Kunstmatige intelligentie speelt in 2026 een grote rol in het Nederlandse onderwijs. Van basisscholen tot universiteiten worstelen instellingen met de kansen en risico’s van AI. Hier bespreken we hoe AI het onderwijs nu beïnvloedt, wat er verandert en wat we kunnen verwachten.

De huidige stand van zaken in het Nederlandse onderwijs

Meer dan de helft van de Nederlandse scholen heeft in 2026 nog geen duidelijk beleid over AI, blijkt uit de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 van Kennisnet, gepubliceerd in december 2025. Uit deze monitor blijkt dat 54% van de scholen nog geen officiële richtlijnen heeft opgesteld over het gebruik van AI-toepassingen in de klas. Dit terwijl leerlingen op grote schaal gebruikmaken van AI-tools zoals ChatGPT, Copilot en DALL-E voor hun huiswerk en projecten. De kloof tussen het gebruik van AI door leerlingen en de kennis van docenten over deze technologieën is groot.

Bijna tweederde van de docenten (62%) geeft aan niet goed te kunnen onderscheiden wanneer AI-toepassingen worden ingezet, en slechts 28% gebruikt AI actief in hun lessen. Vooral in het voortgezet onderwijs zijn scholen nog druk bezig met het opzetten van digitale geletterdheidstrajecten waarin AI een plek moet krijgen. Er is een groeiende behoefte aan scholing voor docenten; ruim 70% wil trainingen volgen om beter met AI om te gaan.

Een voorbeeld is het Marnix College in Ede, waar directeur onderwijs Rieneke Brouwer al sinds begin 2025 AI-studiedagen organiseert voor het docententeam. Brouwer zegt: "Sommige leraren hadden nog nooit met ChatGPT gewerkt, terwijl anderen al volop experimenteren met AI in hun lessen.

We willen iedereen op één lijn krijgen en duidelijk maken wat wel en niet kan, ook met het oog op privacyregels zoals de AVG." De school hanteert een strikt beleid dat het gebruik van privacygevoelige informatie in AI-tools verbiedt. Daarnaast wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van lesmateriaal dat leerlingen kritisch leert omgaan met AI-uitkomsten.

Ook basisscholen beginnen voorzichtig te experimenteren met AI. Volgens het onderzoek Digitalisering in het Basisonderwijs 2026, uitgevoerd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), heeft 38% van de basisscholen AI-tools geïntegreerd in digitale lessen, vooral voor taal- en rekentrainingen. Toch ontbreekt op veel plekken nog de kennis om AI verantwoord in te zetten.

Belangrijke ontwikkelingen in universiteiten en hogescholen

In het hoger onderwijs zijn universiteiten veel actiever met AI-beleid. De Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Universiteiten van Nederland (UNL) coördineren sinds 2024 gezamenlijke richtlijnen voor het gebruik van AI in onderwijs en onderzoek.

In 2025 publiceerden zij het ‘Handboek AI in het Hoger Onderwijs’, dat universiteiten ondersteunt bij het ontwikkelen van beleid en ethische kaders.

Technische universiteiten zoals TU Delft, Universiteit van Amsterdam en Universiteit Leiden lopen voorop. TU Delft startte in maart 2025 met een pilot waarin AI-tools worden geïntegreerd in technisch-wetenschappelijke opleidingen. Studenten leren niet alleen hoe ze AI kunnen toepassen, maar ook over de beperkingen en ethische aspecten. De Universiteit van Amsterdam lanceerde in 2026 een interdisciplinair AI-lab waar studenten en onderzoekers samenwerken aan innovatieve toepassingen die maatschappelijke problemen aanpakken.

Hogescholen zijn eveneens bezig met het formuleren van beleid, maar dit verloopt minder snel dan bij universiteiten. Uit een enquête van de Vereniging Hogescholen in april 2026 blijkt dat 47% van de hogescholen richtlijnen heeft geformuleerd rondom AI, vooral gericht op toetsing en het voorkomen van fraude.

MBO-instellingen richten zich vooral op praktische toepassingen van AI in het beroepsonderwijs, zoals het gebruik van AI in de zorgsector en techniek. Er zijn ook projecten waarbij AI wordt ingezet om de digitale vaardigheden van studenten te verbeteren.

Examencommissies werken intensief samen met organisaties als Turnitin en Compilatio om AI-gedreven fraude op te sporen. Sinds 2024 zijn detectiesystemen geavanceerder geworden en kunnen ze niet alleen plagiaat maar ook AI-gegenereerde teksten signaleren. Dit is cruciaal om het vertrouwen in diploma’s te behouden en om eerlijke onderwijspraktijken te waarborgen.

SURF, dat IT-diensten levert aan het onderwijs, is ook erg belangrijk hierin. SURF heeft in 2025 een platform gelanceerd waar onderwijsinstellingen AI-tools kunnen testen en evalueren. Dit platform helpt scholen en universiteiten bij het selecteren van betrouwbare en veilige AI-oplossingen. SURF werkt ook aan richtlijnen voor verantwoord datagebruik, gekoppeld aan de AVG en ethische standaarden.

Impact van AI op verschillende onderwijssectoren

AI beïnvloedt het onderwijs op diverse manieren, en elke sector merkt dat anders. In het basisonderwijs worden AI-tools vooral gebruikt ter ondersteuning van individuele leerlingen. Adaptieve leersystemen zoals Snappet en Gynzy, die AI inzetten om lesstof aan te passen aan het niveau van het kind, worden steeds populairder. Volgens cijfers van Kennisnet gebruikt inmiddels 42% van de basisscholen deze systemen. Dit helpt vooral leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

In het voortgezet onderwijs leidt AI tot nieuwe uitdagingen en kansen. Aan de ene kant maken leerlingen gebruik van AI om huiswerk sneller te maken of essays te genereren. Aan de andere kant worstelen scholen met het toetsen van echte kennis en vaardigheden. Sommige scholen experimenteren met open boek examens en praktische opdrachten om AI-gegenereerde antwoorden tegen te gaan. Het Marnix College in Ede is een voorbeeld waar men dit al toepast.

In het hoger onderwijs zien we een verschuiving van kennisoverdracht naar het ontwikkelen van vaardigheden in het werken met AI. Universiteiten besteden meer aandacht aan ethiek, data-analyse en programmeren van AI-systemen. Studenten worden voorbereid op banen waarin AI een belangrijke rol speelt. Dit sluit aan bij het Nederlandse streven om wereldwijd koploper te blijven in AI-onderzoek en innovatie. Zo investeerde de overheid in 2025 ruim 100 miljoen euro in AI-onderzoeksprogramma’s, waarvan een deel specifiek naar onderwijsprojecten ging.

Wat zeggen experts over AI in het onderwijs?

Experts zijn het erover eens dat AI onvermijdelijk is in het onderwijs, maar benadrukken de noodzaak van duidelijke kaders. Professor Jan van den Berg, hoogleraar Digitale Educatie aan de Universiteit Utrecht, stelt: "AI biedt enorme kansen om onderwijs te personaliseren, maar zonder goede begeleiding en ethische richtlijnen kan het ook leiden tot ongelijkheid en misbruik." Hij wijst erop dat docenten beter moeten worden opgeleid om AI niet alleen technisch te gebruiken, maar ook kritisch te beoordelen.

Onderwijskundige Eva Janssen van Kennisnet benadrukt het belang van digitale geletterdheid. "Leerlingen moeten niet alleen leren hoe ze AI kunnen gebruiken, maar ook begrijpen wat de beperkingen zijn en hoe ze betrouwbare informatie kunnen herkennen." Janssen pleit voor een landelijke aanpak waarin AI vanaf de basisschool een vast onderdeel wordt van het curriculum.

Daarnaast wijzen privacy-experts op de risico’s. Jurist Mark de Vries waarschuwt: "Scholen moeten streng toezien op het gebruik van persoonsgegevens in AI-tools. De AVG is duidelijk, maar in de praktijk zien we nog veel onduidelijkheid en onzorgvuldig gebruik." Hij adviseert instellingen om samen met leveranciers te werken aan veilige en transparante AI-systemen.

Wat staat er nog te gebeuren?

De komende jaren staat er veel te gebeuren in de Nederlandse onderwijssector rond AI. Scholen en universiteiten zijn bezig met het ontwikkelen van heldere beleidskaders, scholingsprogramma’s en ethische richtlijnen. De overheid stimuleert dit met subsidies en kennisuitwisseling via organisaties als Kennisnet en SURF.

Voor 2027 staat de implementatie van een nationaal AI-onderwijsprogramma gepland, waarin digitale vaardigheden en AI-geletterdheid centraal staan. Dit programma moet zorgen dat leerlingen van jong tot oud voorbereid zijn op een toekomst waarin AI een vanzelfsprekend onderdeel is van werk en samenleving. Ook komt er meer aandacht voor het trainen van docenten, met verplichte cursussen en certificeringen in AI-vaardigheden.

Verder wordt er gewerkt aan strengere regels rond AI-gebruik bij examens en opdrachten. Examencommissies willen misbruik beter aanpakken om de waarde van diploma’s te waarborgen. Tegelijkertijd groeit de vraag naar nieuwe vormen van toetsing, die beter aansluiten bij een AI-rijke leeromgeving.

Kortom, AI is in 2026 al onmisbaar in het Nederlandse onderwijs, maar het echte omslagpunt in beleid en kennisgebruik moet nog komen. De komende jaren zullen cruciaal zijn om AI op een veilige, effectieve en eerlijke manier in het onderwijs te integreren.

In 2026 is AI een vast onderdeel van het Nederlandse onderwijs, maar het gebruik ervan staat nog in de kinderschoenen wat betreft beleid en kennis bij docenten. Universiteiten lopen voorop met duidelijke richtlijnen en integratie van AI in onderwijs en onderzoek, terwijl basisscholen en het voortgezet onderwijs nog zoekende zijn. Met de plannen voor een nationaal AI-onderwijsprogramma en strengere toetsregels lijkt 2027 een cruciaal jaar te worden voor de verdere ontwikkeling van AI in het Nederlandse onderwijs.

Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.