Vroeger betaalden negen werkenden één AOW'er; nu zijn het er nog maar twee. Kijk, dat dwingt tot keuzes.
De rek is eruit
Het kabinet laat het plan om de AOW-leeftijd versneld te verhogen voorlopig niet vallen. Premier Jetten zei in de Eerste Kamer dat een vroege afwijzing niet mogelijk is zonder eerst alternatieven te bedenken om de kosten van vergrijzing te dragen. "Als mensen langer leven, moet je zoeken hoe dat betaalbaar blijft", aldus Jetten tijdens het debat.
De cijfers maken duidelijk waarom er druk op staat. Waar in eerdere generaties nog negen mensen betaalden voor elke AOW-uitkering, zijn dat er nu maar twee. In feite zijn er nu minder mensen aan het werk en meer gepensioneerden, wat de kosten voor de overheid verhoogt.
Het probleem is dat er niet zomaar meer ruimte is. De coalitie in het regeerakkoord heeft afgesproken de AOW één op één te koppelen aan de levensverwachting: leven mensen één jaar langer, dan schuift de pensioenleeftijd ook één jaar op. Dat scheelt op papier geld, maar het botst met afspraken uit het verleden.
Moties, onvrede en het pensioenakkoord
Er bleek veel weerstand in de Eerste Kamer. Een motie van GroenLinks-PvdA kreeg steun van een grote meerderheid, ondertekend door partijen als BBB, ChristenUnie, PVV, Partij voor de Dieren en Forum voor Democratie.
Paul Rosenmöller, fractievoorzitter GL-PvdA, stelde hardop dat het pensioenakkoord van 2019 niet zomaar overboord mag.
Rosenmöller: "Het akkoord uit 2019 kwam moeizaam tot stand. Daar zat al een verhoging van de AOW in, maar een extra verhoging is niet alleen oneerlijk, het is ook onbetrouwbaar." Dat is een stevige uitspraak. En hij staat niet alleen: vakbonden en een groot deel van de oppositie vinden hetzelfde.
Premier Jetten erkende de politieke realiteit. "De versnelde verhoging kan op geen meerderheid rekenen", zei hij in de Kamer. Daarom zet het kabinet een stap terug en schrijft de wet nog niet definitief vast. Maar terugtrekken wil Jetten niet noemen; er moeten eerst alternatieven komen.
Wat de ministers zeggen
Minister Vijlbrief van Sociale Zaken hield in een tv-optreden ook nog een slag om de arm. "Als je dat opschrijft in een regeerakkoord, dan doe je dat uit volle overtuiging", zei hij. Tegelijk voegde hij eraan toe dat hij na het Kamerdebat de wet voorlopig van tafel heeft gehaald: "Ik kom voorlopig niet met een wet."
Feit blijft dat de regering twee ministers van Sociale Zaken heeft belast met het zoeken naar opties. Jetten beloofde dat die ministers richting de zomer met nieuwe voorstellen komen. Dat is een concrete stap die het onderwerp voorlopig politiek leefbaar houdt, maar het probleem blijft bestaan.
De Eerste Kamer speelt hoofdrol
Look, de Senaat is geen formaliteit. Politiek duider Arjan Noorlander waarschuwde al dat het minderheidskabinet het in de Eerste Kamer lastig krijgt. "Dit minderheidskabinet krijgt het waarschijnlijk in de Eerste Kamer nog veel moeilijker dan in de Tweede Kamer", zei Noorlander. En dat zagen we terug tijdens het debat: partijen die in de Tweede Kamer geen meerderheid hadden, hebben in de Senaat wél de macht om plannen te blokkeren.
Daar komt bij dat sommige coalitiepartijen publiekelijk benadrukken dat overleg met sociale partners nodig is. CDA-leider Henri Bontenbal riep op tot overleg met werkgevers en vakbonden en beide Kamers voordat er knopen worden doorgehakt. Dat is in lijn met het idee dat pensioen- en AOW-wijzigingen alleen in samenspraak serieus vorm kunnen krijgen.
De alternatieven op tafel
Welke alternatieven zijn er? Dat is precies waar de discussie nu over gaat. Er zijn eigenlijk drie opties. Of je verschuift de kosten naar later werken (hogere AOW-leeftijd). Of je verhoogt lasten elders (hogere premies of belastingen). And of je snijdt in uitkeringen of andere uitgaven.
Veel partijen willen het laatste níet. Vakbonden verzetten zich fel tegen een te snelle verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. GroenLinks-PvdA en anderen wijzen erop dat economische groei en betere houdbaarheid sinds 2019 de rek al wat hebben hersteld, waardoor een extra versnelling onnodig zou zijn.
Anderen wijzen op het dilemma van betaalbaarheid versus uitvoerbaarheid. Als je de pensioenleeftijd te hard optrekt, raakt de uitvoering moeilijk en worden mensen met zware banen onevenredig benadeeld. Daar wijzen werkgevers en werknemersorganisaties op.
Praktische gevolgen voor burgers
Voor burgers betekent dit politiek gekibbel veel onzekerheid. Mensen die nu in hun vijftigste of zestigste zitten, willen weten wanneer ze kunnen stoppen met werken. Werkgevers willen duidelijkheid over personeelsplanning en kosten. Pensioenfondsen willen zekerheid over regelgeving zodat ze hun rekenmodellen kunnen aanpassen.
Die onzekerheid kan ook economische effecten hebben. Pensioenfondsen moeten bufferen voor langere uitkeringsperiodes. En huishoudens kunnen hun consumptie uitstellen als ze denken langer door te moeten werken. Dat raakt de vraag in de economie.
De discussie raakt mensen diep en is ook technisch complex. Technisch omdat demografische en financiële modellen het debat kleuren. Emotioneel omdat pensioen en werken tot op het bot voelen voor veel mensen.
Wat er nu gaat gebeuren
Het kabinet heeft nu gezegd: wacht even. Er komt geen onmiddellijke wetswijziging. Tegelijkertijd gaf Jetten aan dat het probleem wél groot is en dat er serieus naar alternatieven gekeken moet worden. Ministers van Sociale Zaken krijgen de opdracht om opties uit te werken en die vóór de zomer voor te leggen.
Partijen in de Eerste Kamer hebben laten zien dat ze de toetssteen zijn voor dit dossier. Als een toekomstig voorstel weer te ver afwijkt van eerder gemaakte afspraken, zal de Senaat opnieuw hard kunnen ingrijpen.
Related Articles
- Staat gaat in hoger beroep tegen klimaatvonnis voor Bonaire — maar moet ondertussen handelen
- Vernieuwde Schijf van Vijf drukt rem op vleesconsumptie: maximaal één gehaktbal per week
Premier Jetten: "De twee ministers van Sociale Zaken zullen richting de zomer met nieuwe voorstellen komen."
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.