€20.000 is de omzetgrens die bepaalt of u in aanmerking komt voor de Nederlandse kleineondernemersregeling, de KOR. In Nederland leidt dat doorgaans tot twee manieren om btw te vermijden: een sectorale vrijstelling op basis van activiteiten die de Belastingdienst vrijstelt, en de KOR. De KOR betekent dat u geen btw rekent en meestal geen periodieke aangifte hoeft te doen, maar u verliest doorgaans het recht op aftrek van voorbelasting; voor grensoverschrijdende handel is sinds 1 januari 2025 ook een EU-KOR met een drempel van €100.000. Controleer de Belastingdienstlijst met vrijgestelde activiteiten en meld u tijdig bij de Belastingdienst als u kiest voor de KOR.

De sectorale vrijstelling en de KOR lijken op één ding uit te lopen, geen btw in rekening brengen, maar ze hebben wezenlijk verschillende gevolgen voor administratie en aftrek van voorbelasting. De sectorale vrijstelling haalt u meestal uit de verplichting om btw te rekenen, maar u verliest doorgaans ook het recht om de btw die u betaalde over zakelijke kosten terug te vragen. Maar De KOR is een keuze voor kleine ondernemers met een omzet tot €20.000 per kalenderjaar; wie de KOR toepast rekent geen btw en doet in de meeste gevallen geen periodieke aangifte, maar verliest eveneens het recht op aftrek van voorbelasting. Voor wie veel zakelijke kosten heeft of veel voorbelasting wil terugvragen, kan de KOR ongunstig uitpakken. Voor grensoverschrijdende handel bestaat sinds 1 januari 2025 een aparte EU-KOR met een hogere omzetgrens van €100.000.

1. Vaststellen of uw activiteiten onder een sectorale vrijstelling vallen

Belastingdienst publiceert een lijst met bedrijfsactiviteiten en branches die btw-vrijgesteld zijn. Daarop staan onder andere onderdelen van zorg, onderwijs, financiële dienstverlening en bepaalde journalistieke en culturele activiteiten. Als uw geleverde goederen of diensten op die lijst staan, brengt u geen btw in rekening en factureert u zonder btw.

Praktisch gezien doorloopt u deze stappen: Ten eerste, controleer of de omschrijving van uw activiteit op de Belastingdienstlijst overeenkomt met wat u levert. Ten tweede, kijk of er bijzondere voorwaarden of uitzonderingen bij de omschrijving staan. Ten derde, bij twijfel belt u de Belastingdienst, want foutief factureren heeft directe gevolgen voor uw klanten en voor uw fiscale positie.

Let op dat verschillende praktijkbronnen waarschuwen dat grensgevallen en gemengde activiteiten ingewikkeld zijn. Als u onderdelen levert die deels vrijgesteld en deels belast zijn, moet u nauwkeurig aantonen welke prestaties onder welke regeling vallen. Bij twijfels is direct contact met de Belastingdienst het advies dat fiscale praktijkbronnen consequent geven.

2. De KOR: wie komt in aanmerking en waar let u op

KOR is een keuzeregeling. De officiële drempel volgens de overheid is een jaaromzet van maximaal €20.000. Als u de KOR kiest, rekent u geen btw aan uw klanten en hoeft u in principe geen btw-aangifte meer te doen.

Dat klinkt aantrekkelijk, maar de regeling heeft belangrijke nadelen.

Ten eerste, u mag de btw die u betaalt over zakelijke kosten en investeringen niet terugvragen. Die voorbelasting blijft dan uw kosten. Ten tweede, als uw klanten hoofdzakelijk andere ondernemers zijn die zelf btw aftrekken, kan het ontbreken van vooraftrek uw concurrentiepositie beïnvloeden. Ten derde, de KOR is een bewuste keuze: u moet zich aanmelden bij de Belastingdienst om de regeling toe te passen.

Voor handel binnen de EU is er sinds 1 januari 2025 de EU-KOR met een drempel van €100.000. Die regeling is bedoeld voor grensoverschrijdende handel en heeft een hogere omzetgrens dan de nationale KOR. De overheidstekst waarschuwt dat er uitzonderingen bestaan waarop de vrijstelling geen toepassing heeft, en dat u de voorwaarden zorgvuldig moet lezen voordat u zich aanmeldt.

Er bestaan ook niet-officiële routes die in sommige bronnen worden genoemd. Eén niet-officiële bron raadt bijvoorbeeld registratie via een extern online ondernemingsloket aan. Die aanwijzing wijkt van de overheidsaanpak en verdient verificatie bij de Belastingdienst voordat u daarop vertrouwt.

Voor een Sectorale vrijstelling hoeft u geen formele aanvraag bij de Belastingdienst in te dienen. U bepaalt of uw activiteit onder een vrijstelling valt op basis van de Belastingdienstlijst, en u handelt daarnaar. In de praktijk betekent dat: u factureert zonder btw en u vermeldt op de factuur dat de levering of dienst vrijgesteld is van btw.

Voor de KOR moet u zich wel actief aanmelden bij de Belastingdienst. De inschrijving verloopt via de Belastingdienst en tijdige aanmelding is vereist als u de KOR voor een kalenderjaar wilt toepassen. De overheid benadrukt dat u de keuze goed moet registreren en dat uitzonderingen bestaan waarop de vrijstelling geen toepassing heeft.

Administratief zijn er een paar belangrijke verschillen die u moet vastleggen. Als u op grond van een sectorale vrijstelling factureert, registreert u die vrijgestelde omzet in uw administratie en verwerkt u die in de aangifte in de daarvoor bestemde rubrieken. Fiscale praktijkbronnen adviseren om vrijgestelde omzet in rubriek 3b van de btw-aangifte op te nemen en het btw-bedrag leeg te laten. Ondernemers die de KOR toepassen rekenen geen btw en doen doorgaans geen periodieke btw-aangifte, maar de Belastingdienst noemt uitzonderingen. Daarom is het essentieel dat u op schrift heeft dat u de KOR toepast en dat uw boekhouding de keuze weerspiegelt.

Een aandachtspunt is de discussie over of vrijgestelde prestaties helemaal geen btw-administratie vergen. Een consumenten- en financieel adviespagina stelde dat bij vrijstelling geen btw-administratie nodig is. Daar staat tegenover dat fiscale vaksites en de Belastingdienst benadrukken dat vrijgestelde omzet administratief moet worden vastgelegd en soms in de aangifte moet verschijnen. Volg hier de Belastingdienst als primaire bron.

Als u zowel vrijgestelde als belaste prestaties levert, moet u in uw boekhouding een duidelijke scheiding aanbrengen. Fiscale bronnen leggen uit dat u voorbelaste omzet en vrijgestelde omzet apart registreert en dat u in de btw-aangifte de vrijgestelde omzet op de juiste rubrieken verantwoordt. Dat betekent in de praktijk zorgvuldigheid in factuurcodering en in het toewijzen van uitgaven aan belaste of vrijgestelde prestaties.

Het is belangrijk het verschil met het Nultarief te beseffen. Bij het nultarief brengt u 0 procent btw in rekening, maar blijft u btw-plichtig en moet u een volledige btw-administratie bijhouden. U behoudt dan wél het recht op aftrek van voorbelasting. Bij een sectorale vrijstelling factureert u zonder btw en verliest u doorgaans het recht op aftrek van voorbelasting. De administratieve gevolgen verschillen dus aanzienlijk.

Een concrete tip die één bron noemt, maar die niet breed in de gezaghebbende bronnen terugkomt, is dat u de inspecteur kunt verzoeken u te vrijstellen van het doen van aangifte als u uitsluitend 0 procent-prestaties levert. Deze route wordt niet bevestigd door de overheidspagina of door fiscale praktijkbronnen en verdient verificatie bij de Belastingdienst voordat u die stap overweegt.

Werkscenario: stel dat uw jaaromzet €18.000 is en uw klanten zijn vooral particulieren. De KOR zou u administratieve lasten en btw-opslag op uw prijzen besparen. Maar als u net een investering doet met veel betaalde btw, kost het u in netto uitgaven omdat u die voorbelasting niet kunt terugvragen. Dat is de plicht die tegenover het gemak staat.

Werkscenario: levert u medische consulten die op de Belastingdienstlijst vrijgesteld zijn, dan brengt u geen btw in rekening. U moet die vrijgestelde omzet in uw administratie vastleggen en uw facturen daarop aanpassen. Als u daarnaast ook andere, niet-vrijgestelde diensten levert, moet u per prestatie duidelijk maken welke regeling geldt.

Als u internationaal levert, kijk explicit naar de EU-KOR voorwaarden en of uw situatie daaronder valt. De EU-KOR is bedoeld voor grensoverschrijdende handel en heeft een hoger plafond. Belastingdienst en overheidsteksten waarschuwen dat uitzonderingen blijven bestaan.

5. Wat de keuze betekent voor uw kosten en prijsstelling

De keuze voor vrijstelling heeft directe gevolgen voor uw winstberekening en prijsstrategie. Wanneer u geen recht heeft op aftrek van voorbelasting, verhogen de betaalde btw-bedragen uw kostprijs. Als u voor particulieren werkt, kan het ontbreken van btw op de factuur een prijsvoordeel voor uw klanten opleveren. Als uw klanten andere ondernemers zijn die btw kunnen aftrekken, kan het verlies van vooraftrek uw prijspositie verzwakken.

Denk daarom in uw beslissing niet alleen aan administratieve lasten, maar ook aan uw klantprofiel en uw kostenstructuur. Fiscale praktijkbronnen raden aan om door te rekenen welke optie netto voordeliger is, met inachtneming van investeringen waarbij veel voorbelasting zit, en met aandacht voor de frequentie van internationale leveringen.

Controlepunten voor uw boekhouding, in doorlopende tekst: Ten eerste, maak per klantsoort duidelijk of u btw rekent. Ten tweede, splits facturen en opbrengsten in uw administratie naar vrijgestelde en belaste posten. Ten derde, registreer duidelijk wanneer en waarom u zich voor de KOR hebt aangemeld. En Ten vierde, bewaar alle bewijsstukken van investeringen en de betaalde btw, ook als u op dat moment geen recht heeft op aftrek. Deze documenten zijn essentieel als uw situatie verandert en u later weer btw-plichtig wordt.

In het kort: 1. Controleer of uw activiteit op de Belastingdienstlijst staat. 2. Vergelijk de KOR drempel van €20.000 met uw verwachte jaaromzet, en voor grensoverschrijdende handel vergelijk u met de EU-KOR drempel van €100.000. 3. Weeg gemak tegen verlies van voorbelasting. 4. Meld u aan bij de Belastingdienst als u de KOR wilt toepassen. 5. Houd administratief onderscheid tussen vrijgestelde en belaste omzet.

Related Articles

Meld u bij de Belastingdienst aan als u de KOR wilt toepassen. Bent u onzeker of uw activiteiten onder een sectorale vrijstelling vallen, of over de administratieve gevolgen, bel dan de Belastingdienst. Controleer of uw activiteiten op de Belastingdienstlijst staan en vergelijk uw jaaromzet met de nationale KOR‑drempel van €20.000 en de EU‑KOR‑drempel van €100.000 voor grensoverschrijdende handel.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.