Kabinet presenteert een steunpakket van bijna 1 miljard euro.

Wat zit er in het pakket?

Het kabinet trekt bijna 1 miljard euro uit om huishoudens, bedrijven en automobilisten te steunen vanwege de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Het pakket bevat diverse maatregelen: een verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent per kilometer, een halvering van de motorrijtuigenbelasting voor voertuigen met grijze kentekens tot het einde van het jaar, en extra steun voor huishoudens met de laagste inkomens.

De regering reserveert onder meer 50 miljoen euro voor arme huishoudens en trekt aanvullende gelden uit voor woningisolatie. Ook worden subsidies voor groene investeringen bij bedrijven eerder beschikbaar gesteld, zodat projecten sneller van start kunnen gaan en bedrijven de energiekosten structureel kunnen verlagen.

Het pakket ligt vrijdag op tafel in de ministerraad. Daarna wil het minderheidskabinet met oppositiepartijen praten om te zien of er voldoende steun is of dat onderdelen aangepast moeten worden. Het kabinet kiest bewust voor gerichte hulp; geen algemene, tijdelijke korting aan de pomp.

In de praktijk betekent de hogere onbelaste kilometervergoeding dat werknemers die veel rijden minder kwijt zijn aan woon‑werkverkeer. Als werkgevers bijdragen kan iemand die elke week 400 kilometer rijdt tot ongeveer 8 euro per week besparen.

Waarom geen verlaging van de accijnzen?

Het kabinet slaat een andere koers in dan buurland Duitsland, dat wel de accijns op brandstof heeft verlaagd. Punt is, het verlagen van accijnzen kost veel geld en biedt volgens kabinet en beleidsmakers relatief weinig structurele verlichting. Een verlaging van 10 cent per liter zou de Staat ongeveer een miljard kosten; dat is ruwweg hetzelfde als het hele steunpakket.

Daarnaast weegt het kabinet dat een accijnsverlaging het verbruik stimuleert. Dat past niet bij het streven naar lagere uitstoot en energiebesparing op de lange termijn. Daarom wil het kabinet maatregelen die mensen en bedrijven helpen, maar niet aanzetten tot meer autorijden.

Wie profiteren vooral?

De halvering van de motorrijtuigenbelasting richt zich expliciet op grijze kentekens: vaak kleine ondernemers met een bestelbus of lichte bedrijfswagen. Dat geeft directe verlichting voor zzp'ers en kleinere bedrijven die veel op de weg zitten en op korte termijn geen grote investeringen in ander vervoer kunnen doen.

Huishoudens met een krappe portemonnee krijgen een extra impuls via 50 miljoen euro voor ondersteuning. Op dit moment kan een deel van die 50 miljoen naar het energienoodfonds, zodat mensen die moeite hebben met hun energierekening hulp krijgen. Het kabinet houdt ook rekening met de mogelijkheid dat, als de situatie lang duurt, de druk op de energierekening toeneemt.

Verder moeten snellere subsidies voor isolatie en voor groene investeringen bedrijven helpen hun energiekosten te verlagen. De gedachte daarachter: structurele investeringen in isolatie en duurzame techniek hebben op lange termijn meer impact dan een kortstondige goedkope benzineprijs.

Politieke reacties en debat in de Kamer

In de Kamer leidde de discussie over mogelijke accijnsverlaging tot verhitte momenten. Kamerlid Dekker van Forum voor Democratie pleitte voor het weer opnemen van olie- en gasleveringen uit Rusland en stelde dat sommige landen betrouwbaarder zijn. Dat stuitte op kritiek en zorg bij andere Kamerleden.

Kamerlid Keijzer reageerde fel op Dekkers opmerkingen en schreef dat ze er emotioneel op reageerde; ze zei dat ze "stond te koken" bij wat zij noemde lichtzinnige uitspraken over regimes waar mensenrechten worden geschonden. D66-Kamerlid Neijenhuis wees erop dat de vorige energiecrisis deels het gevolg was van een geopolitieke leveringsstop en waarschuwde daarom tegen het heropenen van afhankelijkheden.

SGP-Kamerlid Flach noemde Dekkers uitspraken "kwalijk". Het debat liet zien dat er in de Kamer weinig consensus is over de beste manier om brandstofprijzen te bestrijden: sommigen willen directe maatregelen aan de pomp, anderen geven de voorkeur aan gerichte steun en lange-termijnmaatregelen.

Financieel kader en de rol van de Europese context

Het kabinet geeft prioriteit aan maatregelen die niet meteen de staatskas zwaar belasten. De gedachte is dat als onzekerheid lang aanhoudt, je geen groot, onomkeerbaar bedrag moet uitgeven dat straks niet meer beschikbaar is voor andere crises.

Bovendien speelt er een bredere Europese context. Duitsland koos voor directe accijnsverlaging om de acute pijn van consumenten te verzachten. Nederland kiest voor gerichte hulp en structurele investeringen. Beide keuzes hebben voor- en nadelen en weerspiegelen politieke prioriteiten en begrotingsruimte.

Daarbij komt de positie van De Nederlandsche Bank (DNB) in beeld. De centrale bank boekte over 2025 opnieuw verlies, waarmee het derde verliesjaar op rij een feit is. Olaf Sleijpen, president van DNB, benadrukte bij de presentatie van de jaarcijfers dat het verlies het functioneren van DNB niet in gevaar brengt en dat mensen zich geen zorgen hoeven te maken.

Wat betekent dit voor huishoudens en bedrijven?

Voor veel consumenten betekent het pakket: geen directe verlichting aan de pomp, maar wel enige ontlasting op andere plekken. Wie veel zakelijke kilometers maakt en wiens werkgever bijdraagt, ziet de onbelaste vergoeding stijgen en betaalt daardoor iets minder. Kleine ondernemers met bestelauto's krijgen lagere wegenbelasting zolang de maatregel geldt.

Voor bedrijven kunnen snellere groene subsidies en ondersteuning bij isolatie helpen de energieafhankelijkheid te verlagen en de kosten op de lange termijn naar beneden te brengen. Voor huishoudens met lage inkomens is het extra geld naar het energienoodfonds bedoeld als vangnet als rekeningen onbetaalbaar dreigen te worden.

Het kabinet zet dus in op gerichte steun voor doelgroepen in plaats van een brede, dure accijnsverlaging die alle consumenten raakt maar relatief weinig structurele verbetering biedt.

Related Articles

"Drie jaar op rij een fors verlies is niet fijn. Maar DNB is geen reguliere bank. Mensen hoeven zich geen zorgen te maken," zei Olaf Sleijpen, president van De Nederlandsche Bank.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.