De belasting op spaargeld en beleggingen in box 3 kan flink verschillen, afhankelijk van de manier waarop je rendement wordt vastgesteld. Wie slim kiest tussen werkelijk en fictief rendement, kan honderden euro’s per jaar besparen. Maar hoe werkt dat precies? En waar moet je op letten?

Wat is het verschil tussen werkelijk en fictief rendement?

Box 3 van de Nederlandse inkomstenbelasting draait om het vermogen dat je bezit, zoals spaargeld, beleggingen en tweede woningen. De Belastingdienst gaat er daarbij vanuit dat je een bepaald rendement haalt, ook als dat in werkelijkheid anders is. Dat noemen ze het fictief rendement. Tot 2022 werkte de Belastingdienst met vaste percentages voor spaargeld en beleggingen, maar sinds de aanpassing in de regels berekent het systeem het rendement iets realistischer.

Maar het kan nog ingewikkelder. Je hebt namelijk de optie om het werkelijke rendement op je vermogen op te geven in plaats van het fictieve. Dat betekent dat je laat zien wat je echt hebt verdiend of verloren in een jaar. Die keuze kan honderden euro’s schelen in de belasting die je uiteindelijk betaalt. Het is vooral interessant voor mensen die flink meer of juist minder dan gemiddeld verdienen op hun vermogen.

Wanneer is kiezen voor werkelijk rendement voordelig?

Stel je hebt een flinke belegging die in een jaar juist minder waard is geworden, of je hebt juist een hoog rendement geboekt. Dan kan het kiezen voor werkelijke cijfers gunstig zijn. Dat komt omdat het fictief rendement uitgaat van een gemiddelde die niet altijd klopt voor individuele situaties. De Belastingdienst rekent met een standaardrendement, terwijl jij misschien veel minder of juist meer hebt verdiend.

Als je vermogen in waarde daalt, hoef je dan minder belasting te betalen dan bij het fictief rendement. Omgekeerd geldt ook: wie meer winst maakt dan het fictief rendement, kan juist meer belasting betalen.

Het is dus een kwestie van goed kijken naar je eigen situatie.

Dat vraagt wel wat administratie en inzicht. Je moet namelijk bewijs leveren van je werkelijke rendement, zoals jaaroverzichten van je bank of beleggingsrekening. De Belastingdienst vraagt om transparantie en controleert steekproefsgewijs deze gegevens. Dus je kunt niet zomaar gokken; het moet kloppen.

Wie kan hier echt voordeel mee halen?

De keuze tussen werkelijk en fictief rendement is vooral interessant voor mensen met een vermogen dat sterk afwijkt van het gemiddelde scenario waar de Belastingdienst van uitgaat. Bijvoorbeeld beleggers die in een jaar flinke verliezen lijden of juist een grote winst maken. Ook ondernemers met spaargeld vast in bedrijfsmiddelen kunnen voordeel hebben.

Wie vooral spaart en weinig risico neemt, is meestal beter af met het fictief rendement. Dat komt omdat het gemiddelde fictieve rendement voor spaargeld erg laag is, terwijl je werkelijke spaarrente vaak nog lager ligt. In die gevallen betaal je vaak te veel belasting als je het werkelijke rendement kiest.

Daarnaast speelt ook de hoogte van je vermogen een rol. De belastingvrije voet in box 3 is in 2024 vastgesteld op 57.000 euro per persoon. Daarboven betaal je belasting over het fictieve of werkelijke rendement. Hoe hoger je vermogen, hoe groter het verschil kan zijn tussen die twee methodes.

Praktische tips om honderden euro’s te besparen

Wil je profiteren van de keuze tussen werkelijk en fictief rendement? Begin dan met een goede boekhouding van je vermogen. Verzamel jaaroverzichten, dividenduitkeringen en aankoopbewijzen. Zo kun je het werkelijke rendement nauwkeurig berekenen.

Thing is, daarnaast is het verstandig om jaarlijks te checken welke optie voordeliger is. Dat kan per jaar verschillen. Het is dus niet altijd slim om standaard voor één methode te kiezen. Sommige mensen doen daarom hun aangifte op basis van fictief rendement en vragen later correctie aan als het werkelijke rendement gunstiger blijkt.

Ook is het slim om rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten. In een jaar met flinke koersdalingen kan het werkelijke rendement veel lager zijn dan het fictieve, wat je belastingdruk verlaagt. Maar bij een beursrally kan het omgekeerde gebeuren.

Grote verschillen in kosten: vergelijkbaar met laadkosten elektrische auto’s

Hiermee is het lastig om een eenduidig advies te geven, maar het belang van de keuze is duidelijk. De verschillen kunnen oplopen tot honderden euro’s per jaar. Dat doet denken aan een ander voorbeeld waar Nederlanders flink kunnen besparen door slim te kiezen: de kosten voor het opladen van elektrische auto’s.

De ANWB onderzocht vorig jaar zo’n zes miljoen laadsessies en vond enorme prijsverschillen tussen gemeenten. Een automobilist die 15.000 kilometer per jaar rijdt, kan tot wel 900 euro per jaar meer kwijt zijn aan stroomkosten, afhankelijk van de plek waar hij woont. Dat komt door verschillen in gemeentebeleid en commerciële exploitanten van laadpalen.

Net als bij box 3 is het dus zaak om niet zomaar te accepteren wat standaard wordt aangeboden. Wie goed oplet en kiest voor de voordeligste optie kan flink besparen.

Waarom blijft het lastig voor veel mensen?

Ondanks de voordelen kiest lang niet iedereen voor het werkelijke rendement. Dat komt doordat het ingewikkeld is om precies vast te stellen wat je rendement was. Je moet alles goed administreren, en soms is het lastig om alles te bewijzen. Daarnaast is het werkelijke rendement niet altijd gunstiger.

Ook speelt mee dat veel mensen hun belastingaangifte door een adviseur laten doen, die soms kiest voor de makkelijkste route. En niet iedereen is op de hoogte van de mogelijkheid om te kiezen. Voor wie wel zelf aangifte doet, is het vaak een kwestie van tijd en moeite om alles uit te zoeken.

Een slimme aanpak kan dan zijn om elk jaar de aangifte te maken op basis van fictief rendement en achteraf te kijken of het werkelijke rendement voordeliger is. Als dat zo is, kan een correctie worden aangevraagd. Zo voorkom je dat je meer belasting betaalt dan nodig.

Waar moet je op letten bij de Belastingdienst?

De Belastingdienst heeft duidelijke regels over wat als werkelijke rendement wordt gezien. Om in aanmerking te komen moet je kunnen aantonen welke inkomsten en verliezen je hebt gehad. Dat betekent dat je bijvoorbeeld dividenduitkeringen, koerswinsten en -verliezen moet kunnen onderbouwen.

Daarnaast kijkt de fiscus naar schulden en andere factoren die invloed hebben op je vermogen. Het is dus niet alleen een kwestie van naar je spaargeld en beleggingen kijken, maar ook van het totaalplaatje.

Point is, wie kiest voor werkelijke rendement moet er bovendien rekening mee houden dat de Belastingdienst eventueel om extra informatie kan vragen en controles kan uitvoeren. Het is dus verstandig om alles netjes bij te houden en te bewaren.

Tot slot geldt dat de regels over box 3 en rendementen regelmatig veranderen. Sinds 2023 zijn er aanpassingen doorgevoerd, en er zijn plannen voor verdere hervormingen. Het is dus zaak om op de hoogte te blijven en jaarlijks je situatie te bekijken.

Related Articles

Box 3 blijft een complex onderwerp, maar wie goed oplet en kiest voor het werkelijke rendement kan flink besparen. Het vergt wel wat moeite en inzicht, maar honderden euro’s per jaar zijn het waard. In een tijd waarin kosten overal stijgen, is dat zeker geen kleinigheid.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.