Vanaf 1 januari 2026 stijgt het btw-tarief voor overnachtingen in vakantiewoningen van 9% naar 21%. Tegelijk staat de waardering en heffing in box 3 op de schop, met tijdelijke hogere forfaitaire rendementen in 2026 en een stelselwijziging per 1 januari 2028. De Rijksoverheid nam de btw-wijziging op in het Belastingplan 2026 (16 december 2025); fiscale adviseurs en banken wijzen op extra druk voor particuliere eigenaren door wijzigingen in WOZ-gebruik, verondersteld rendement en heffingvrij vermogen. Voor bezitters is de combinatie van hogere btw en de nieuwe box 3-regels de kern: directe inkomsten uit verhuur vallen harder, en zelfs eigen gebruik kan straks een forfaitair belastbare post opleveren.
De harde cijfers bepalen de pijn. Vanaf 1 januari 2026 geldt voor logies, expliciet genoemd in het Belastingplan 2026, geen verlaagd tarief meer. De Rijksoverheid vermeldt dat overnachtingen in hotelkamers, vakantiewoningen en stacaravans en kortdurende verstrekking van logies worden belast tegen 21%. Voor verhuurders betekent dat direct lagere netto-opbrengsten of hogere prijzen voor gasten. Voor huishoudens met een tweede woning betekent het dat verhuurinkomsten minder waard zijn na btw.
Wat verandert in box 3 en waarom dat telt
Box 3 is de andere grote verandering die eigenaren van recreatiewoningen treft. Tot en met aanslagjaar 2025 gold een verondersteld rendement over de WOZ-waarde, waarover belasting werd geheven, met daarnaast een heffingvrij vermogen per fiscale partner. Deze cijfers staan in de consolidatie van fiscale uitleg en in de Consumentenbond-uitleg die fiscale adviseurs veel gebruiken.
Voor de aangifte over 2026 is er een tussentijdse regeling in de wetsvoorstellen en commentaren. Die voorziet in een tijdelijk hoger verondersteld rendement en een lager heffingvrij vermogen per persoon in voorbeeldberekeningen. Dat pakt vooral zwaar uit voor tweede woningen met weinig daadwerkelijke huuropbrengst. Een woning die nauwelijks verhuurd wordt, kan onder de nieuwe methodiek alsnog een forfaitair belastbaar resultaat genereren.
Belangrijk bij de berekeningen is welke WOZ-waarde wordt gebruikt. Banken en fiscale adviseurs wijzen erop dat voor de aangifte over 2026 een vooraf vastgestelde WOZ-waarde geldt. Daarmee is de waardering vast, ook als WOZ-cijfers daarna sterker stijgen of dalen. Dat geeft duidelijkheid, maar het betekent ook dat recente marktbewegingen niet meewegen.
Forfaitaire bijtelling en de tegenbewijsregeling
Het wetsvoorstel regelt specifiek de fiscale behandeling van onroerend goed bij eigen gebruik. Juridische vakinformatie legt uit dat er een forfaitaire vastgoedbijtelling is opgenomen, die de economische huurwaarde van een niet-verhuurde tweede woning forfaitair vaststelt. Er zijn aparte regels voor volledige verhuur, geen verhuur en gemengd gebruik.
Politiek debat draait vooral om deze bijtelling en de consequenties voor mensen die hun woning slechts sporadisch zelf gebruiken.
De wetgever biedt wel een tegenbewijsregeling. Eigenaren mogen kiezen of zij worden afgerekend op het forfaitaire rendement of op het werkelijk behaalde rendement. Adviseurs waarschuwen dat het aantonen van werkelijk rendement ingewikkeld kan zijn bij niet-verhuurde woningen. Voor wie wel verhuurt, zijn administratieve lasten en bewijsvoering relevant: boekhouding, daadwerkelijk huurinkomen en kosten moeten waterdicht zijn om van de forfaitaire berekening af te wijken.
Adviseurs en banken benadrukken dat bezitters bij hun fiscale planning de WOZ-waarde, het verwachte verhuurpercentage en de keuze tussen forfait en werkelijk rendement moeten analyseren. Vooral modellen met weinig huurinkomsten, maar met hoge WOZ-waarden, kunnen onevenredig zwaarder belast worden onder de voorgestelde 2026-regeling.
De combinatie van de btw-verhoging en de box 3-wijzigingen vraagt om een andere rekensom voor veel huishoudens. Verhuurprijzen zullen naar verwachting stijgen of opbrengsten dalen, terwijl de box 3-heffing als zodanig mogelijk zwaarder uitpakt. Dit vraagt om hernieuwde fiscale planning.
Related Articles
- Tienduizenden extra opvangplekken na afwijzing noodwet
- 36,2 biljoen dollar zet nieuwe Fed-voorzitter klem
- 2031: 2 miljoen huiseigenaren riskeren pijn in de portemonnee
De concrete datum om op te letten is 1 januari 2028. Dat is de startdatum die in de ontwerpteksten genoemd wordt voor de definitieve omslag van box 3 naar heffing over werkelijk rendement.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.