Coalitie wil AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller laten stijgen.
Wat staat er op tafel?
De regeringspartijen D66, VVD en CDA willen de AOW-leeftijd vanaf 2033 strakker koppelen aan de gemiddelde levensverwachting. In het huidige systeem stijgt de AOW met acht maanden voor elk jaar dat mensen gemiddeld ouder worden. Het coalitievoorstel verandert die verhouding naar één jaar per jaar. Dat lijkt op papier klein, maar de uitwerking is groot: volgens berekeningen zouden Nederlanders die nu 42 jaar of jonger waarschijnlijk tot hun zeventigste moeten doorwerken, in plaats van tot hun negenenzestigste.
De rekensom is simpel: meer jaren betaald pensioen zorgen voor hogere uitgaven van de staat. De coalitie zegt dat koppelen aan de levensverwachting de enige manier is om de AOW ook in de toekomst betaalbaar te houden.
Wie krijgt het zwaarst te verduren?
De maatregel raakt niet iedereen even hard. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS laat al jaren zien dat mensen met lagere inkomens korter leven: de armste twintig procent van de bevolking verdient ongeveer minder dan 30.000 euro per jaar en heeft een gemiddelde levensverwachting rond de 76 jaar. Dat is ongeveer 7,7 jaar minder dan de rijkste twintig procent, die jaarlijks zo'n 87.000 euro of meer verdient.
Van die verschillen heeft ook de kwaliteit van leven te lijden. Mensen met hogere inkomens ervaren gemiddeld zo'n 21 gezonde levensjaren meer dan de laagste inkomensgroep.
Wat het concreet betekent: iemand in de armste groep voelt zich doorgaans alleen goed tot begin vijftig, terwijl pensioenleeftijd 65 of hoger nog jaren weg is.
Volgens Eddy Adang, gezondheidseconoom en hoofddocent bij het Radboudumc, negeert het gebruik van één gemiddelde levensverwachting grote ongelijkheden. "Mensen in lagere sociaaleconomische klassen kunnen minder lang van hun AOW genieten, omdat ze eerder overlijden of minder gezond leven", zei Adang in een toelichting. "Áls ze de AOW-leeftijd in de toekomst al halen."
Gezondheid en werk
De verklaringen voor de verschillen zijn meervoudig. Mensen met lagere inkomens starten vaak eerder met werken, hebben vaker fysiek zwaar werk en lopen daardoor gezondheidsrisico's op. Ze roken vaker en krijgen vaker ziektes zoals COPD en diabetes. Bovendien ervaren zij vaker stress en minder controle over hun werkomstandigheden.
Het RIVM verwacht bovendien dat het aantal mensen met een lage sociaaleconomische status dat zich gezond voelt, in 2040 afneemt. In gewone taal: de gezondheidskloof tussen arm en rijk kan toenemen, waardoor een algemene verhoging van de AOW-leeftijd juist de kwetsbaarste groepen harder treft.
Politiek: motie om te verzachten, minister wijst af
De Tweede Kamer nam recent een motie aan die pleit voor het 'verzachten' van de AOW-plannen. Mede-indiener Gidi Markuszower stelde dat de motie de plannen zou afzwakken, en die bewering werd na stemming door sommige politieke kanten breed uitgedragen. Maar minister Vijlbrief reageerde ontwijkend: hij zei dat de motie vooral een bereidheid toont om alternatieven te bespreken, en verwees naar aankomende gesprekken met vakbonden.
"We gaan helemaal niks afzwakken," zei minister Vijlbrief. Als minister wil hij gesprekken voeren met sociale partners; "Ze komen echt koffie drinken, ze komen kennismaken", zei hij over de vakbonden, die hem volgens eigen zeggen volgende week komen spreken. "Dan kunnen we heel precies horen van hen waar precies hun probleem zit."
Discussie over differentiëren
Dat de gemiddelde levensverwachting de basis is, stuit op weerstand omdat het gevolgen heeft voor groepen die minder gezond oud worden. Adang pleit daarom voor differentiatie: mensen met een hogere sociaaleconomische status zouden wat later kunnen stoppen, zodat anderen juist eerder AOW kunnen krijgen. "Je zou wiskundig kunnen bepalen wanneer die groepen te maken krijgen met onevenredige nadelen", zei Adang.
Op dit moment klinkt zo'n systeem beleidsmatig complex. Het vereist data over levensverwachting per bevolkingsgroep en heldere juridische kaders. Maar er zijn voorbeelden van beleid dat rekening houdt met beroepstype en gezondheid bij pensioenregelingen. Pensioenregelingen voor zwaar lichamelijk werk bestaan al; de vraag is of dat instrumentarium opgeschaald kan worden naar de AOW, die voor iedereen geldt.
Financiële rekensom en politieke keuzes
De keuze die de coalitie maakt, is er één van simpel rekenen: koppelen aan gemiddelde levensverwachting verlaagt de overheidsuitgaven op termijn. Maar de verdeling van de lasten komt niet gelijk over alle lagen van de bevolking. Dat maakt de maatregel politiek gevoelig.
Basale scenario's laten zien dat elke extra jaar AOW-uitgave miljarden kost. CBS-prognoses werken met gemiddelden: volgens het CBS leven 65-jarigen in 2031 nog ongeveer 21 jaar. Die prognose is de basis voor de huidige wetgeving, die nu verhoogt met acht maanden per jaar stijging. De coalitie wil dus sneller indexeren: één jaar per jaar stijging.
Point is: technische keuzes over de rekenmethode bepalen wie er wint en wie er verliest. Kies je strengere koppeling, dan dalen de overheidsuitgaven maar gaat de druk omhoog op mensen met lager inkomen. Kies je mildere koppeling of compenserende maatregelen, dan stijgen de kosten voor de staat en mogelijk de belastingdruk.
Wat kunnen alternatieven zijn?
Er zijn verschillende routes die beleidsmakers kunnen verkennen. Eén is differentiatie op basis van arbeidsbelasting of beroep: wie fysiek zwaar werk heeft, krijgt eerder toegang tot AOW. Een andere is inkomensafhankelijke afbouw of extra voorzieningen voor lage inkomens, zodat zij eerder of met extra ondersteuning van AOW kunnen profiteren.
Het debat draait eigenlijk om solidariteit versus financiële houdbaarheid. De puzzel is hoe je de houdbaarheid van de AOW combineert met eerlijke behandeling van groepen die korter gezond leven.
De Kamer heeft de motie die om verzachting vroeg aangenomen. De motie zelf noemt geen concrete oplossingen; zij vraagt vooral om gesprek en onderzoek naar alternatieven. Minister Vijlbrief zegt dat hij niet van plan is om de plannen nu al af te zwakken. Hij nodigt sociale partners uit om in een vervolggesprek knelpunten concreet te maken.
Related Articles
Minister Vijlbrief: "We gaan helemaal niks afzwakken."
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.