Het kabinet noemt belasting over gerealiseerde winst eerlijker, maar ambtelijke raming wijst uit dat heffing pas bij verkoop de rijksinkomsten over meerdere jaren lager kan maken dan een jaarlijkse aanwasheffing. Het wetsvoorstel om het fictieve rendement te vervangen is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen en ligt nu bij de Eerste Kamer, terwijl staatssecretaris Eelco Eerenberg op 19 juni 2026 een menukaart met verzachtingen stuurde. De technische kern is helder: vanaf 1 januari 2028 wil het kabinet een jaarlijkse Vermogensaanwasbelasting invoeren met een voorgesteld tarief van 36 procent en een heffingsvrij resultaat van €1.800 per persoon; het kabinet onderzoekt verzachtingen en de mogelijke uiteindelijke stap naar belasting bij verkoop na 2030.
De Tweede Kamer dringt op tempo, maar het kabinet zoekt ruimte voor aanpassingen, en dat wringt. Die tegenstelling vormt de bestuurlijke knoop waar burgers en adviseurs rekening mee moeten houden.
1. Waarom dit voorstel er überhaupt ligt
De aanleiding is onomstotelijk juridisch. Op 24 december 2021 verklaarde de Hoge Raad in het kerstarrest het oude forfaitaire box 3-stelsel onrechtmatig omdat het geen rekening hield met de daadwerkelijke samenstelling en het werkelijke rendement van iemands vermogen. Dat arrest dwingt de politiek tot een systeem dat aansluit bij wat mensen werkelijk verdienen aan rente, dividend, huur en waardestijgingen.
Als reactie stelde het kabinet een tweedelig ontwerp voor. De eerste fase is een jaarlijkse heffing over werkelijk rendement. Op termijn kan dat systeem evolueren naar een stelsel dat pas belasting heft bij realisatie van waardestijgingen, dus bij verkoop, de zogenaamde Vermogenswinstbelasting. De politieke en technische discussie gaat precies over die keuze en over de timing van de tweede stap.
2. De voorstellen, de menukaart en de kvantitatieve keuzes
Het operationele ontwerp bevat concrete parameters. Vanaf 1 januari 2028 wil het kabinet een jaarlijks systeem invoeren met een voorgesteld tarief van 36 procent en een heffingsvrij resultaat van €1.800 per persoon. In reactie op zorgen onderzoekt het kabinet verzachtingen: een tariefverlaging naar 35 procent, een heffingsvrij resultaat van €1.900, en de mogelijkheid van achterwaartse verliesverrekening over één jaar.
Op 19 juni 2026 zond staatssecretaris Eelco Eerenberg een brief naar de Eerste Kamer met een 'menukaart' van onderzochte verzachtende opties en vroeg hij de behandeling uit te stellen zodat eventuele aanpassingen op Prinsjesdag kunnen worden meegenomen. Die combinatie van vaststaand technisch ontwerp en openstaande keuzeruimte verklaart de politieke druk en de behoefte aan extra rekentijd.
3. Het geldende rekensommetje: waarom heffing bij verkoop zo duur zou zijn
Voorstanders van belasting bij verkoop zeggen dat die aanpak principeverantwoord is: mensen betalen alleen belasting als winst daadwerkelijk is gerealiseerd. Ambtelijke raming vergelijkt de opties en laat zien dat belasten van winst pas bij verkoop de rijksinkomsten over meerdere jaren lager zou uitvallen dan de variant met jaarlijkse aanwasheffing. Dat beeld verklaart de felle politieke tegenstellingen.
Belangrijk is wat die ambtelijke raming niet bevat. De berekening vermeldt geen kant-en-klare dekkingsvoorstellen; het kabinet heeft nog geen uitgewerkte maatregelen gepresenteerd om een eventueel begrotingstekort door die keuze te compenseren. Dat maakt de keuze zowel politiek als financieel ingewikkeld.
Er bestaan ook argumenten die het beeld nuanceren. Tegenstanders wijzen op praktische knelpunten: een belasting op ongerealiseerde, papieren winst kan tot acute liquiditeitsproblemen leiden, want belastingplichtigen moeten mogelijk verkopen of belasting uit al belast inkomen ophoesten. Verder wordt gewezen op het ontbreken van directe verliesverrekening in de beginfase en het risico op het belasten van nominale waardestijgingen zonder inflatiecorrectie. Dat kan verkoopdruk veroorzaken en fiscale timingstrategieën aanmoedigen.
Andere stemmen in het debat benadrukken dat de kritiek mogelijk wordt overschat en dat, bij een langjarige horizon, beleggers niet per se structureel meer belasting betalen zolang zij hun beleggingsgedrag niet aanpassen. Dat tegenwicht staat in de bronnen genoemd.
4. Wat dit betekent voor particulieren en vermogensbeheerders
De praktische consequenties hangen sterk af van de samenstelling en liquiditeit van bezittingen. Illiquide beleggingen en posities met grote ongerealiseerde waardestijgingen zijn het meest kwetsbaar als heffing pas bij verkoop de norm wordt. Dat vraagt om concrete stappen die je nu kunt nemen.
Ten eerste, controleer de wettelijke status en tijdlijn: het wetsvoorstel is aangenomen door de Tweede Kamer op 12 februari 2026 en ligt bij de Eerste Kamer; Eerenberg zond op 19 juni 2026 de menukaart en vroeg uitstel van afronding tot na eventuele aanpassingen op Prinsjesdag. De planning in de bronnen noemt procedurele data die je moet volgen voordat je grotere portefeuillebeslissingen maakt.
Ten tweede, inventariseer de samenstelling en liquiditeit van je bezit. Scenario: je bezit een vastgoeddeel of private-equity positie met een grote ongerealiseerde waardestijging. Onder een systeem met heffing bij verkoop kan een enkele hoge waardestijging leiden tot een belastingclaim zonder dat verkoop liquide middelen vrijmaakt. Dat risico is minder groot onder een jaarlijkse aanwasheffing, zeker als de ontwerpparameters zoals heffingsvrij resultaat en verliesverrekening worden opgenomen.
Ten derde, analyseer fiscale technische opties met een adviseur. Mogelijke maatregelen die in het publieke debat staan variëren van verliesverrekening tot aanpassing van het heffingsvrije resultaat, van tariefwijzigingen tot herstructureringen via juridische entiteiten. Een voorbeeldscenario: als de regering kiest voor verliesverrekening over één jaar, vermindert dat de scherpe impact van een optelsom van pechjaar plus verkoop; dat maakt verkoopbeslissingen minder acuut.
Ten vierde, volg politieke mijlpalen en beleidsteksten. Houd de brieven van het kabinet en de planning in de Eerste Kamer in de gaten; kabinetsbrieven rond Prinsjesdag en daaropvolgende senatsbehandelingen zijn de momenten waarop technische keuzes concreet kunnen worden vastgelegd.
5. Internationale dimensies en lange termijn
Het debat is niet louter binnenlands. Europees beleid kan het speelveld veranderen. Als Europese versoepeling van regels bedrijven betreft, kan het makkelijker worden om dividenden en vermogen tussen vennootschappen te structureren. Dat maakt beleggen via een besloten vennootschap aantrekkelijker en kan leiden tot fiscale verplaatsing of juridische arbitrage. Die internationale component zit in bijna alle scenario's en vergroot de beleidscomplexiteit.
Wat de timing betreft, het kabinet rekent op een mogelijke tweede, definitieve stap naar belasting bij verkoop die na 2030 zou kunnen liggen; sommige teksten noemen 2030 als doeljaar, andere houden rekening met latere ingangsdata. Die onzekerheid maakt strategische planning voor houders van vermogen lastig, want de keuze tussen jaarlijkse aanwasheffing en heffing bij verkoop verandert zowel de fiscale prikkel als het benodigde liquiditeitsbeheer.
6. Samenvattend stappenplan voor wie het aangaat
1) Controleer de wettelijke status en tijdlijn: het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer, Eelco Eerenberg zond op 19 juni 2026 een menukaart en vroeg uitstel tot na Prinsjesdag. Volg de actuele status in de Eerste Kamer voordat je ingrijpende beslissingen neemt.
2) Inventariseer de samenstelling en liquiditeit van je bezit: identificeer illiquide posities en grote ongerealiseerde winsten. Werk een worstcasescenario uit waarbij je belasting moet betalen zonder te kunnen verkopen.
3) Bespreek technische opties met je adviseur: verliesverrekening, aanpassing van heffingsvrij resultaat, tariefwijzigingen en juridische herstructurering zijn de variabelen in het debat.
4) Volg politieke mijlpalen en beleidsteksten: kabinetsbrieven rond Prinsjesdag en senatsbehandelingen zijn beslissend voor eventuele novelles. Neem geen onomkeerbare portfoliobeslissingen zonder professioneel advies.
Deze stappen zijn procedureel en analytisch. Ze helpen je de bestuurskundige onrust te navigeren zonder op basis van speculatie in te grijpen.
Related Articles
- Meer bewustzijn nodig: wie erft je wachtwoorden en crypto? 2 concrete voorstellen
- 6 stappen om de huur correct te verhogen in 2025
- Google Flex 67W is de beste 65 W‑oplader van 17 getest
De eerstvolgende beslismomenten zijn de behandeling in de Eerste Kamer en de kabinetsberichten rond Prinsjesdag. Volg die data voordat je belangrijke portfoliobeslissingen neemt.
Dit artikel is gemaakt met behulp van AI.