Wereldgroei kan in zwaar scenario naar 2 procent duiken. Dat waarschuwt het Internationaal Monetair Fonds.

Wat het IMF rapporteert

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) presenteerde tijdens de voorjaarsvergadering zijn halfjaarlijkse World Economic Outlook en legde meerdere duidelijke cijfers op tafel. In het basispad rekent het fonds nu op een wereldwijde groei van 3,1 procent dit jaar, tegenover 3,3 procent in de prognose van januari. De inflatie wordt in dat basisscenario hoger ingeschat: 4,4 procent dit jaar en 3,7 procent volgend jaar, waar het IMF in januari nog uitging van respectievelijk 3,8 en 3,4 procent.

De aanpassing laat zien dat de economische schade door de huidige Amerikaans-Israëlische militaire acties tegen Iran al in de cijfers terugkomt. Het IMF werkt niet met één uitkomst maar met meerdere scenario’s, omdat onduidelijkheid over de duur en de omvang van de oorlog veel uiteenlopende effecten kan hebben op handel, energie en financiële markten.

Drie scenario’s — van mild tot zwaar

Het fonds onderscheidt een referentiescenario en twee verslechterende varianten: een ‘ongunstig’ en een ‘zwaar’ scenario. In het referentiescenario gaat het IMF ervan uit dat de oorlog enkele weken duurt en dat handelsverstoringen ongeveer medio 2026 verdwijnen. Het baseert die prognose op een veronderstelde gemiddelde olieprijs dit jaar van 82 dollar per vat — terwijl de prijs op het moment van rapportage dicht bij 100 dollar lag.

In het ‘ongunstige’ scenario, waar de strijd langer duurt en schade aan energie-infrastructuur groter is, valt de wereldgroei terug naar circa 2,5 procent dit jaar. In het ‘zware’ scenario halveert het herstelgevoel nog verder: groei valt terug naar ongeveer 2 procent.

In die twee slechtere scenario’s kan de mondiale inflatie oplopen tot 6 procent of meer.

Punt is, in het zware scenario zit de wereldeconomie volgens het IMF vrijwel tegen wat het fonds beschrijft als een wereldwijde recessie aan. Dat is geen technische recessie per land — die vraagt om krimp in het bbp — maar wel een groei die zó laag is dat levensstandaarden en werkgelegenheid wereldwijd onder druk komen te staan.

Beleidsadvies van het IMF

Naast cijfers gaf het IMF ook beleidsaanwijzingen. Het fonds riep regeringen op terughoudend te zijn met grootscheepse compensatie van hogere energieprijzen. De reden is simpel: breed gespreide subsidieregelingen kunnen de inflatoire druk verder aankwakkeren en de overheidsfinanciën onnodig belasten. Bovendien bestaat het risico dat langdurige subsidies marktreacties remmen en zo aanpassingen in energiegebruik en -investeringen uitstellen.

Het IMF benadrukt dat centrale banken en begrotingsmakers goed moeten samenwerken. Strakkere monetaire beleidshandelingen om inflatie te beteugelen kunnen nodig blijven, terwijl overheden selectieve steun moeten bieden aan de meest kwetsbaren zonder de inflatie naast zich neer te leggen.

Markten, handel en energie: de transmissieroutes

De oorlog raakt de wereldeconomie vooral via energie en handel. Verstoringen in of rond de Straat van Hormuz, een vitale doorvoerroute voor olie en gas, verhogen risico’s voor leveringen. Hogere olie- en gasprijzen drukken direct op consumentenuitgaven en productieprijzen, en zetten centrale banken onder druk om rentebeleid aan te passen.

Daarnaast kan politieke onzekerheid kapitaalmarkten snel nerveuzer maken. Een vlucht naar veiliger beleggingen drukt de kredietvoorwaarden in opkomende markten en vergroot de kans op valutadaling en kapitaaluitstroom in die landen. Voor de geavanceerde economieën kunnen hogere renteverwachtingen de binnenlandse vraag temperen.

Wat betekent dit voor Nederland en Europa?

De gevolgen voor Nederland zijn niet nieuw, maar wel reëel. Als olie- en gasprijzen aanhouden op hogere niveaus, stijgt de binnenlandse inflatie en slinkt de koopkracht van huishoudens. Bedrijven krijgen hogere productiekosten en kunnen die deels doorberekenen, wat de prijsstijgingen in stand houdt. Export en industriële productie kunnen daardoor afkoelen.

Ook geldt: Nederland is economisch verweven met de rest van Europa. Een groeivertraging in Europa vermindert Nederlandse export naar belangrijke handelspartners. De havens, logistieke sector en toeleveringsketens voelen dat snel. En de Nederlandse begroting staat al onder druk door uitgaven voor klimaat- en defensieprogramma’s — extra kosten voor energiecompensatie zouden financiële ruimte verder beperken.

Politiek gezien staan regeringen voor lastige beslissingen. Breed steunpakket voor huishoudens vergroot de kans op hogere inflatie en zet centrale banken onder druk. Te weinig steun kan leiden tot maatschappelijke onrust. Europese landen zullen dus afwegen wie ze helpen en hoe ze dat doen zonder de macro-economische risico’s te vergroten.

Wat bedrijven en huishoudens kunnen verwachten

Voor bedrijven betekent het hogere brandstof- en energieprijzen doorrekenen in aanbestedingen en productiekosten. Sommige sectoren — chemie, transport, zware industrie — hebben minder flexibiliteit en kunnen pijnlijk worden getroffen. Diensten- en technologiesectoren voelen de druk minder direct, maar krijgen te maken met afnemende vraag als consumenten hun uitgaven heroverwegen.

Huishoudens merken het terug in de boodschappenwagen en bij de energierekening. Wie al financiële krapte ervaart, voelt prijsstijgingen sneller. Overheidsmaatregelen kunnen verlichten, maar het IMF benadrukt dus selectiviteit: gerichte hulp aan de meest kwetsbaren in plaats van brede, langdurige subsidies.

Hoe waarschijnlijk is het ergste scenario?

Het IMF zegt niet dat het zware scenario zeker is. Het fonds beschrijft verschillende paden omdat de politieke en militaire dynamiek moeilijk te voorspellen is. Factoren die het risico verhogen zijn verdere escalatie tussen regionale actoren, gerichte aanvallen op energie-infrastructuur en langdurige blokkades van pijpleidingen of zeevaartroutes.

Omgekeerd verminderen diplomatieke de-escalatie, vrije passage door vitale handelsroutes en snelle hersteloperaties in energie-infrastructuur de kans op de meest nadelige uitkomst. Maar precies die onzekerheden maken beleid moeilijk: zowel markten als overheden moeten beslissingen nemen op basis van meerdere mogelijke toekomsten.

Related Articles

In het zware scenario daalt de wereldwijde groei naar ongeveer 2 procent en kan de inflatie oplopen tot 6 procent of meer.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.