31,8 miljard euro: dat is de maatschappelijke prijs van dementie in 2025. De schatting komt van zorgeconoom Robbert Huijsman van de Erasmus School of Health Policy & Management, in opdracht van Alzheimer Nederland, en omvat bijna 16 miljard euro aan directe zorgkosten en een even omvangrijke post aan indirecte en vaak onzichtbare kosten. Die verborgen lasten landen bij mantelzorgers, werkgevers en gemeenten en maken dementie volgens de onderzoekers bijna 3 procent van het Bruto Nationaal Inkomen. Alzheimer Nederland en de auteurs pleiten daarom voor gerichte investeringen in preventie, nieuwe behandelingen en dementievriendelijke buurten om de druk op gezinnen en publieke instellingen te verlichten.

De rekensom betekent dat veel kosten niet bij zorgverzekeraars maar bij mantelzorgers, werkgevers en gemeenten belanden, doordat directe zorgkosten ongeveer de helft van het totaal vormen.

1. Wat zit in die €31,8 miljard?

De studie van Robbert Huijsman, uitgevoerd in opdracht van Alzheimer Nederland, is de eerste Nederlandse poging om de maatschappelijke kosten van dementie volledig in kaart te brengen. De totale som voor 2025 komt uit op 31,8 miljard euro. Hiervan zijn bijna 16 miljard euro directe zorgkosten: uitgaven aan verpleeghuiszorg, thuiszorg en overige zorggerelateerde diensten. De andere helft bestaat uit indirecte en kleinere posten die tot nu toe in veel beleidscijfers ontbreken.

De analyse telt expliciet mee: reiskosten en parkeerkosten voor bezoek aan verpleeghuizen en dagbesteding, de kosten van thuisbezorging van geneesmiddelen en hulpmiddelen, én de economische waarde van vrijwilligerswerk en mantelzorg. Belangrijker nog, Huijsman waardeert het inkomensverlies van mantelzorgers die minder betaald werk doen, en de kosten voor werkgevers wanneer medewerkers verzuimen of vervangen moeten worden. Die posten maken het totaal substantieel hoger dan alleen de rekening voor verpleeghuizen en wijkverpleging.

2. Hoe verschuiven de kosten, het waterbedeffect

Huijsman gebruikt het beeld van een "waterbedeffect" om te beschrijven wat er gebeurt bij bezuinigingen op formele zorg: knijpt het systeem op één plek, dan sijpelt de last ergens anders heen. In de praktijk betekent dat bezuinigingen op verpleeghuiszorg of thuiszorg leiden tot meer belasting voor mantelzorgers en gemeenten, en daardoor tot hogere indirecte kosten zoals inkomensverlies en toegenomen maatschappelijke ondersteuning.

De studie signaleert expliciet dat mantelzorgers zo zwaar belast kunnen raken dat zij zelf ziek worden, gaan verzuimen of hun betaalde werk moeten staken. Dat vertaalt zich naar directe schade voor huishoudens, maar ook in hogere kosten voor werkgevers door verzuim en vervanging. Gemeenten krijgen vaak de rekening te zien in de vorm van extra ondersteuning en voorzieningen wanneer huishoudens niet meer zelf kunnen dragen wat eerder met formele zorg zou zijn opgelost.

De auteurs vatten dit punt kernachtig samen: "dit rapport maakt zichtbaar dat 'dementiekosten' veel breder zijn dan uitsluitend het zorgbudget." Die zin onderstreept dat het begroten van dementiezorg alleen op basis van directe zorguitgaven een te smal beeld geeft.

3. Welke beleidsstappen adviseren de onderzoekers?

Het rapport levert een praktisch stappenplan voor beleidsmakers, bestuurders en professionals. Stap 1 is begrip en maatvoering: erken dat de volledige kosten zowel directe zorguitgaven als indirecte lasten omvatten. Volg daarbij het rekenkader dat Huijsman hanteerde, waarin naast verpleeghuis- en thuiszorgkosten ook het economisch verlies door mantelzorgers, verzuim en vervanging bij werkgevers en kleinere postjes worden meegerekend.

Stap 2 betreft begrotingsbeleid: als begrotingen alleen directe zorgkosten meenemen, ontstaat systematisch onderschatting van de maatschappelijke last. Het rapport adviseert beleidsmakers om de waarde van informele zorg en de economische consequenties voor werkgevers en gemeenten expliciet te betrekken bij financiële afwegingen, zodat verschuivingen van kosten niet onzichtbaar worden en later als verborgen lasten terugkomen.

Stap 3 is gericht investeren: Alzheimer Nederland en de onderzoekers pleiten voor investeringen in preventieprogramma's, in onderzoek naar nieuwe medicatie en in fysieke en sociale aanpassingen in wijken zodat mensen met dementie langer kunnen meedoen. Die maatregelen worden in de analyse gepresenteerd als investeringen die op de lange termijn baten opleveren door de vraag naar intensieve zorg te vertragen of te verminderen.

Stap 4 benadrukt de ondersteuning van mantelzorgers en werkgevers. Het erkennen van inkomensverlies, het aanbieden van respijtzorg en flexibele arbeidsregelingen kunnen zowel sociale als economische baten hebben. Volgens het rapport hebben werkgevers, gemeenten en zorgaanbieders een rol bij het terugdringen van verzuim- en vervangingskosten door duurzame zorg-werkarrangementen te faciliteren en samen te werken met vrijwilligers- en dagbestedingsnetwerken.

Stap 5 draait om monitoring en lokale impactanalyse: omdat veel kosten bij huishoudens en gemeenten neerploffen, adviseren de auteurs lokale effectenmetingen en integrale kostencalculaties bij beleidsmaatregelen. Zo wordt voorkomen dat landelijke bezuinigingen lokale problemen verergeren en dat kosten onzichtbaar naar gemeenten of werkgevers doorsijpelen.

Stap 6 is communicatie en politieke keuzes: de analyse moet politiek gebruikt worden om kosten en baten eerlijk tegen elkaar af te wegen. Alzheimer Nederland gebruikt de cijfers om bij beleidsprioriteiten rekening te vragen met de brede en vaak niet direct zichtbare kosten van dementie.

De studie maakt duidelijk dat de economische last van dementie niet neutraal verdeeld is. Mantelzorgers leveren onbetaalde arbeid die economisch gewaardeerd is in de berekening. Dat vertaalt zich in inkomensverlies als zij minder uren gaan werken, of in gezondheidskosten wanneer de zorgbelasting leidt tot ziekte en verzuim.

Werkgevers krijgen extra kosten door ziekteverzuim en door het inhuren van vervanging. Het rapport rekent deze posten bewust mee, omdat zulke lasten de concurrentiepositie van bedrijven en de draagkracht van lokale arbeidsmarkten raken. Gemeenten komen in beeld door aanvullende ondersteuning en voorzieningen: dagbesteding, sociale begeleiding en maatschappelijke opvang zijn voorbeelden van taken die lokaal meer druk kunnen ervaren als formele zorg krimpt.

Het financiële beeld verandert daardoor: direct zorggeld is maar de helft van het verhaal. De andere helft zijn kansen en risico's die verspreid zitten in huishoudens, bedrijven en gemeenten. Die verspreiding verklaart waarom een nationale bezuiniging op papier een besparing kan lijken, terwijl de maatschappij als geheel duurder uit is.

5. Welke concrete acties vragen de onderzoekers en Alzheimer Nederland?

De concrete oproep is helder: beleidsmakers en financiers moeten de volledige 31,8 miljard euro erkennen in begrotingen en beleidsplannen. Alzheimer Nederland stelt dat investeren op korte termijn in preventie, innovatie en in 'dementievriendelijke buurten' de maatschappelijke lasten op termijn kan verlagen. Wiesje van der Flier, directeur-bestuurder van Alzheimer Nederland, waarschuwt: "als we niets doen, de kosten de komende 25 jaar veel meer uit de hand lopen".

De aanbevelingen zijn pragmatisch: meet en waardeer mantelzorg en vrijwilligerswerk, stel monitoringdoelen voor lokale effecten in, ontwikkel financieringsroutes voor preventie en onderzoek, en organiseer ondersteuning voor zorg-werkcombinaties zodat verzuim en inkomensverlies minder heftig worden.

Het rapport noemt geen specifieke wetgeving of datum, maar de beleidsmatige vervolgstap is duidelijk: de 31,8 miljard moet worden meegenomen bij budgettaire keuzes, en er moet op korte termijn worden gestart met investeringen waarvan wordt verwacht dat ze de intensieve zorgvraag op lange termijn temperen.

In het kort:

1. 31,8 miljard euro is de totale maatschappelijke last van dementie voor 2025, bijna 3 procent van het Nederlandse BNI.

2. Ongeveer 16 miljard euro zijn directe zorgkosten; de rest zijn indirecte en vaak verborgen lasten.

3. De studie rekent onder meer reiskosten, medicijnbezorging, vrijwilligerswerk, inkomensverlies van mantelzorgers en werkgeverskosten mee.

4. Het "waterbedeffect" toont dat bezuinigingen op formele zorg kosten doorsluizen naar mantelzorgers en gemeenten.

5. Alzheimer Nederland en de onderzoekers roepen op tot erkenning van de volledige kosten en tot gerichte investeringen in preventie, onderzoek en dementievriendelijke wijken.

Related Articles

Alzheimer Nederland en de onderzoekers vragen beleidsmakers en financiers expliciet om de 31,8 miljard euro volledig te erkennen in begrotingen en nu te investeren in preventie, innovatie en mantelzorgondersteuning om de maatschappelijke lasten op termijn te beperken.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.