatie van tarieven en andere structurele factoren als deels verklarende elementen voor die sterke groei.

De verdeling over de Nederlandse beleidsregimes laat ook verschillen zien. Uitgaven vanuit de Wet langdurige zorg groeiden met 7,6 procent. De zorguitgaven volgens de Zorgverzekeringswet namen toe met 5,4 procent. Die verschillen zijn relevant omdat ze bepalen wie de rekening draagt: gemeenten en het Rijk voor langdurige zorg, en zorgverzekeraars met verzekerden via de Zorgverzekeringswet voor de curatieve zorg.

Meer eigen betalingen,zelfde aandeel

Huishoudens betaalden meer uit eigen zak: de totale eigen betalingen stegen met 6,7 procent. Ondanks die stijging bleef het aandeel van eigen betalingen in de totale uitgaven gelijk op 11,9 procent.

Het CBS merkt daarbij op dat het aandeel eigen betalingen in 2024 in Nederland lager was dan in de meeste andere EU-landen. Vergelijkbare internationale cijfers voor 2025 zijn nog niet beschikbaar, omdat de huidige CBS-cijfers voorlopige nationale rekeningen gebruiken die wachten op aanvullende, internationaal vergelijkbare gegevens.

Het statistiekbureau koppelt de ontwikkeling van de zorguitgaven aan meerdere drijvende factoren. Vergrijzing, de introductie van nieuwe behandelingen, tariefontwikkelingen en beleidskeuzes beïnvloeden zowel het niveau als de samenstelling van de uitgaven. Tegelijk bepalen economische groei en prijsontwikkeling het bbp en daarmee het aandeel van de zorg in de economie.

Buiten de coronajaren is het aandeel van de gezondheidszorg in het bbp volgens het CBS sinds 2009 relatief stabiel gebleven.

Ook opvallend is de verhouding tussen de groei van de zorguitgaven en de economische groei in de periode direct na de coronapandemie. Volgens het CBS zijn de zorguitgaven in de vier jaar na de pandemie ongeveer even hard gegroeid als de economie als geheel. Dat suggereert dat de hogere uitgaven niet uitsluitend het gevolg zijn van een bijgestelde prioritering van middelen, maar ook van bredere economische ontwikkelingen en indexaties binnen het zorgstelsel.

De cijfers die het CBS nu publiceert zijn voorlopig en volgen de internationaal afgestemde definitie van gezondheidszorg. Een breder cijferkader, waarin ook uitgaven aan welzijnsdiensten worden meegenomen, verschijnt naar verwachting in het najaar wanneer meer bronnen beschikbaar zijn en aanvullende gegevens zijn verwerkt. Die definitieve cijfers geven een completer beeld van de druk op lokale overheden en op particuliere budgets.

Mijn lezing van deze cijfers is dat beleidsmakers en zorgverzekeraars nu twee vragen tegelijk moeten beantwoorden: hoe de stijgende vraag naar langdurige zorg betaalbaar te houden, en hoe de directe lastendruk op huishoudens te beheersen. De hoge groei van eigen bijdragen in de langdurige zorg en de stijging van directe betalingen wijzen op toenemende betaalbaarheidsproblemen voor chronisch zieken en ouderen met lagere inkomens.

Voor zorgverzekeraars en publieke budgethouders verandert daardoor de prioritering. Een hogere uitgavengroei in de Wet langdurige zorg duwt middelen richting langdurige zorginstellingen en gemeenten. Tegelijk blijft het aandeel van de totale gezondheidszorg in het bbp, 10,2 procent in 2025, geen ongekend hoog niveau buiten coronajaren, wat ruimte geeft voor debat over efficiëntie en herprioritering binnen bestaande budgetten.

Related Articles

De definitieve, bredere cijfers die ook welzijnsdiensten omvatten verschijnen in het najaar wanneer aanvullende bronnen zijn verwerkt door het CBS. Oorspronkelijk gerapporteerd door cbs.nl.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.