15 procent: zo veel stegen de kosten van verduurzamingsprojecten in één jaar, volgens het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. Het fonds rapporteerde dat het totaal aan verstrekte financieringen voor woningbouw en verduurzaming bijna 455 miljoen euro bereikte, terwijl het aantal SVn Duurzaamheidsleningen daalde van 2.250 naar 1.695 en het aantal Stimuleringsleningen van 3.946 naar 2.722. Tegelijk nam het aantal uitstaande startersleningen toe naar 8.132. Woningeigenaren moeten deze cijfers meenemen in hun rendementsberekeningen, en rekening houden met beleidsschijven zoals de salderingsregeling die in 2027 verandert.

Het fonds verstrekte recordfinanciering, maar het aantal leningen voor verduurzaming daalde sterk.

1. Wat SVn registreerde en wat dat betekent

Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten, kort SVn, rapporteerde een totaal van bijna 455 miljoen euro aan financieringen voor woningbouw en verduurzaming in het rapportjaar. Dat totaalbedrag is op het eerste gezicht een succes. SVn-topman Arjen Gielen zei dat het hogere totaal aantoont dat het fonds samen met partners meer impact realiseert, maar dat de cijfers ook laten zien hoe groot de opgave blijft en hoe prijsstijgingen de toegang tot verduurzaming en renovatie bemoeilijken.

De nuance zit in de samenstelling: binnen die portefeuille kromp het aantal SVn Duurzaamheidsleningen duidelijk, van 2.250 naar 1.695. Ook het aantal Stimuleringsleningen daalde van 3.946 naar 2.722. Tegelijk nam de vraag naar startersleningen toe, van 7.101 naar 8.132 uitstaande leningen. De gemiddelde koopsom van de gefinancierde woningen lag rond 310.415 euro. Dat patroon laat zien dat financiering beschikbaar blijft, maar de mix van gevraagde producten verandert: minder leningen voor verduurzaming, meer voor aankoopondersteuning.

2. De prijsstijgingen: waarom 15 procent het verschil maakt

SVn wijst expliciet op cost push als de hoofdreden voor de terugval in leningen voor verduurzaming. Inflatie, stijgende materiaalkosten en schaarste aan vakmensen waren de factoren waardoor investeringen in verduurzaming in één jaar ongeveer 15 procent duurder werden. Die hogere projectkosten maken leningen voor zonnepanelen, warmtepompen en isolatiemaatregelen minder aantrekkelijk of betaalbaar voor huiseigenaren.

Praktisch werkt dat zo: offertes die vorig jaar nog haalbaar leken, lopen door duurdere materialen en langere levertijden op. Aannemers kunnen bij het uitbrengen van offertes hogere risicopremies rekenen, en bij schaarste aan vakmensen stijgen arbeidskosten. Voor veel huishoudens betekent dat de maandelijkse lasten voor aflossing en rente hoger uitvallen dan de verwachte energiebesparing. Banken reageren hierop door terughoudender te zijn in het financieren van huizen met lage energielabels, wat de verkoopbaarheid en financierbaarheid verder onder druk zet.

3. De marktbredere signalen: hypotheken en beleid

De terugval in vraag naar leningen voor verduurzaming is niet beperkt tot SVn-producten. Cijfers van de Nationale Hypotheek Garantie laten zien dat hypotheken met een component voor woningverbetering of verduurzaming sinds 2021 bijna gehalveerd zijn: van 31.800 in 2021 naar 18.500 in 2024. NHG-manager Bjorn Jonkergouw verklaarde dat huiseigenaren die nog moeten beginnen met verduurzamen, vooral naar de financiële haalbaarheid kijken.

Hij noemde de combinatie van hogere rente, onzeker beleid en beperkte subsidiemogelijkheden als redenen voor de afname van hypothecaire verduurzamingscomponenten.

Twee beleids- en marktfactoren drukken zwaar op de rekenkunde voor woningeigenaren. Ten eerste werd in 2024 extra leenruimte voor verduurzaming binnen hypotheken geïntroduceerd, wat tijdelijk de vraag opveerde, maar vanaf het tweede kwartaal van 2024 nam de interesse weer af in zowel NHG-aanvragen als in de hypotheekmarkt als geheel. Ten tweede is de salderingsregeling voor zonne-energie een belangrijke variabele: de geplande wijziging van die regeling, met impact vanaf 2027, kan de terugverdientijden van zonnepanelen omlaag brengen. Deze combinatie van beleid en prijsontwikkeling maakt de netto-voordelen van zonnepanelen en andere maatregelen minder zeker.

4. Praktische vijfstappen voor woningeigenaren

Als je overweegt te investeren in verduurzaming, volg dan stappen die de financiële risico's beperken en de berekening realistischer maken. Hieronder vijf concrete stappen gebaseerd op de autoritatieve gegevens.

1. Bepaal de financiële haalbaarheid scherp. Neem de circa 15 procent kostenstijging mee in je raming en houd rekening met hogere arbeids- en materiaalkosten. Vraag actuele offertes op en controleer of die offertes indexatie- of prijsbijstellingsclausules bevatten.

2. Kies het juiste producttype. Vergelijk SVn-leningen, stimuleringsleningen en hypotheekgebonden financiering waaronder opties binnen NHG. Let op maximale bedragen, looptijden en voorwaarden per product en aanbieder, want die verschillen aanzienlijk.

3. Houd beleidswijzigingen expliciet bij.

Betrek de wijziging van de salderingsregeling per 2027 in je terugverdientijdberekeningen voor zonnepanelen en andere terugleverende technieken. Als je subsidie of hypotheekruimte meerekent, controleer welke regels nog van kracht zijn op het moment van aanvraag.

4. Reken levensduur en onderhoudskosten mee. Veel duurzame installaties hebben een technische levensduur van 15 tot 20 jaar en kunnen vervangen moeten worden als de lening is afgelost. Die vervangingskosten drukken de netto-kosten op lange termijn en moeten in je planning zitten.

5. Schakel professioneel advies in op twee fronten. Laat een financieel adviseur kijken naar betaalbaarheid en keuze tussen leningvormen, en vraag een technisch of energetisch advies voor maatwerk aan jouw woning. Een Nederlandse huiseigenarenvereniging benadrukte expliciet dat huiseigenaren altijd een financieel adviseur moeten inschakelen omdat standaardberekeningen niet de persoonlijke situatie dekken.

Werkvoorbeeld: stel dat je een renovatie plant die in oudere offertes 20.000 euro kostte. Met de door SVn genoemde 15 procent stijging kost dat nu ongeveer 23.000 euro. Als je dat via het Warmtefonds zou financieren en je kiest voor een maximale lening van circa 28.000 euro, geeft het Warmtefonds een rekvoorbeelddat de maandlast ongeveer 170 euro kan bedragen gedurende twintig jaar in rente en aflossing. Dat is een bruikbaar vergelijkingspunt, maar let op: het Warmtefonds controleert niet systematisch terugverdientijden en biedt geen energieadvies. Professioneel advies blijft dus noodzakelijk.

Marktpartijen en belangenorganisaties roepen op tot maatregelen die toegankelijkheid verhogen. NHG pleit voor aanvullende financieringsmogelijkheden en nieuwe stimuleringsmaatregelen zodat verduurzaming weer aantrekkelijk wordt voor een brede groep huiseigenaren. SVn signaleert dat samenwerking met lokale en landelijke partners nodig is om betaalbare renovatie en verduurzaming mogelijk te houden.

Op consumentenniveau blijft het meest directe advies: verzamel offertes en technisch advies, reken inclusief 15 procent extra kosten, en raadpleeg een financieel adviseur voordat je een lening afsluit. Een belangenorganisatie merkte op dat huiseigenaren standaardberekeningen niet blind moeten volgen, omdat terugverdientijden onzeker zijn en individuele situaties sterk verschillen.

1. Vraag actuele, schriftelijke offertes en verifieer clausules over prijswijzigingen. 2. Vergelijk SVn-producten, hypotheekopties en Warmtefonds-leningen op maximale bedragen en looptijden. 3. Neem de salderingswijziging per 2027 mee in je rekenmodel. 4. Reken met 15 procent hogere kosten en met vervangingskosten na 15-20 jaar. 5. Schakel zowel een technisch als een financieel adviseur in.

Related Articles

De concrete volgende mijlpaal is de wijziging van de salderingsregeling, die per 2027 ingaat.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.