Huishoudens gaan er dit jaar financieel op achteruit.
Drie scenario's doorberekend
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft de economische gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten doorgerekend aan de hand van drie scenario's. Het eerste scenario volgt marktverwachtingen en gaat uit van een kortdurend conflict. De twee andere scenario's veronderstellen een nieuwe piek in energieprijzen die respectievelijk kort of langer aanhoudt.
Voorafgaand aan het conflict had het CPB verwacht dat huishoudens er in 2026 gemiddeld 1,4 procent op vooruit zouden gaan. Die prognose is nu bijgesteld: de koopkracht blijft dit jaar naar verwachting nagenoeg gelijk
Als energieprijzen kortstondig opnieuw omhoogschieten, daalt de koopkracht volgens het planbureau met 1,2 procent. Blijven de prijzen langdurig hoog, dan is de geschatte daling 1,4 procent. Volgens het CPB kunnen loongroei en een daling van de olieprijs in 2027 zorgen voor herstel. "De lonen zullen reageren op de prijzen en de olieprijzen zullen dalen, maar voor dit jaar zit er geen koopkrachtstijging in", zei Pieter Hasekamp, directeur van het Centraal Planbureau.
Inflatie loopt op
Het CPB waarschuwt dat hogere olieprijzen snel in de economie doorsijpelen. Brandstofprijzen trekken direct aan. Transportkosten stijgen als gevolg.
En bedrijven rekenen die kosten door in hun prijzen, waardoor bredere inflatie optreedt.
In het scenario waarin het conflict op korte termijn eindigt, verwacht het CPB dat de inflatie uitkomt op 3,8 procent — ongeveer 1,5 procentpunt hoger dan eerder werd ingeschat. Bij een langduriger conflict kan de inflatie oplopen tot circa 5,3 procent.
Door de hogere inflatie groeien inkomens in werkelijkheid minder snel. Dat leidt tot een koopkrachteffect dat niet gelijk verdeeld is over huishoudens.
Welke huishoudens worden het hardst geraakt?
Het planbureau onderzocht vooral huishoudens met een inkomen tot net boven de armoedegrens. Het gaat om ongeveer 775.000 mensen. Ongeveer een derde van die groep heeft minimaal één auto. Die combinatie van lage inkomens en autogebruik maakt hen extra kwetsbaar voor stijgende brandstofkosten.
Gemiddeld zullen deze huishoudens tussen de 200 en 350 euro per jaar extra kwijt zijn aan brandstof en aanverwante kosten. Voor mensen die veel rijden, kan de extra rekening echter fors hoger uitvallen — meer dan 1.000 euro per jaar in sommige scenario's.
Het CPB verwacht dat het aantal mensen dat onder de armoedegrens valt toeneemt, maar drukken de toename relatief beperkt. In het somberste scenario groeit het aandeel mensen in armoede met een half procentpunt.
Wat betekent dit voor beleid?
Het Centraal Planbureau raadt aan om voorzichtig te zijn met langdurige steunmaatregelen. Als het kabinet besluit in te grijpen, zou hulp volgens het CPB gericht en tijdelijk moeten zijn. Hasekamp benadrukte dat Nederland meer energie importeert dan exporteert en dat de hogere kosten daarom vooral een verdelingsvraagstuk zijn. "De overheid zou vooral kwetsbare groepen moeten helpen waar dat kan", zei Hasekamp.
Gerichte steun kan verschillende vormen aannemen, zoals een tijdelijke energie- of brandstoftoeslag voor mensen met de laagste inkomens. Het CPB benadrukt dat algemene prijscompensatie weinig zin heeft, omdat het probleem vooral door energie-import komt en zulke steun ook huishoudens bereikt die er minder last van hebben.
Het rapport legt de nadruk op tijdelijke oplossingen omdat permanente ingrepen het risico vergroten dat marktrechten de prikkel tot aanpassing verkleinen. Eenmalige, gerichte compensatie houdt volgens het CPB het fiscale en economische plaatje overzichtelijker.
Brede economische en politieke effecten
Hogere energieprijzen raken niet alleen consumenten. Bedrijven krijgen hogere kosten voor vervoer en productie en kunnen die deels doorberekenen. Dat remt reële bestedingen en kan de groei drukken. Tegelijkertijd zorgt de inflatiedruk voor dilemma's bij beleidsmakers die te maken hebben met zowel prijsstabiliteit als sociale effecten.
In politiek opzicht staan kabinet en Kamer voor lastige keuzes. Directe hulp aan huishoudens vereist budgettaire ruimte en politieke prioriteiten. Als de regering kiest voor gerichte steun, moet zij bovendien snel kunnen bepalen wie in aanmerking komt en hoe de hulp uitbetaald wordt.
Bovendien hebben internationale ontwikkelingen invloed. De olie- en gasmarkt reageren wereldwijd op geopolitieke spanningen. Nederlandse consumenten voelen daardoor de gevolgen, ook al speelt de energievoorziening in Nederland een eigen rol. Dat maakt de discussie over nationale compensatie en Europese coördinatie complex.
Wat vragen economen en maatschappelijke organisaties?
Hoewel het CPB zelf geen beleidsplan presenteert, levert het rapport stof voor debat op. Voorstanders van gerichte steun onderstrepen dat middelen het best naar huishoudens met lage inkomens gaan — en naar mensen die vanwege werk of woon-werkverkeer niet zonder auto kunnen. Critici waarschuwen dat uitvoeringskosten en fouten in targeting de effectiviteit kunnen ondermijnen.
Het CPB wijst op praktische moeilijkheden: een deel van de kwetsbare huishoudens is moeilijk te bereiken via bestaande regelingen. Tegelijk is duidelijk dat hervormingen van het sociale vangnet, los van deze crisis, de veerkracht van huishoudens kunnen vergroten. Dat is geen kortetermijnoplossing, maar wel een structurele kanttekening die in de beleidsdiscussie terugkeert.
Voor bedrijven ligt de prioriteit vaak bij tijdelijke compensatie of versoepeling van kostenbeperkingen, maar het CPB signaleert dat dergelijke maatregelen het inflatoire effect mogelijk versterken als ze te breed worden toegepast.
Wat kunnen huishoudens zelf doen?
Het CPB-rapport richt zich op macro-effecten en beleidsopties. Het noemt geen uitgebreide lijst met individuele maatregelen. Wel is uit de doorrekening af te leiden dat huishoudens die veel afhankelijk zijn van vervoer het meest gevoelig zijn voor brandstofstijgingen. Dat suggereert dat besparen op kilometers, carpoolen of kiezen voor alternatieve vervoerswijzen de directe pijn kan verzachten voor sommige huishoudens.
Voor anderen, bijvoorbeeld mensen met hoge vaste lasten en weinig ruimte in het budget, bieden dergelijke aanpassingen mogelijk weinig soelaas. Daarom benadrukt het CPB opnieuw het belang van gerichte steun door de overheid.
Related Articles
- Energieschok zet centrale banken onder druk
- Drie Nederlandse maatregelen na aanvallen op Iran
- EU-top op Cyprus: Midden-Oosten en Europese veiligheid
"De lonen zullen reageren op de prijzen en de olieprijzen zullen dalen, maar voor dit jaar zit er geen koopkrachtstijging in," zei Pieter Hasekamp, directeur van het Centraal Planbureau.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.