50 procent versus nul: het nieuwe stelsel zet partnerpensioen neer als een risicoverzekering die maximaal circa 50 procent van het laatstverdiende salaris kan uitkeren, maar bij uitdiensttreding kan die dekking direct vervallen, meldt Welingelichte Kringen. De Wet toekomst pensioenen koppelt de uitkering aan deelname aan de regeling; alleen bij overlijden tijdens deelname keert het partnerpensioen uit. Wie van baan wisselt, overstapt naar zzp-schap of scheidt loopt daardoor het grootste risico om zonder nabestaandenbescherming achter te blijven. Werkgevers en pensioenadviseurs moeten nu keuzes maken over overgangsregimes, premies en communicatie, met een cruciale deadline in het najaar van 2027.

Wat de wet concreet verandert

Collectieve bescherming versus individuele verantwoordelijkheid: de Wet toekomst pensioenen verlegt het partnerpensioen van een opgebouwd recht naar een risicodekking die alleen geldt zolang iemand deelnemer is. Het nieuwe kader stelt een plafond van ongeveer 50 procent van het laatstverdiende salaris voor het partnerpensioen, en legt vast dat uitkering alleen plaatsvindt bij overlijden tijdens deelname aan de pensioenregeling, aldus het bericht van Welingelichte Kringen.

De berekeningsgrondslag verandert ook: rechten worden voortaan gekoppeld aan het laatstverdiende salaris in plaats van aan dienstjaren. Dat voordeel werkt vooral in het voordeel van jongere overledenen, zo stelt het bericht. Tegelijk brengt de wet meer duidelijkheid over wie als partner telt: samenwoners tellen sneller mee, waardoor toegang tot nabestaandenpensioen gemakkelijker kan worden.

Praktische effecten voor werknemers en werkgevers

De veranderingen hebben directe, tastbare gevolgen. Pensioenexperts illustreren het met één voorbeeld: een 42-jarige met een jaarsalaris van 65.000 euro die zonder voortzetting overstapt naar zzp-schap kan zijn partner achterlaten zonder dekking die voorheen vaak wel bleef bestaan. Het financiële verlies noemen de bronnen "duizenden euro's per jaar" en dat kan over decennia oplopen tot tienduizenden euro's als er geen alternatieve verzekering wordt afgesloten.

Pensioenfondsen en uitvoerders waarschuwen en geven praktische handvatten. ABN AMRO Pensioenfonds zegt dat partner- en wezenpensioen in hun nieuwe regeling goed geregeld blijven en dat uitkeringen na overlijden jaarlijks worden aangepast aan beleggingen en rente.

NN wijst erop dat een partnerpensioen op risicobasis kan vervallen bij scheiding of uitdiensttreding en dat werknemers zelf actie moeten ondernemen om bescherming te behouden.

Voor werkgevers betekent de wet keuzes over hoe zij hun regelingen inrichten en communiceren. Veel werkgevers kunnen hun bestaande beschikbare premie-staffel behouden tot 2028, maar voor nieuwe werknemers na 2028 moet een flatrate-premie worden vastgesteld. Die flatrate kent een maximaal percentage van 30 procent van de pensioengrondslag. Werkgevers moeten besluiten of zij zittende werknemers de optie geven om over te stappen naar de vaak hogere flatrate voor nieuwe medewerkers; die keuze raakt zowel werkgeversbijdrage als informatieverplichtingen richting personeel.

De wijziging verlegt het zwaartepunt van collectieve naar individuele verantwoordelijkheid. Pensioenjuristen en hoogleraren pleiten voor automatische voortzetting, een opt-outconstructie zodat mensen actief moeten afzien van bescherming in plaats van deze stilzwijgend te verliezen. Die maatregel is echter nog niet landelijk verplicht, waardoor veel werknemers zelf stappen moeten zetten om dekking te behouden.

Related Articles

Werkgevers moeten hun keuzes over overgangsregimes en premieopzet tijdig doorgeven: de deadline voor het melden van die keuzes is 1 oktober 2027, en veranderingen voor zittende werknemers treden vanaf 2028 in werking. Oorspronkelijk gerapporteerd door welingelichtekringen.nl.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.