In 2026/27 verandert er het een en ander aan de persoonlijke vrijstelling en inkomstenbelastingtarieven in Nederland. In dit artikel bespreken we de belangrijkste bedragen, tarieven en veranderingen in Nederland en het Verenigd Koninkrijk, met aandacht voor regionale verschillen en wat deze wijzigingen betekenen.

Belangrijkste cijfers over persoonlijke vrijstelling en belastingtarieven

  • Persoonlijke vrijstelling (Personal Allowance) in het VK: £12.570, bevroren tot april 2028.
  • Vrijstelling wordt afgebouwd met £1 per £2 boven £100.000 inkomen, en is nul bij £125.140.
  • Inkomstenbelastingtarieven VK 2026/27: 20% over £12.571–£50.270, 40% over £50.271–£125.140, 45% boven £125.140.
  • Dividendvrijstelling in het VK: £500 (verlaagd van £1.000 sinds 2024/25).
  • Spaartariefvrijstelling in het VK: £1.000 voor basisbelastingbetalers, £500 voor hogere, nul voor additionele belastingbetalers.
  • Nederlandse belastingtarieven 2026: 35,70% over €0–€39.357, 37,56% over €39.357–€79.137, 49,50% boven €79.137.
  • Minimumloon Nederland stijgt per 1 januari 2026 naar €14,71 per uur voor een 36-urige werkweek.
  • Minimum jeugdloon stijgt met ruim 2%, met bijvoorbeeld 20-jarigen die minimaal €11,77 per uur verdienen.
  • Door bevriezing van persoonlijke vrijstellingen in het VK leidt inflatie tot fiscale druk, waardoor effectieve lasten stijgen.
  • Schotland kent afwijkende tarieven: starter 19%, basic 20%, intermediate 21%, higher 42%, advanced 45%, top 48%.
  • In Nederland geldt een arbeidskorting die in 2026 maximaal €4.260 bedraagt, afhankelijk van het inkomen.
  • De algemene heffingskorting in Nederland is maximaal €3.070 in 2026, aflopend bij hogere inkomens.
  • Belasting over box 3 vermogen in Nederland wordt tegen een fictief rendement belast met een tarief van 31%.

Inkomstenbelastingtarieven en persoonlijke vrijstelling in het VK

De standaard persoonlijke vrijstelling in het Verenigd Koninkrijk blijft in 2026/27 op £12.570 staan. Deze vrijstelling wordt niet verhoogd sinds 2019 en blijft bevroren tot april 2028. Door de inflatie zullen steeds meer mensen belasting moeten betalen over hun inkomen, omdat het bedrag niet stijgt met de kosten van levensonderhoud.

Boven een inkomen van £100.000 wordt de persoonlijke vrijstelling afgebouwd: voor elke £2 boven deze grens wordt £1 van de vrijstelling afgetrokken. Dit resulteert erin dat bij een inkomen van ongeveer £125.140 de vrijstelling volledig verdwenen is. Het gevolg hiervan is dat er een effectieve marginale belastingdruk ontstaat die hoger is dan het nominale tarief, wat een belangrijk aandachtspunt is voor belastingbetalers met een midden- tot hoog inkomen.

De belastingtarieven over het belastbare inkomen zijn als volgt in 2026/27:

  • Basistarief: 20% over £12.571 tot £50.270
  • Hoger tarief: 40% over £50.271 tot £125.140
  • Extra tarief: 45% over inkomens boven £125.140

Naast de reguliere inkomstenbelasting zijn er aanvullende regels voor dividend- en spaartarieven. De dividendvrijstelling is sinds 2024/25 verlaagd van £1.000 naar £500, wat betekent dat dividendinkomsten boven deze drempel belast worden tegen tarieven van 8,75% voor basistariefbetalers, 33,75% voor hogere belastingbetalers en 39,35% voor extra belastingbetalers.

Voor spaargelden geldt in het VK een vrijstelling van £1.000 voor basistariefbetalers, £500 voor hogere belastingbetalers en geen vrijstelling voor extra belastingbetalers. Dit is relevant omdat de spaarrente de laatste jaren stijgt en belastingplichtigen hierdoor meer belasting kunnen verwachten over hun vermogen.

Nederlandse inkomstenbelasting en persoonlijke vrijstellingen 2026

In Nederland gelden voor 2026 drie belastingschijven in box 1, die het belastbare inkomen uit werk en woning belasten. De tarieven en grenzen zijn als volgt:

  • 35,70% over €0 tot €39.357
  • 37,56% over €39.357 tot €79.137
  • 49,50% over het deel boven €79.137

Deze tarieven zijn net iets aangepast ten opzichte van 2025, waarbij de hoogste schijf iets is verhoogd en de middenschijf iets verruimd. Deze aanpassing zorgt ervoor dat hogere inkomens meer belasting gaan betalen.

De persoonlijke vrijstellingen in Nederland zijn vormgegeven via heffingskortingen. De algemene heffingskorting bedraagt in 2026 maximaal €3.070 en wordt geleidelijk afgebouwd vanaf een inkomen van ongeveer €22.660. De arbeidskorting, die specifiek is voor werkenden, bedraagt maximaal €4.260 en hangt ook af van het inkomen, met een afbouw vanaf een bepaald inkomensniveau.

Verder stijgt het minimumloon per 1 januari 2026 naar €14,71 per uur voor een 36-urige werkweek, wat neerkomt op een bruto maandloon van ongeveer €2.296. Dit is een stijging van ongeveer 3,5% ten opzichte van 2025.

Voor jongeren tot 21 jaar stijgt het minimum jeugdloon met ruim 2%, zodat bijvoorbeeld 20-jarigen minimaal €11,77 per uur verdienen. Deze stijgingen beïnvloeden het belastbare loon en dus ook de belasting die je betaalt.

Box 3, de belasting over vermogen, kent in 2026 een tarief van 31% over een fictief rendement, dat wordt vastgesteld op basis van verschillende schijven en rendementscategorieën. Dit systeem is bedoeld om sparen en beleggen te belasten, ook als het werkelijke rendement afwijkt.

Regionale verschillen en specifieke regelingen in het VK en Nederland

In het Verenigd Koninkrijk wijken de belastingtarieven in Schotland af van die in Engeland, Wales en Noord-Ierland. Voor 2026/27 gelden in Schotland de volgende tarieven:

  • Starter rate: 19% over inkomens tot £14.732
  • Basic rate: 20% over £14.733 tot £25.688
  • Intermediate rate: 21% over £25.689 tot £43.662
  • Higher rate: 42% over £43.663 tot £125.140
  • Advanced rate: 45% over £125.141 tot £150.000
  • Top rate: 48% over inkomens boven £150.000

Deze hogere en meer gedifferentieerde tarieven zorgen ervoor dat belastingbetalers in Schotland een iets andere druk ervaren dan elders in het VK. De persoonlijke vrijstelling in Schotland is wel gelijk aan die in de rest van het VK, namelijk £12.570.

In Nederland spelen regionale verschillen minder een rol in de inkomstenbelasting, omdat het systeem nationaal uniform is. Wel zijn er verschillen in gemeentelijke belastingen en heffingen, maar die vallen buiten de inkomstenbelasting. Wel is het zo dat in sommige regio’s het minimumloon en de cao-afspraken kunnen verschillen, maar de wettelijke minimumbedragen gelden landelijk.

Vooruitzichten en impact op belastingbetalers

Een belangrijke trend voor 2026 en daarna is dat de persoonlijke vrijstellingen in het VK bevroren blijven, terwijl de inflatie doorloopt. Dat betekent dat steeds meer mensen belasting betalen over een groter deel van hun inkomen, ook als hun reële koopkracht niet stijgt. Dit effect wordt versterkt door de afbouw van de vrijstelling boven de £100.000 inkomensgrens, wat leidt tot een extra marginale belastingdruk.

In Nederland is de belastingdruk iets verhoogd in de hoogste schijf, wat betekent dat hogere inkomens meer belasting betalen. De combinatie van stijgende minimumlonen en belastingtarieven zorgt voor een lichte verschuiving in de verdeling van belastingdruk, waarbij lage en middeninkomens profiteren van heffingskortingen en minimumloonstijgingen, terwijl hogere inkomens relatief meer bijdragen.

De aanpassing van dividend- en spaartarieven in het VK zorgt ervoor dat beleggers en spaarders ook in 2026/27 rekening moeten houden met hogere belastingdruk, vooral voor hogere inkomensgroepen. In Nederland blijft de box 3-heffing ongewijzigd, maar de discussie over het systeem en de tarieven blijft actueel.

Voor belastingplichtigen die tussen Nederland en het VK bewegen, is het van belang deze verschillen in tarieven en vrijstellingen goed te begrijpen, vooral vanwege de mogelijke dubbele belasting en de noodzaak om verdragen en aftrekposten goed toe te passen.

Voor 2026/27 blijven persoonlijke vrijstellingen in het VK bevroren op £12.570, met een afbouw boven £100.000. De belastingtarieven zijn stabiel, met schijven van 20%, 40% en 45%. Schotland wijkt sterk af met zes tarieven tot 48%. In Nederland gelden drie schijven met tarieven van 35,70%, 37,56% en 49,50%. Minimumloon en jeugdloon stijgen, wat invloed heeft op belastbaar inkomen. Door inflatie en bevriezing van vrijstellingen stijgt de fiscale druk vooral in het VK. Beleggers moeten rekening houden met verlaagde dividendvrijstellingen en aangepaste spaartarieven. Regionale verschillen zijn groot in het VK, minder in Nederland. Deze ontwikkelingen zijn relevant voor iedereen die zijn belastingpositie in Nederland en het VK wil begrijpen en bestiseren.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.