Nederland probeert diplomatieke schade met China te herstellen nadat extra invoerheffingen en een bijna volledige exportstop bedrijven als FrieslandCampina en chipmaker Nexperia hebben geraakt. De regering heeft gesprekken geopend en zendt ambtenaren naar China om zowel handelsblokkades als veiligheidszorgen te bespreken. De kwestie raakt zowel agro-export als hightech, met gevolgen voor marges, voorraden en toeleveringen in de auto-industrie. En de uitkomst van de gesprekken bepaalt of marktaandeel en normale handelsrelaties terugkeren.

De Nederlandse aanpak van de afgelopen weken toont twee verbonden problemen tegelijk: economische pijn voor exporteurs en geopolitieke spanning over technologie en veiligheid. Dat is de lezing van het kabinet nu ambtenaren naar China zijn gestuurd om openstaande handels- en veiligheidskwesties te bespreken.

De chipruzie rond Nexperia

Eind september greep demissionair minister Vincent Karremans van Economische Zaken in bij Nexperia, de chipproducent met Chinese betrokkenheid. Volgens Karremans vormde de Chinese directeur van het bedrijf een bedreiging voor de productie in Nederland en Europa, en hij zette een tot nu toe weinig gebruikte wet uit 1952 in om in te grijpen. Een rechter zette korte tijd later de Chinese directeur uit zijn functie.

China reageerde met een bijna volledige exportstop voor chips uit Nexperia’s fabrieken in China. Die stop veroorzaakte acute leveringsproblemen bij Europese afnemers, onder meer in de auto-industrie. Begin deze maand versoepelden de Chinese autoriteiten de vergunningverlening voor sommige bedrijven. Kort daarna schortte Karremans zijn ingreep op.

In een brief aan de Tweede Kamer noteerde Karremans letterlijk: "Het is mij gebleken dat de Chinese autoriteiten op dit moment daadwerkelijk toestemming lijken te verlenen aan bedrijven uit Europese en andere landen voor de export van Nexperia-chips. Hiermee is een belangrijke stap gezet." Die stap was voldoende reden voor het kabinet om de formele ingreep te pauzeren en de dialoog te zoeken.

Zuivel onder druk en bredere economische belangen

De handelsmaatregelen tegen Nederlandse landbouwexport hebben de politieke druk vergroot. Nederlandse zuivelproducenten, waaronder multinationals en kleinere verwerkers, meldden dat hun afzet in China is gekrompen door hogere tarieven. Dat zet marges onder druk en leidt tot toenemende voorraden.

Bedrijven lobbyen bij de Nederlandse en Europese overheid voor herstel van markttoegang en zoeken tegelijkertijd naar alternatieve afzetmarkten en aanpassingen in hun assortiment.

De druk is niet alleen economisch. Nederland importeerde in 2024 voor 53 miljard euro aan goederen uit China en exporteerde 30 miljard euro naar China, cijfers die in analyses en commentaar zijn genoemd. Die handelsstromen maken China tot een van de belangrijkste handelspartners binnen de EU voor Nederland. Het kabinet probeert daarom marktaandeel te beschermen terwijl het ook strategische gevoeligheden rond technologie en veiligheid adresseert.

De diplomatieke bemiddeling speelt zich daarom op twee fronten af. Enerzijds moeten de extra invoerheffingen op landbouwproducten worden teruggedraaid of gemitigeerd. Anderzijds liggen er vragen over wie zeggenschap heeft binnen bedrijven met buitenlandse bestuurders en hoe die veiligheidsrisico's in de toekomst worden beheerd.

Analisten en experts zeggen dat de inhoud van de zorgen over de Chinese directeur bij Nexperia terecht is, maar ze bekritiseren de manier waarop het kabinet handelde. Zichen Wang van het Center for China and Globalization in Peking stelde dat "de boosheid en frustratie bij de Chinese overheid zat hem vooral in het feit dat de minister deze ingreep zonder enig overleg deed." Maaike Okano-Heijmans van Instituut Clingendael noemde de bezorgdheid terecht maar zei dat de zaak achter de schermen had moeten worden besproken met alle betrokken partijen.

De handelsmaatregelen en de publieke politieke stap van Karremans vergrootten de diplomatieke gevoeligheid. De mix van mensenrechtenkwesties, handelsbeleid en veiligheid speelt mee in de gesprekken. Nederlandse ambtenaren moeten in Peking zowel technische handelsproblemen bespreken als politieke misverstanden kalmeren. Dat maakt de onderhandelingen complexer dan een gewone handelsclaim.

Bedrijven aan Nederlandse zijde reageren deels met pragmatische maatregelen. Zuivelbedrijven zoeken snelle alternatieven voor afzet en passen assortimentsstrategieën aan. Technologiebedrijven en toeleveranciers in de auto-industrie inventariseren voorraadrisico's en zoeken vervangende leveranciers binnen Europa. Politieke druk op het kabinet is hoog, zowel van lobbygroepen uit de agrarische sector als van bedrijven die afhankelijk zijn van stabiele chipleveringen.

De Nederlandse missie naar China is daarmee meer dan een handelsdelegatie. Het is een geopolitieke reparatieoperatie die zowel economische belangen als veiligheidszorgen moet bezweren. Hoe soepel die operatie verloopt hangt af van wederzijds vertrouwen, terugkeer van exportvergunningen en oplossingen voor bestuurlijke kwesties binnen bedrijven.

Related Articles

Het kabinet schortte de ingreep op na signalen dat Chinese autoriteiten weer exportvergunningen verlenen voor Nexperia-chips. Nu is het aan de missie in Peking: structureel herstel van vergunningen en afspraken over bestuur en veiligheid bepalen of handel en leveringen echt herstellen.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.