Een bijna 2.000 jaar oude grafsteen die in een achtertuin in New Orleans werd gevonden, blijkt een vermist Italiaans museumstuk en wordt aan Italië teruggegeven. De marmeren plaat vermeldt een zeevarende, Sextus Congenius Verus, en matcht met een exemplaar dat uit het museum van Civitavecchia werd gemeld; Amerikaanse onderzoekers en de FBI identificeerden het object en overleggen met Italiaanse autoriteiten.
Vondst en eerste reacties
In het voorjaar wilden Daniella Santoro en haar partner de verwilderde tuin van hun huis in New Orleans opruimen. Ze troffen onder het kreupelhout een stuk marmer met een Latijnse inscriptie. Santoro, antropologe aan de Tulane University, herkende dat het geen gewoon tuintegel was en stuurde een foto door naar collega’s.
Susann Lusnia, klassiek archeologe verbonden aan dezelfde universiteit, zag meteen de ruwe contouren van een grafsteen. Ze kreeg "kippenvel" bij de eerste foto, zei ze later. Lusnia stelde vast dat de inscriptie op een Romeinse grafplaat uit de eerste eeuwen na Christus wijst.
Archeoloog Ryan Gray en een team van experts, zelf organiserend onder de naam Team Tombstone, onderzochten de tekst verder. De inscriptie noemt duidelijk een naam en dienstgegevens: Sextus Congenius Verus, leeftijd 42, meer dan twintig jaar in militaire dienst. Het is een korte maar duidelijk omschrijving van een zeeman die in de keizerlijke vloot heeft gediend.
Een match met Civitavecchia
De vondst kreeg snel een tweede betekenis. Gray en Lusnia ontdekten dat diezelfde tekst al eens was vastgelegd in Italiaanse catalogi. De steen bleek eerder gedocumenteerd te zijn in de buurt van Civitavecchia, een kustplaats ongeveer 48 kilometer van Rome.
In oude optekeningen werd de plaat genoemd als onderdeel van een klein militair kerkhof met circa twintig graven.
Het originele exemplaar stond voor de Tweede Wereldoorlog in het Nationaal Archeologisch Museum in Civitavecchia. Het museum werd tijdens de geallieerde bombardementen zwaar beschadigd. Personeel gaf later aan dat een aantal stukken uit de collectie ontbrak. De afmetingen die in oudere catalogi worden genoemd kwamen overeen met de plaat die in New Orleans lag.
Die match leidde tot de conclusie dat het opgegraven stuk in de VS waarschijnlijk hetzelfde object is dat in Italië als vermist werd geregistreerd. Gray meldde de vondst aan de afdeling geroofde kunst van de FBI. Het agentschap bevestigde gesprekken met Italiaanse autoriteiten over terugkeer, maar gaf geen uitgebreide commentaren tijdens een lopend onderzoek.
Hoe kwam de grafsteen in New Orleans?
Onderzoekers proberen nu de route van het object te reconstrueren. De familie die het huis vóór 2018 bezat, gebruikte het stuk volgens verklaringen als tuindecoratie. Een oud-eigenaar herkende het marmer toen nieuwsberichten over de vondst circuleerden en zei het altijd als een "cool kunststuk" te hebben gezien.
Er zijn aanwijzingen dat het voorwerp al decennia buiten de museale catalogi stond. Een buurman bleek in de Tweede Wereldoorlog te hebben gediend, maar alleen in het Stille Oceaangebied. Er is geen directe familielink met Italië gevonden.
Team Tombstone en de betrokken academici noemen handel in antiquiteiten als plausibele schakel. Gray suggereerde dat het stuk mogelijk na de oorlog in handen van een handelaar kwam en later aan particulieren werd verkocht. Lusnia wees erop dat toeristen of handelaren in de jaren na 1945 vaak objecten meenamen of doorverkochten, soms zonder papieren.
Juridische en diplomatieke stappen
De Amerikaanse en Italiaanse autoriteiten staan nu voor een afstemming over eigendom en repatriëring. De FBI heeft het stuk geregistreerd bij haar afdeling die zich met geroofde kunst bezighoudt. Italiaanse ambtelijke kanalen zijn volgens betrokkenen ingeschakeld om te bepalen of het museum in Civitavecchia het object als rechtmatig eigendom kan opeisen.
Als het museum de steen kan aantonen als onderdeel van zijn vooroorlogse collectie, versterkt dat de juridische basis voor terugkeer. Documentatie uit begin twintigste eeuw speelt daarbij een rol. Die oudere catalogi noemen de inscriptie en geven afmetingen die corresponderen met het New Orleans-stuk.
Repatriëring van cultuurgoederen verloopt vaak via administratieve en diplomatieke procedures. Beide landen moeten bewijzen overleggen, eigendomsketens in kaart brengen en logistiek regelen. Het proces kan weken tot maanden duren, afhankelijk van documenten en bureaucratie.
De vondst leidde tot veel media-aandacht. Wetenschappers noemen het voorbeeld van de grafsteen een zeldzame kans om een object met bekende epigrafische tekst terug te volgen. Voor archeologen is het materiaal interessant omdat het persoonlijke gegevens noemt: naam, leeftijd en dienstduur. Zulke details helpen bij het schrijven van sociale geschiedenis van Romeinse soldaten.
Voor musea betekent de zaak ook een herinnering dat inventarissen en documentatie cruciaal blijven. Het Civitavecchia-museum was na de oorlog zwaar beschadigd en de inventarisatie heeft lang geduurd. Vermiste stukken kunnen zo de wereld over verdwijnen, zonder dat hun herkomst meteen helder is.
Related Articles
- Code geel zaterdag: hagel tot 2 cm, windstoten 70-75 km/u
- 53-jarige chauffeur riskeert ontslag na busachtervolging
- 125 lidstaten beslissen over toekomst van aanklager Khan
De FBI heeft de vondst aan Italiaanse autoriteiten gemeld en werkt met hen samen aan de repatriëring van de plaat met de naam Sextus Congenius Verus.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.