In 2023 gebruikte Nederland gemiddeld 119 liter drinkwater per persoon per dag, boven het doel van 100 liter voor 2035. Bedrijven moeten hun verbruik 20 procent terugbrengen ten opzichte van 2016-2019. De Algemene Rekenkamer waarschuwt dat het tempo van besparen te traag is en dat sommige drinkwaterbedrijven onvoldoende reservecapaciteit hebben, wat financiële risico's voor bedrijven en gemeenten vergroot en extra investeringen en noodplanning vereist.
Groot probleem, strakke doelen
De Algemene Rekenkamer waarschuwt dat het huidige tempo van waterbesparing onvoldoende is om de doelen te halen. De Rekenkamer noemt de situatie zorgelijk en schrijft: "Gezien de ernst en urgentie van de problemen, beoordelen we de beleidsresultaten als zorgelijk."
Het doel is helder. Huishoudens moeten terug naar 100 liter per persoon per dag in 2035. Voor bedrijven hangt er een taakstelling van 20 procent minder gebruik tegen de periode 2016-2019. Maar de praktijk loopt achter. Sinds 2022 kregen tientallen bedrijven geen aansluiting op het drinkwaternet. En meerdere drinkwaterbedrijven hebben volgens de Rekenkamer niet genoeg reservecapaciteit om pieken of storingen op te vangen.
Bedrijven gebruiken meer water, gemeenten nemen noodmaatregelen
De Rekenkamer noteert dat het verbruik door bedrijven de laatste jaren juist omhoog ging. Onderzoekers konden dat stijgende verbruik niet verklaren met de beschikbare data. Huishoudens gebruikten wel iets minder, maar het is onduidelijk of dat door beleid komt of door externe factoren zoals prijsstijgingen of veranderd gedrag tijdens corona.
Drinkwaterbedrijven bereiden zich voor op storingen en grote uitval. Zij hebben 24/7 storingsploegen en noodprocedures voor stroomuitval en verontreiniging. Als een storing langer duurt dan 24 uur, schakelen waterbedrijven naar noodscenario's.
Dan gelden vaste afspraken met gemeenten en hulpdiensten over distributie van nooddrinkwater.
In zo'n scenario heeft iedereen recht op minimaal drie liter nooddrinkwater per dag. Dat bestaat uit twee liter voor drinken en één liter voor het bereiden van voedsel. Drinkwaterbedrijven zetten mobiele tanks in van ongeveer 10.000 liter per locatie. Gemeenten helpen met communicatie en distributie. Als mensen zelf geen water kunnen halen, wordt het bij woningen bezorgd.
Wie draagt de kosten?
De combinatie van doelen, beperkte reservecapaciteit en al zichtbare leveringsproblemen creëert een financiële druk. Bedrijven die geen aansluiting krijgen, kunnen productie vertragen of verplaatsen. Dat raakt omzet en investeringsplannen. Gemeenten en drinkwaterbedrijven moeten geld reserveren voor noodvoorzieningen en voor onderhoud van transportleidingen. Die kosten komen ergens vandaan. Ze belasten tarieven, belastingen of investeringsbudgetten.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat, Madlener, zet in op meer "waterbewustzijn" via een landelijke campagne en op "waterbewust bouwen" om minder drinkwater in gebouwen te gebruiken. De Rekenkamer zegt echter dat het effect van zo'n campagne moeilijk is vast te stellen. Ook eerdere onderzoeken lieten zien dat het verhogen van waterprijzen weinig effect heeft op het totale verbruik.
Als prijssturing weinig helpt, blijven beleidsmakers over met andere instrumenten. Denk aan bouwregels, verplichte hergebruiksystemen voor toiletspoeling en industriële processen, of investeringen in reservecapaciteit en transport. Elk van deze opties heeft een prijs. En die prijs komt bij bedrijven, huishoudens of overheden terecht.
Risico's voor de bedrijfssector
Een directe economische impact is al zichtbaar. Sinds 2022 zijn er voorbeelden van ondernemingen die geen aansluiting kregen. Zonder water kun je veel productieprocessen niet draaien. Dat geldt voor de voedselverwerkende industrie, de chemie en bedrijven met koel- of reinigingsbehoefte.
Bedrijven moeten nu al nadenken over alternatieven. Dat kan leiden tot extra investeringen in opslag, hergebruik of eigen bronnen. Kleine en middelgrote bedrijven hebben vaak minder financiële ruimte om zulke investeringen te doen. Dat kan hun concurrentiepositie aantasten.
De vraag is wie investeert in het netwerk en in reservecapaciteit. Drinkwaterbedrijven hebben beperkte middelen en richten zich op netwerkonderhoud en zuivering. Gemeenten dragen bij bij crisismanagement en distributie. Grote investeringen kunnen een beroep doen op publieke middelen of leiden tot hogere tarieven voor afnemers.
Voor financiers en beleggers creëert de situatie een nieuw risicoprofiel. Bedrijven met hoog watergebruik lopen operationele risico's. Netbeheerders en drinkwaterbedrijven krijgen kapitaalvraagstukken voor hun infrastructuur. Banken en verzekeraars zullen projecten moeten taxeren op leveringszekerheid en op de kans op verstoring.
De Rekenkamer concludeert dat concrete maatregelen tot nu toe beperkt zijn. Er zijn doelen en beleidsvoorstellen. Maar er is weinig bewijs dat maatregelen genoeg effect hebben. Externe factoren kunnen trends snel veranderen. Thuiswerken verhoogde het gebruik in coronatijd. Toenemende energieprijzen in 2022 zorgden voor korter douchen en minder verbruik.
Dat maakt beleid ingewikkeld. Een publiekscampagne kan gedrag beïnvloeden, maar de Rekenkamer zegt dat het effect moeilijk te meten is. Prijsprikkels lijken ook geen eenduidige uitweg. Dat laat ruimte voor technische en bouwkundige ingrepen. Bijvoorbeeld systemen voor regenwaterhergebruik voor toiletten en tuinirrigatie. Madlener noemt "waterbewust bouwen" als optie om structureel minder drinkwater te vragen van het net.
Related Articles
- Aansluitstop Utrecht: Kamer spreekt van crisis terwijl kabinet nieuwe aansluitingen toestaat
- VAE stappen per 1 mei uit OPEC — wat betekent dat voor Saudi‑Arabië?
- Eerste Kamer wijst twee asielwetten af — kabinet onder financiële druk
Iedereen heeft recht op minimaal drie liter nooddrinkwater per dag; drinkwaterbedrijven gebruiken mobiele tanks van circa 10.000 liter om noodpunten te bevoorraden.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.