Diesel kan vanaf januari 2027 ruim een dubbeltje duurder worden per liter, blijkt uit kabinetsstukken. Een jaar later staat benzine een grotere stijging te wachten: ongeveer €0,33 per liter als tijdelijke kortingen vervallen en een nieuw Europees emissiehandelssysteem wordt doorberekend. De stijgingen volgen op maatregelen die na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne zijn genomen en nu niet voor diesel worden verlengd. Consumenten en transportbedrijven merken de gevolgen direct in hun kostenplaatje.
Wat staat er in de kabinetsstukken?
De documenten uit Den Haag laten twee korte maar pijnlijke stappen zien. Ten eerste: de tijdelijke accijnskorting voor brandstoffen, ingesteld na de oorlog in Oekraïne, wordt niet verlengd voor diesel vanaf januari 2027. Daardoor zou dieselprijs aan de pomp met meer dan tien cent per liter kunnen stijgen. Ten tweede: in 2028 vallen meerdere effecten samen voor benzinegebruikers. De tijdelijke korting op benzine loopt dan af. Tegelijkertijd treedt een nieuw Europees emissiehandelssysteem in werking, dat in de stukken wordt genoemd als extra heffing. In het kabinet is die heffing al aangeduid met een bijnaam: de zogenaamde 'Timmermans-taks'. Samen kunnen die twee stappen de literprijs van benzine met circa €0,33 verhogen.
De stukken noemen cijfers en tijdlijnen. De dieselstap staat gepland voor januari 2027. De mogelijke benzinetik staat voor 2028. Het kabinet rekent met de kosten van een eventuele voortzetting van kortingen. Die bedragen zijn volgens de stukken hoog genoeg om de politiek flink te belasten bij de begrotingsafwegingen.
Waarom de maatregelen terugkomen
De tijdelijke accijnskortingen waren een reactie op uitzonderlijke wereldwijde prijsdruk en op zorgen over de koopkracht. Die maatregelen waren echter bedoeld als tijdelijk. Het kabinet zegt in de stukken dat eerdere keuzes zijn gemaakt met de gegevens die toen beschikbaar waren. Sindsdien is de situatie veranderd: de energiemarkt en inflatie zijn anders dan bij de invoering van de korting. Het kabinet merkt op dat het verlengen van de korting voor diesel grote begrotingsimplicaties heeft. De stukken geven aan dat er simpelweg veel geld mee gemoeid is. Daarom is verlenging geen vanzelfsprekende keuze.
Het Europese emissiehandelssysteem is een apart onderdeel van de rekensom. Dat systeem brengt een prijs op CO2-uitstoot en is bedoeld om emissies te ontmoedigen door kosten hoger te maken voor vervuilende activiteiten. In de kabinetsstukken verschijnt die extra kost als een directe doorberekening richting brandstofprijs. Dat is de aanleiding voor de inschatting van circa €0,33 extra per liter benzine in 2028.
Wie draagt de rekening?
De directe groep die de effecten voelt, zijn automobilisten en transportbedrijven. Dat staat helder in de stukken. Dieselrijders krijgen de eerste verhoging. Transporteurs en vrachtwagenbedrijven noemen de documenten expliciet als sectoren met verhoogde zorgen. Zij krijgen niet alleen duurdere diesel, maar ook andere kostenposten zoals hogere vrachtwagenheffingen op papier. Voor consumenten betekent het vaker tanken duurder uitvalt.
Voor bedrijven betekent het hogere logistieke kosten en dus een hogere kostenbasis voor goederenvervoer.
Het kabinet zelf staat voor een keuze. Geld uit de rijkskas steken in een verlenging van de korting is mogelijk. Maar dat kost veel en moet ergens anders worden bezuinigd of gefinancierd. De stukken benadrukken die trade-off. De discussie is dus niet alleen technisch. Het is een politieke afweging tussen koopkrachtondersteuning en begrotingsruimte.
Timing en politieke context
De planning in de kabinetsstukken sluit aan op vaste beleidsmomenten. De dieselverhoging is gekoppeld aan het kalenderjaar 2027. De benzinetik wordt genoemd in samenhang met maatregelen die in 2028 ingaan. Tegelijkertijd wordt de besluitvorming teruggespeeld richting Prinsjesdag. In de stukken staat dat ministers en ambtenaren nog rekenen en wegen. Het kabinet heeft daarbij te maken met veranderende marktprijzen en met internationale afspraken over emissiereductie.
Minister Eelco Heinen wordt in de stukken genoemd in de context van eerdere keuzes. Hij wijst volgens de documenten op de omstandigheden waaronder die keuzes destijds zijn gemaakt. De opmerkingen betreffen de veranderde economische realiteit en de hogere kosten van eventuele compensatie. De stukken laten zien dat het kabinet niet lichtvaardig naar verlenging kijkt en dat er berekeningen nodig zijn om politieke steun te vinden.
Hogere brandstofprijzen hebben meerdere effecten. Direct is de pompprijs hoger voor automobilisten. Indirect krijgen bedrijven met veel transport een hogere kostprijs. Die hogere kostprijs kan terugkomen in consumentenprijzen voor goederen en diensten, omdat vervoer een onderdeel is van veel productieketens. De kabinetsstukken noemen expliciet dat transportbedrijven met 'klotsende oksels' zitten, een beeldspraak die aangeeft dat de sector ernstige zorgen heeft over doorberekening en concurrerend vermogen.
Daarnaast beïnvloedt de timing de begroting en planning van bedrijven. Transportbedrijven die jaarcontracten afsluiten zien hun kostenbasis veranderen.
Consumenten die al gevoelig zijn voor brandstofprijzen krijgen een extra druk op de koopkracht. Dat zijn concrete veranderingen die uit de documenten volgen en die zich in huishoudens en bedrijfsbalansen zullen vertalen.
De kabinetsstukken bevatten rekenmodellen met scenario's. Die modellen laten verschillen zien tussen het al dan niet verlengen van de kortingsmaatregelen. In één scenario betaalt de staat de korting voort. In een ander scenario gaat de kostprijs via de pomp omhoog. Beide keuzes hebben gevolgen voor begrotingstekens en inkomenseffecten. De stukken geven daardoor een duidelijk beeld van de afwegingen: politiek geld uitgeven aan koopkracht of de consument direct laten betalen via hogere brandstofprijzen.
Het kabinet moet volgens de stukken ook rekening houden met Europese verplichtingen. Het emissiehandelssysteem is Europees en raakt meerdere lidstaten. De doorberekening van kosten is niet alleen een binnenlandse kwestie. Het is ook een afweging tussen Europese klimaatbeleid en nationale koopkrachtmaatregelen.
In de stukken komen zorgen uit de transportsector terug. Die zorgen draaien om concurrentiepositie en margecompressie. Vervoerders hebben beperkte ruimte om hogere brandstofkosten op klanten af te wentelen.
Related Articles
- Eerste Kamer wijst twee asielwetten af — kabinet onder financiële druk
- Berkshire: 12.000 naar Abels eerste vergadering
- Bitcoin weer $80.000 waard, markten tonen herstel
De dieselverhoging staat gepland per januari 2027. Als in 2028 tijdelijke kortingen op benzine vervallen en de nieuwe Europese emissieheffing wordt doorberekend, kan de literprijs van benzine met circa €0,33 stijgen.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.