14 procent minder clubbezoekers in 2025, en dat duwt veel poppodia in het rood. De Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) meldt dat het aantal bezoeken aan clubavonden daalde ten opzichte van 2024 en dat poppodia in 2025 overall bijna 5% minder bezoeken noteerden. De analyse is gebaseerd op gegevens van 55 aangesloten poppodia die samen 29.523 optredens programmeerden en ruim 6,4 miljoen bezoeken trokken. Financieel resulteerde dat in opbrengsten van €247 miljoen tegenover uitgaven van €251 miljoen; ruim de helft van de podia sloot af met een negatief resultaat.

€247 miljoen tegen €251 miljoen: dat is de financiële balans van de onderzochte poppodia in 2025, volgens de VNPF. Het verschil lijkt klein op macroniveau, maar in de praktijk betekent het dat een meerderheid van de zalen verlies lijdt. De organisatie zegt dat de daling in bezoekersaantallen direct doorwerkt op de exploitatie.

Kosten drukken harder. Programmakosten vormden 36% van de uitgaven en personeelskosten 38%. Personeelskosten namen in één jaar met 8% toe en lagen 25% hoger dan in 2023. Programmakosten stegen met 17% ten opzichte van 2023, onder meer door hogere gages voor artiesten.

Inkomstenbronnen zijn geconcentreerd. Horeca en kaartverkoop samen vormden 63% van de totale omzet: 40% uit kaartverkoop en 23% uit horeca.

Met dalende bezoekersaantallen levert die afhankelijkheid snel minder op. De VNPF meldt dat ruim de helft van de 55 onderzochte poppodia met een negatief bedrijfsresultaat afsloot.

Publieksgedrag verschuift. Het aandeel uitverkochte clubnachten liep terug: in 2025 was ongeveer één op de vijf nachtprogramma's uitverkocht, tegenover ongeveer één op de vier in 2024.

De VNPF wijst op veranderende voorkeuren bij jongeren en op prijsstijgingen binnen en buiten podia als verklaringen.

Arne Dee van de VNPF zegt in gesprekken met podia dat er 'toch gewoon andere behoeften van jonge mensen' naar voren komen en dat prijsstijgingen een rol spelen. Nachtprogrammeur Hanneke Dijkstra van poppodium Simplon in Groningen hamert op betaalkracht: 'het zit denk ik vooral in de persoonlijke financiële situatie van mensen, mensen hebben echt, echt minder te besteden.'

Niet alle zalen ervaren hetzelfde beeld. Ongeveer 60% van de poppodia zag een terugloop in bezoeken aan clubavonden, terwijl circa 40% juist groei meldde. Voor concerten is het beeld gemengd; op sommige locaties nam het publieksaantal toe ten opzichte van twee jaar eerder.

Lokale financiering maakt het verschil. In veel gemeenten begon in 2025 een nieuwe vierjarige subsidieperiode, maar volgens de VNPF compenseren die regelingen niet overal voldoende de stijgende vaste lasten zoals personeel en huisvesting. Als gevolg moesten sommige podia reserves aanspreken, bezuinigen op programma en personeel, of aanvullende steun van gemeenten vragen.

Programmering en maatschappelijke taken lopen door. De VNPF benadrukt dat poppodia naast optredens in hun eigen zalen vaker activiteiten organiseren in scholen, musea, wijkcentra en buitenlocaties. Die activiteiten vullen de maatschappelijke rol van podia aan, maar ze dragen doorgaans minder direct bij aan de kaartverkoop en de horeca-inkomsten die de exploitatie dragen.

Hoofdprogrammeur Erik Delobel van Hedon in Zwolle meldt ook een dip in kaartverkoop, al relativeert hij de trend deels als normalisatie na de coronapiek. Voor veel zalen betekent dat keuzes maken: meer risicodeling in programmering, andere samenwerking met gemeenten, of verder snijden in kosten om de gaten te dichten.

De harde cijferlijke noot blijft staan: totale inkomsten €247 miljoen versus uitgaven €251 miljoen in 2025, een verschil dat ruim de helft van de onderzochte poppodia een negatief bedrijfsresultaat opleverde. Oorspronkelijk gerapporteerd door vnpf.nl.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.