Vijf van de tien voorstellingen die de Nederlandse Toneeljury dit seizoen het meest indrukwekkend noemde, komen van de grootste gezelschappen. De lijst, samengesteld onder voorzitterschap van Ernestine Comvalius, bevat vijf titels voor de grote zaal en vijf voor de kleine zaal en werd gerapporteerd door NRC Handelsblad. Zeven van de tien makers zijn vrouwelijk, twee zijn Vlaams en twee werken buiten het Nederlandstalige circuit, onder wie Carolina Bianchi uit Brazilië en Mina Salehpour uit het Verenigd Koninkrijk. Kritiek richt zich op de voorkeur voor institutionele huizen en op genregrenzen, met een concreet beleidsvoorstel om cabaretjuries te integreren met het Nederlands Theater Festival.
1. Wat is de selectie en hoe ontstond die
De Nederlandse Toneeljury publiceerde een selectie van tien voorstellingen, verdeeld in een top vijf voor grote zalen en een top vijf voor kleine zalen. De jury stond onder voorzitterschap van Ernestine Comvalius. Deze kernfeiten zijn vastgelegd in de berichtgeving en vormden de basis voor nadere analyse van het afgelopen seizoen.
De bekendmaking en de samenvatting van de lijst verschenen in een overzichtsartikel van NRC Handelsblad. Dat artikel bracht de lijst en de keuzevormen in kaart en zorgde dat de selectie publiekelijk werd bediscussieerd. Voor wie het seizoen wil duiden zijn deze public documenten de vertrekpunten: de juryverklaring zelf en de volledige lijst van geselecteerde voorstellingen.
Werkvoorbeeld. Stel dat u als programmeur wilt weten waarom een titel is gekozen: begin bij de juryverklaring en het NRC-overzicht. Daar staan zowel de categorisering groot-klein als de naam van de jurypresident vermeld, en dat is precies wat deze selectie definitief maakt.
2. Wie domineert de lijst en wat zegt dat
Vijf van de tien gekozen producties komen van vijf van de grootste Nederlandse gezelschappen: ITA, Het Nationale Theater, Het Zuidelijk Toneel, Theater Oostpool en Theater Utrecht.
Die concentratie is het meest meetbare kenmerk van de selectie: institutionele huizen wegen zwaar mee in representatieve keuzes voor het seizoen.
De samenstelling bevestigt een patroon dat eerder is gesignaleerd. Grootschalige, hybride en interdisciplinaire producties blijven zichtbaar, omdat de infrastructuur van de grote huizen zulke projecten ondersteunt en financiert. Als casus kan het oeuvre van Guy Weizman worden genoemd. Weizman werkt sinds jaren met Club Guy & Roni en leidt daarnaast NITE. Zijn praktijk combineert dans, muziek, theater en beeldende kunst in grote muziektheaterproducties. De Volkskrant schreef over Weizman dat hij "zich na Salam opnieuw meester van de montage toont" en prees zijn vermogen te jongleren met talrijke onderdelen in grootschalige producties.
Werkvoorbeeld. Een grote zaalproductie met live muziek, ensembledans en complexe beeldprojecties vereist repetitieruimte, technici en financiële zekerheid. Grote gezelschappen bieden dat, en daardoor krijgen dergelijke projecten automatisch meer zichtbaarheid bij jury s die een seizoen willen representeren.
3. Demografie, internationaliteit en opvallende weglatingen
De lijst bevat ook concrete demografische kenmerken. Zeven van de tien makers zijn vrouwelijk. Twee geselecteerde makers zijn Vlaams. En twee makers werken niet primair binnen het Nederlandstalige circuit: de Braziliaanse Carolina Bianchi en de Britse Mina Salehpour. Die cijfers geven een genuanceerd beeld: enerzijds dominantie van grote huizen, anderzijds een relatief diverse makersgroep naar gender en herkomst.
Toch viel critici vooral de afwezigheid van kleinere en autonome vormen op. Belangrijke namen en werkwijzen uit het kleine circuit ontbreken. In het commentaar worden onder meer locatievoorstellingen genoemd en makers als Greg Nottrot en Belle van Heerikhuizen, geprijsde solo s van Nasrdin Dchar en Sadettin Kirmiziyüz, en recente titels van Eric de Vroedt. Ook werd opgemerkt dat de selectie vroeg plaatsvond, waardoor sommige gekozen voorstellingen door publiek en makers als behorend tot het voorgaande seizoen aanvoelden. Het toneelstuk F*ck Lolita werd expliciet in dat verband genoemd.
Werkvoorbeeld. Voor een maker uit het kleine circuit kan het ontbreken op een dergelijke lijst betekenen minder publieke aandacht en minder kansen op doorverwijzingen naar festivals of tournees. Voor het publiek ontstaat zo een vertekening van wat 'het beste van het seizoen' is geweest.
4. Genregrenzen en een concreet beleidsvoorstel
De selectie overschrijdt soms gangbare genreafbakening. Een dansvoorstelling van Frank van Cherish Menzo staat op een lijst die traditioneel het theaterveld omvat. Cabaretachtige producties zoals Brabo Leone van Sarah Janneh en NITE en een voorstelling van Rebekka de Wit in coproductie met Bureau Vergezicht &. Theater Rotterdam verschijnen ook tussen de gekozen titels. Sinds 2023 maakt de Cabaret Collectie deel uit van het Nederlands Theater Festival, maar in de praktijk lijkt die integratie een marginale werking te hebben.
Als beleidsaanpak werd in het commentaar de suggestie gedaan om bestaande cabaretjuries samen te voegen met het festivalprogramma. De VSCD-cabaretjury kent al jaren de Poelifinario s toe. Integratie van die expertise met de festivalselectie zou volgens critici publiekvriendelijkheid en duidelijkheid vergroten en tegelijk overlap en verwarring verminderen.
Werkvoorbeeld. Wordt de cabaretjury geïntegreerd in het festival, dan voorkomt dat parallelle lijsten en overlappingen in prijsuitreikingen. Het publiek hoeft dan niet te bepalen of een cabaretvoorstelling nu bij cabaret hoort of bij hedendaags theater, en programmeurs kunnen beter afstemmen welke titels in welke competitie passen.
De Toneeljury-keuze maakt iets zichtbaar over de infrastructuur van het veld: grote huizen bepalen zichtbaarheid en toegang tot representatie. Klein en autonoom werk behoudt een eigen publiek en artistieke kracht, maar krijgt minder vaak de representatieve erkenning die een juryselectie geeft. Voor makers betekent dat strategisch programmeren en samenwerking met grotere producenten meer kans op zichtbaarheid kan bieden.
Voor festivals en programmeurs is de kernvraag welke functie een seizoensselectie moet vervullen. Wil een selectie het instituutelijke werk markeren, dan levert dat helderheid voor sponsors en zaalprogrammering. Wil een selectie de artistieke breedte in kaart brengen, dan moet ze expliciet kleine en experimentele vormen meewegen. Beide keuzes zijn legitiem, maar de huidige lijst toont aan dat de eerste optie in dit seizoen de voorkeur kreeg.
Werkvoorbeeld. Een festivaldirecteur die minder institutioneel werk wil tonen, kan bij de volgende editie werk uit het kleine circuit actief uitnodigen en financiering vrijmaken voor gastspel en promotie. Zo ontstaat een selectie die niet primair door infrastructuur wordt bepaald, maar door artistieke criteria die ook kleinschalige producties kunnen honoreren.
1. Vijf van de tien geselecteerde voorstellingen komen van vijf grote gezelschappen, wat de zichtbaarheid van institutioneel werk versterkt.
2. De lijst noteert zeven vrouwelijke makers, twee Vlaamse makers en twee makers buiten het Nederlandstalige circuit: Carolina Bianchi en Mina Salehpour.
3. Critici wijzen op het ontbreken van kleinere makers en locatievoorstellingen, en op de vroege timing van de selectie die seizoensgrenzen vervaagt.
4. Een concreet voorstel uit het commentaar is de samenvoeging van cabaretjuries met het Nederlands Theater Festival, waarbij de VSCD-cabaretjury en de Poelifinario s als relevante context worden genoemd.
Related Articles
- Anne van Dam, 30: moeder en toptalent op de tour
- Crypto nu: 4 stappen voor slimme keuzes
- Beste AI voor coderen: 9 stappen om te kiezen
Het meest concrete beleidsvoorstel in de nabeschouwing was om bestaande cabaretjury s nauwer te verbinden met het programma van het Nederlands Theater Festival. In de berichtgeving is geen formele datum of procedure voor een dergelijke herziening genoemd.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.